‘Rusland kunnen we niet opvoeden’

Dick Dees en Erik Jurgens hebben het parlement van de Raad van Europa verlaten. Een vraaggesprek over Darfur, Rusland en „de hinderlijke verwarring met het Europees Parlement”.

„Dat zo’n Russische patriarch hier naar Straatsburg komt om met ons in debat te gaan vind ik prachtig. Heel goed voor de interculturele dialoog die we willen’’, zegt Dick Dees. „Helemaal niet’’, protesteert Erik Jurgens. „Je moet niet met zo’n man in debat gaan, want die weet alles toch al zeker.’’

Dick Dees en Erik Jurgens. Beiden waren vorige week voor het laatst in Straatsburg als leden van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, het samenwerkingsverband van inmiddels 47 Europese landen op het terrein van democratie, mensenrechten en rechtsstaat.

De VVD’er Dick Dees (62) was in totaal zeventien jaar afgevaardigde, de PvdA’er Erik Jurgens (71) twaalf jaar. Nu zij geen lid meer zijn van de Eerste Kamer moeten zij ook hun zetel in de Raad van Europa opgeven.

Al die jaren hebben ze telkens weer moeten uitleggen dat ze géén lid van het Europees Parlement waren, maar van de Raad van Europa. „Een buitengewoon hinderlijke verwarring’’, aldus Jurgens. Vier keer per jaar komen in totaal 318 vertegenwoordigers van de 47 parlementen van de nationale lidstaten bijeen. In hun jaren hebben de twee Nederlanders het aantal onderwerpen waar de Raad zich mee bezighield zien groeien.

De eigen beperkingen kennen, dat zou volgens Dees en Jurgens ook moeten gelden voor de Raad van Europa. Dees: „Als we aan de Europese Unie vragen niet nog eens over te doen waarmee de Raad van Europa al bezig is, moeten wij ook niet dubbelen met de EU. Ik heb een keer een studiereis gemaakt om de geothermische energie op IJsland te onderzoeken. Dat is natuurlijk buitengewoon interessant, maar ik vind het echt geen taak voor de Raad van Europa”. „Of Darfur waar we deze week een debat over hadden’’, valt Jurgens hem bij. „Het is ellendig wat daar gebeurt, maar het is niet een onderwerp voor de Raad van Europa. Laten we ons beperken tot de problemen in ons eigen, 800 miljoen mensen tellende gebied.’’

Halvering van de parlementaire vergadering zou volgens Jurgens een goed begin zijn om de Raad van Europa te dwingen zich tot de kerntaken te beperken. Dees: „Als de Raad zich alleen met de hoofdzaken bezighoudt, zal ook de bekendheid en waardering toenemen.’’

Zowel Dees als Jurgens keerde zich begin jaren negentig tegen het toelaten van Rusland als lid van de Raad van Europa. Het land vertoonde nog te veel gebreken op het terrein van democratie en rechtsstaat. In het veel gehanteerde argument voor opname dat Rusland als lid van de Raad van Europa zich gemakkelijker zou aanpassen, gelooft Jurgens niet. „Dat gaat misschien op voor kleine landen, maar niet voor grote. Albanië, Kroatië en desnoods Spanje kunnen we opvoeden, maar Rusland niet.’’

Nu Rusland lid is, doemt al weer een nieuw dilemma op. Moet de Rus Michail Margelov de Nederlander René van der Linden in januari opvolgen als voorzitter van de parlementaire assemblee? Dees: „In onze liberale fractie wordt nu een intensieve discussie gevoerd of we niet te braaf zijn tegenover Rusland. En moeten we stemmen voor Margelov, die een adept van Poetin is?’’

De versterking van de positie van het in Straatsburg gevestigde Europees Hof voor de Mensenrechten ziet zowel Dees als Jurgens als één van de belangrijkste wapenfeiten. En dan was er natuurlijk nog de gezamenlijke strijd van alle Nederlandse afgevaardigden tegen de oprichting van een eigen mensenrechtenbureau door de Europese Unie. Totaal overbodig vonden ze, want dit was nu bij uitstek werk dat de Raad van Europa al jaren verricht. Dees: „Dan zie je de Europese Unie als een stoomwals over je heen komen die argumenten en mensen geheel negeert. Het enige dat gezegd wordt is: we hebben besloten dat er zo’n agentschap komt, dus het zal er komen.’’

Het bureau is er inderdaad gekomen, maar wel in sterk afgeslankte vorm. Jurgens: „Dat agentschap van de Unie krijgt dertig miljoen euro per jaar. Even ter vergelijking: het Hof, de laatste instantie van Beroep voor 800 miljoen mensen in Europa krijgt 48 miljoen en de Raad van Europa 78 miljoen. Dertig miljoen! En dat alleen voor een clubje dat mooie studies moet gaan doen!’’