‘Terreur Algerije overdreven’

De fusie tussen Al-Qaeda en de Algerijnse GSPC is niet meer dan een tactische zet van de verzwakte Algerijnse extremisten om meer aanhang te winnen. Dat zegt Hugh Roberts.

Berg en Dal, 11 okt. - Het bloedige verleden blijft de Algerijnen achtervolgen. Een jaar geleden maakte het islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda een fusie bekend met de Algerijnse Salafistische Groep voor Prediking en Geweld (GSPC), en sindsdien is in Algerije een aantal grote aanslagen gepleegd. Vorige maand nog eisten twee bomaanslagen binnen enkele dagen na elkaar in de steden Batna en Dellys in totaal zeker 50 levens. De nachtmerrie van terreur is terug in Algerije, en draagt ditmaal het stempel van Al-Qaeda.

Hugh Roberts denkt niet dat de organisatie van Bin Laden als zodanig achter de aanslagen zit. Roberts gaf de afgelopen vijf jaar leiding aan de afdeling Noord-Afrika van de International Crisisgroup (ICG, een gezaghebbende internationale denktank). Zijn specialisme is Algerije, waarover hij het boek The Battlefield Algeria, Studies in a Broken Polity schreef.

Roberts sprak ruim twee weken geleden op een grote conferentie over salafisme die in Berg en Dal was georganiseerd door het Instituut voor Studie van de Islam in de Moderne Wereld (ISIM) en de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar betoogde hij dat de situatie in Algerije erg wordt gesimplificeerd en dat de dreiging wordt overdreven.

Het is duidelijk dat het geweld in Algerije is toegenomen sinds de GSPC de fusie met Al-Qaeda aankondigde. Waarom bent u zo sceptisch over die fusie?

„Het is een vergissing om het een fusie te noemen. De GSPC is de afgelopen jaren steeds meer verzwakt en geïsoleerd geraakt. Wat er over was van de groep is van naam en van tactiek veranderd. De organisatie probeert andere groepen in Algerije te verenigen onder de nieuwe vlag van Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb en zo haar reikwijdte te vergroten.

Maar de nieuwe organisatie is een Algerijns initiatief. Er is weinig bewijs dat Al-Qaeda en de GSPC nu samenwerken bij operaties of dat de GSPC door deze beslissing is uitgegroeid tot een regionale beweging die zelfs in staat is om in Europa toe te slaan. De GSPC heeft wel banden met groepen in Tunesië, Marokko en Libië, maar het is niet zo dat die groepen samen zijn gekomen om een totaal nieuwe organisatie op te richten.

De GSPC is dus geen fusie met Al-Qaeda aangegaan. Het is een vorm van rebranding, en een bevestiging van al bestaande banden. Nadat de GSPC van naam is veranderd, is de organisatie tactieken gaan gebruiken die de groep voorheen afkeurde omdat er burgers bij omkwamen.

Ik zie deze verandering van tactiek als een teken van zwakte. Daarvoor vocht de GSPC een klassieke guerrillaoorlog, waarbij Algerijnse veiligheidstroepen werden aangevallen. Ik denk dat de groep dit niet meer kon volhouden en bom- en zelfmoordaanslagen is gaan plegen omdat die makkelijker te organiseren zijn.

De verandering van naam heeft als doel om nieuwe rekruten aan te trekken. De GSPC was geïsoleerd. De wereldwijde jihad heeft op jonge Algerijnen een veel grotere aantrekkingskracht dan een lokale strijd, die verloren lijkt. Door van naam te veranderen hoopt de GSPC dat de aantrekkingskracht van de wereldwijde jihad op haar afstraalt.”

Waarom is de GSPC zwakker geworden? De sombere sociale omstandigheden van werkloosheid en armoede bestaan nog steeds. Deze situatie voedt frustratie onder Algerijnse jongeren en bevordert terrorisme.

„Niet per se. Je moet twee dingen begrijpen. Ten eerste is de Algerijnse samenleving in het algemeen doodziek van al het geweld. Het begon in 1992 en de bevolking is door een nachtmerrie gegaan. Het overheersende gevoel onder Algerijnen is dat het geweld moet stoppen. Daarom is er ook zoveel steun voor president Bouteflika’s beleid van nationale verzoening. Hij heeft beloofd om het geweld te beëindigen en hij heeft in ieder geval tot op zekere hoogte geprobeerd om vrede en stabiliteit te bereiken.

Bovendien heeft de regering de afgelopen jaren gepoogd om de economische omstandigheden te verbeteren en banen te creëren. De regering heeft daar ook meer geld voor dankzij de hoge olieprijzen. Het is niet dus niet zonneklaar dat jonge mannen die nog steeds werkloos zijn, wanhopig en boos worden en zich aansluiten bij een jihadistische groep. Het is vrij duidelijk voor de Algerijnen dat het aanvankelijke doel van de opstand – het omverwerpen van het regime en het stichten van een islamitische staat – onbereikbaar is. Dat kan de beslissing verklaren om van naam te veranderen.”

Als de Algerijnse samenleving moe is van al het geweld en de opstand op weinig steun kan rekenen, waarom is er dan nog altijd terrorisme in Algerije?

„Het leven van een guerrillastrijder leidt vaak tot criminele activiteiten, en de GSPC is sterk afhankelijk van smokkel. Veel rebellen hebben zoveel geïnvesteerd in deze manier van leven dat ze vrezen dat er geen weg terug meer is. Ze denken: ‘We hebben te veel mensen vermoord en kunnen niet zomaar gewone burgers worden.’

Voormalige soldaten die bij de opstand zijn betrokken, zijn bang dat het leger elke verzoening zal tegenhouden. Het leger heeft een probleem met rebellen die ooit gedeserteerd zijn uit het leger. De redenering van het leger is: hoe kun je hun amnestie verlenen, zonder een slecht voorbeeld te geven aan de nieuwe rekruten?

Wellicht dat de officieren een bepaald geweldsniveau prefereren boven het bereiken van vrede. Als er vrede is krijgt het regime namelijk te maken met een heel ander probleem: constitutionele politieke krachten, die erg kritisch tegenover het regime staan. Al deze elementen staan een definitieve oplossing van de opstand in de weg.”