Tweede Kamer: vaker Europese coalitie vormen

Leden van de commissie Europese Zaken in de Tweede Kamer zijn vastbesloten een succes te maken van de ‘oranje-kaartprocedure’ in het nieuwe EU-verdrag. Op voorstel van Nederland kan een meerderheid van nationale parlementen een oranje kaart trekken als ze vindt dat ‘Brussel’ onbevoegd is een bepaald voorstel te doen. Als de Commissie het plan toch handhaaft, kunnen de parlementen hun ministers in de ministerraad dwingen het voorstel af te wijzen.

Tot nu toe werken de nationale parlementen bij hun beoordeling van Brusselse plannen nauwelijks samen, waardoor bij de Europese Commissie wordt betwijfeld of er ooit een blokkerende meerderheid ontstaat.

De Nederlandse Kamerleden Han ten Broeke (VVD) en Luuk Blom (PvdA) zeggen binnenkort met een voorstel te komen om de samenwerking tussen de 27 parlementen te versterken. Ze willen de vertegenwoordigers van de commissies Europese Zaken van de nationale parlementen vaker bijeen laten komen. Nu gebeurt dat tweemaal per jaar tijdens een zogenaamde ‘Cosac-bijeenkomst’.

„Ons plan is de Cosac eens per twee maanden bijeen te laten komen. Dan kunnen de lijstjes met voorstellen die parlementen willen beoordelen naast elkaar worden gelegd en kunnen coalities worden gevormd”, aldus Ten Broeke.

Volgens het nieuwe EU-verdrag hebben de nationale parlementen na publicatie van een Commissievoorstel twee maanden de tijd om een blokkerende meerderheid van veertien parlementen te vormen. Op justitieel gebied volstaat een kwart van de parlementen.

Ten Broeke geeft het voorbeeld van een recent voorstel uit Brussel ter bestrijding van obesitas (zwaarlijvigheid). „Obesitas is een groot probleem, maar het is zeer de vraag of de Commissie de aangewezen instantie is om daar actie tegen te ondernemen. In twee maanden kan ik wel dertien collega’s vinden om zo’n plan te blokkeren”, aldus Ten Broeke.

CDA-Kamerlid Jan Jacob van Dijk verwacht eveneens veel heil van de oranje-kaartprocedure: „Dat we bij de Europese Commissie nu eens echt van ons kunnen laten horen, zal een enorm stimulerend effect hebben op de internationale samenwerking.”