Stokkengevecht

Iedereen in het dorp weet dat de oude Agripino de kolder in zijn kop heeft van die meid. ’s Morgens komt Rosa het café van São binnen, één en al golvend haar, kontwerk en boezemweelde. Een Spaanse furie tussen de Portugese spichtigheden. Ze komt saucijzen brengen en karamelgebakjes en amandelpasteien en meer fatale heerlijkheden.

Samen met São legt ze de waren in de vitrine, in een verleidelijke opstelling. Ze lijken wel twee landschapschilders.

Onze Rosa moet al dik in de veertig zijn, maar voor Agripino is ze zoet en fataal en heerlijk genoeg. Agripino zelf is vierentachtig. Geleund op zijn stok zit hij elke morgen in het café paraat en volgt haar met zijn ogen, zoals een supporter op de tribune een bal volgt.

Het blijft bij kijken. Agripino is een heer. Agripino doet er alles aan om uit te stralen dat hij een heer is. Hij knijpt niet in haar billen. Hij fluit niet tussen zijn tanden, die hij trouwens niet meer heeft. Hij roept haar geen koosnaampjes toe. Als gebiologeerd volgt hij haar met zijn ogen en het mankeert er nog aan dat hij niet bloost.

Als Rosa er zelf niet is en iemand in het café laat haar naam vallen dan trekken zijn ogen wit weg. Haar naam al geeft hem een voorsmaak van de hemel. Wie iets kritisch over Rosa durft te zeggen krijgt een mep met zijn stok.

Enkele maanden geleden kreeg Agripino concurrentie van Silvano. Het cafeetje van twintig meter verderop, waar Silvano stamgast was, ging voorgoed dicht. ’t Was een prehistorisch cafeetje, een huiskamertje aan de straatkant, niet meer dan een houten toog met een rij flessen op een wankele plank. Vooral kleine glaasjes schonk de waardin, die zelf nauwelijks boven de toog uitkwam.

De waardin stierf en binnen een week had haar zoon van ’t huiskamertje een parkeerplaats voor zijn auto gemaakt, met een automatische garagedeur. Het open huis werd een blinde muur. Silvano moest wel verkassen. Silvano is tweeënnegentig.

Hij voegt zich bij het rijtje dat in het café van São langs de muur zit. Ze leunen op hun stokken en voorzien iedereen die binnenkomt van commentaar.

Als Agripino merkt dat Silvano niet minder mal is van Rosa breekt de hel los. Hoe de blik van Agripino ook op het loopje van Rosa gefixeerd is, hij ziet onmiddellijk dat ook Silvano haar met zijn blik volgt. Liefde leidt tot dubbele vermogens. Als Silvano bovendien probeert Rosa in het voorbijgaan in haar kont te knijpen, schiet Agripino als een kwieke jongeman overeind. Hij slaat zijn stok stuk op het hoofd van Silvano.

De brede pleister op Silvano’s hoofd maakt geen einde aan de rivaliteit. De indringer begint te fluiten naar de meid en probeert telkens een praatje aan te knopen. De overige cafébezoekers houden hun adem in. Na een week duwt een radeloze Agripino de ongewenste medevrijer de straat op. Hij wenst een duel, hij is tenslotte een heer. Buiten begint hij flink op Silvano in te timmeren. Met een gloednieuwe stok. Silvano slaat terug. Een stokkengevecht tussen twee geile bijna-honderdjarigen. Een omstander die duidelijk verstand heeft van de liefde belt alvast een ambulance.

Gerrit Komrij