Speeddaten met Pilsen en Stockholm

Europese regio’s werken samen om verder te groeien.

Netwerken staat centraal tijdens de Open Days. Harde afspraken blijven achterwege.

Breed lachend betreedt de burgemeester van Hengelo, Frank Kerckhaert, een café aan de Brusselse Avenue de Tervuren, een statige en brede laan net buiten de Europese wijk. „Grappig. Ik kwam net mijn ambtgenoot uit Pilsen tegen. Daarmee hebben wij een samenwerkingsverband. Leuk om hem weer even te zien.” Na een lange dag vergaderen en borrelen kan hij, samen met lobbyist Toon Bom, even uitblazen en een biertje drinken.

„Een netwerkfestijn als Open Days draait om ontmoetingen. Je ontmoet mensen met het doel ze te ontmoeten”, legt Bom uit. Net waren ze nog op het Brusselse stadhuis. „Een borrel van Kristina Axén Olin, de burgemeester van Stockholm”, vertelt Kerckhaert. „Het mooie is dat zij Twente kent. Burgemeester Tielemans van Brussel trouwens ook. Die mensen zeggen tegen mij ‘jullie doen het goed daar in Twente’. Daar mogen we best trots op zijn.”

Dat is de essentie van Open Days: laten zien dat je goed bent. Kerckhaert: „In Twente zijn we goed in technologische innovaties. Kijk maar naar de ontwikkelingen op het gebied van kunstgras. Stockholm is een krachtpatser op het gebied van ICT. Hier kunnen we het dan over verdere samenwerking hebben.”

Als Europa echt de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld wil worden, zoals Europese regeringsleiders in 2000 in Lissabon afspraken, dan is samenwerking tussen gelijkgezinde regio’s onontbeerlijk, vinden Bom en Kerckhaert. Bom: „Of regio’s geografisch bij elkaar in de buurt liggen is dan van minder belang”.

De delegatie gebruikt een weekje Brussel ook om de banden met de Europese Commissie aan te halen. Twente heeft een innovatiestrategie vastgesteld om 12.000 banen te creëren. „Wij investeren 200 miljoen. Via Brussel proberen we dat te verdubbelen. Daarom gaan we morgen met een hoge ambtenaar van de Commissie spreken”, vertelt Kerckhaert. „Wij vertellen wat wij doen, en zij zeggen wat ze belangrijk vinden. Dan kunnen wij daar op inspelen met aanvragen voor structuurfondsen.”

Veel tijd hebben burgemeester en lobbyist niet om van een Belgische pint te genieten. Ze snellen door naar een diner met de mee gereisde gemeenteambtenaren in visrestaurant Scheltema, waar de dienbladen met Kir Royal al klaar staan. Opgetogen vertellen de delegatieleden over hun dag in Brussel. De meesten zijn keurig naar één van de 150 workshops gegaan. „Ik ben naar een workshop over sport gegaan waar ik vooral contacten heb opgedaan. Om aanbestedingen van de Europese Commissie te winnen, moet je partners uit andere landen hebben. Hier vind je ze. Het is net speeddaten”, zegt een blonde vrouw. Niet iedereen heeft even hard gewerkt. „Het enige dat wij gezien hebben is het terras van de Grote Markt”, schatert iemand.

In de coulissen van de workshops worden ook zaken gedaan. Maarten Visscher, fondsenwerver bij de gemeente Almelo, verheugt zich tijdens het diner al op de volgende dag. „Ik heb een afspraak met de Europese Investeringsbank.” Almelo wil een monorail aanleggen en zint op een lening met een gunstig rentetarief. „Innovaties op het gebied van transport zijn een prioriteit van de Europese Commissie, dan wil de investeringsbank nog wel eens meewerken. Het is een oriënterend gesprek, maar toch spannend”, aldus Visscher.

Na de koffie spoedt de delegatie zich naar het hotel. De volgende dag beginnen de workshops al vroeg. In een ijskoude conferentiezaal van de permanente vertegenwoordiging van de Nederlandse provincies volgen 75 afgevaardigden cursussen over hoe een regio een creatieve sector kan ontwikkelen.

Twente pronkt met het Mediacentrum in Roombeek, de wijk waar in 2000 de vuurwerkfabriek ontplofte. Presentator Bert Nijmeijer noemt het centrum een ‘feniks uit as herrezen’. Op de eens verwoeste plek zorgen architecten, kunstenaars, en ontwerpers voor creatieve bedrijvigheid. „Je moet tegenslag gebruiken om creativiteit te stimuleren”, zegt Nijmeijer. De zaal knikt en luistert aandachtig. „Indrukwekkend idee”, zegt Marcos Octavian uit Roemenie. Gaat hij nu kaartjes uitwisselen om met Twente samen te werken? „Nee, het was gewoon leuk om te horen.”

Regio’s die een sterke eigen identiteit behouden en benutten maar toch samenwerken, hebben de toekomst stelt Gert-Jan Hospers, econoom, columnist van Het Financieele Dagblad en Twents delegatielid. Dat is de kernboodschap van Open Days.

Buiten de zaal draait het promofilmpje van Twente. Een blonde Twentse kijkt in de camera en zegt verleidelijk: „Twente. Come see it for yourself”.