Veiligheid van Hirsi Ali

Het is de taak van de Tweede Kamer te spreken over het algemeen belang. Tegelijkertijd is het vanzelfsprekend, ook ruim een jaar na haar vertrek naar de Verenigde Staten, dat de Kamer spreekt over de beveiliging van één individu: het oud-Kamerlid Hirsi Ali (VVD). Dit individuele geval is namelijk een algemeen belang geworden. Dat belang bestaat uit de vragen over de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie voor de beveiliging van bedreigde personen uit de categorie opinieleiders. En over het beeld dat in het buitenland van Nederland bestaat.

Kamerleden die een jaar geleden ontroerd afscheid namen van de VVD-politica spreken nu korzelig over haar voortdurende aanspraken op beveiliging door de Nederlandse staat. Zo bezien is het debat over de beveiliging van Hirsi Ali ook een symptoom van de ongewisheid van het politieke klimaat. In de tot voor kort gebruikelijke rolverdeling tussen volksvertegenwoordiging en samenleving kon de maatschappij zich enige grilligheid permitteren bij de gratie van het stabiliserende optreden van politici in de Tweede Kamer. Sinds enige jaren is echter ook de volksvertegenwoordiging onvoorspelbaar geworden in haar reacties. Dat is reden tot zorg.

Er is geen verschil van mening tussen kabinet en Hirsi Ali over de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor haar beveiliging: dat is zijzelf en de autoriteiten van het land waar zij „metterwoon is gevestigd”, zoals minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) het uitdrukt.

Aan de orde is de overgangsregeling die getroffen is door minister Donner (CDA), destijds als minister van Justitie. Die regeling blijkt te vaag over termijnen en verantwoordelijkheden. Minister Hirsch Ballin releveerde dinsdag dan ook dat hij direct na zijn aantreden met „betrokkene” in contact trad om de kwestie van haar beveiliging definitief te regelen. Daarmee én door de betrokkenheid van de Nederlandse staat bij de beveiliging van Hirsi Ali reeds twee keer te verlengen, aanvaardde de minister aansprakelijkheid voor die veiligheid. Het wachten was kennelijk op het verstrekken van de zogeheten green card door de Amerikaanse autoriteiten aan Hirsi Ali, zoals ook Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) veronderstelde. Die werkvergunning maakt het haar mogelijk zelf fondsen te werven voor haar beveiliging.

Toen Hirsi Ali haar green card twee weken geleden ontvangen had, werd in ieder geval per omgaande de financiering van de beveiliging van het oud-Kamerlid door Hirsch Ballin stopgezet.

De Tweede Kamer moet nu een principieel besluit nemen. Te midden van de ketelmuziek van peilingen die vertellen dat ‘het volk’ het welletjes vindt. En van Amerikaanse intellectuelen die Nederland afschilderen als een hysterische en bekrompen natie.

De principiële vraag is eenvoudig. Moet Nederland tot in de eeuwigheid blijven betalen? En was het besluit van Hirsch Ballin om de financiering van de beveiliging van het oud-Kamerlid Hirsi Ali nu per direct stop te zetten redelijk en billijk? Het antwoord is tweemaal: nee.