Uitlevering aan Polen volgens EU-regels

Voor het eerst is afgelopen week een Nederlandse verdachte overgeleverd aan Polen op basis van het Europees Aanhoudingsbevel (EAB) uit 2004. Het EAB wordt beschouwd als een belangrijke stap vooruit in de justitiële samenwerking binnen de Europese Unie.

De SP in de Tweede Kamer had minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gevraagd ondernemer Robert H., die vorige week donderdag is overgeleverd, pas hooguit enkele dagen voor het begin van het proces over te dragen. Hirsch Ballin kon de overlevering op grond van de Europese regels echter niet opschorten, zo schrijft hij in zijn antwoord.

H. wordt verdacht van betrokkenheid bij het opzetten van een wietkwekerij. Hij ontkent elke aantijging. Volgens zijn advocaat Cees Korvinus maakt hij „als buitenlander” geen schijn van kans in Polen. Bovendien zou H. ook lijden aan een posttraumatische stoornis. Korvinus meent dat er geen sprake zal zijn van behandeling van zijn cliënt in het „middeleeuwse” Poolse gevangeniswezen.

Het EAB is sneller en eenvoudiger dan de uitlevering. Regeringen kunnen niet langer weigeren hun eigen burgers over te leveren om terecht te staan in een andere EU-lidstaat en moeten verdachten binnen drie maanden van hun aanhouding overleveren. „Door de overlevering zo eenvoudig te maken, worden burgers overgeleverd aan de willekeur van andere landen”, aldus Korvinus.

Als H. in Polen wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf, mag hij zijn straf uitzitten in Nederland. Bij terugkeer zal de mogelijke straf worden omgezet naar Nederlandse maatstaven. Dat zal volgens Korvinus betekenen, dat H. „onmiddellijk vrij” zal komen na zijn terugkeer.