Op zondag geopend

Het is jammer dat het kabinet het winkelen op zondag wil beperken. De reden is dat er misbruik zou worden gemaakt van de in 1996 aangenomen Winkeltijdenwet waarmee de openingstijden zijn verruimd.

Volgens die wet mag iedere gemeente twaalf koopzondagen uitkiezen. Alleen gemeenten met toeristische trekpleisters mogen alle zondagen open. Ruim een derde van de gemeenten beschouwt zich nu als toeristisch gebied. Voor Amsterdam, met zijn zeventiende eeuwse grachtengordel, is dat vanzelfsprekend. Maar voor twintigste eeuwse Almere niet, hoewel architecten in binnen- en buitenland daar anders over denken. Almere heeft volgens het kabinet dus misbruik gemaakt van de toeristenbepaling.

Toerisme is echter geen helder criterium voor de koopzondag. Toeristen gaan naar campingwinkels en souvenirzaken. Het is de vraag wat iemand die naar het museum gaat bij de Hema te zoeken heeft. Maar waarom zou Almere geen toeristen door middel van de Hema mogen trekken? Dan kunnen ze immers ook de architectuur van Rem Koolhaas en Cees Dam bezichtigen. Er is dus onvoldoende aanleiding om vanuit Den Haag in te grijpen in deze typisch gemeentelijke bevoegdheid.

Voor mensen die de hele week werken, is de koopzondag een uitkomst. Het betekent dat ze niet alleen zaterdag tot vijf uur de tijd hebben voor het kopen van schoenen, kleren, gereedschap of meubels. Winkelpersoneel dat voor kinderen moet zorgen, krijgt bovendien soepeler werktijden. Ruimere openingstijden kunnen nadelig zijn voor kleine winkeliers die een zaak in hun eentje moeten openhouden. Dankzij vaste sluitingstijden worden zij beschermd tegen grootwinkelbedrijven die altijd open kunnen blijven. Ook worden volgens onderzoek winkels binnen dezelfde gemeente soms ongelijk behandeld.

Daar staat tegenover dat familiebedrijven van immigranten minder moeite hebben met ruimere openingstijden. Bovendien is voor bijvoorbeeld Turkse Nederlanders met een eigen zaak de zondag geen speciale dag, omdat ze moslim zijn. Orthodoxe protestanten willen daarentegen absolute rust op zondag. Het gemeentebestuur kan de openingstijden het beste aan dergelijke voorkeuren en omstandigheden aanpassen en dat gebeurt nu ook.

De liberalisering van de winkeltijden van 1996 is een belangrijke erfenis van het eerste paarse kabinet. Sindsdien hoeven werkenden zich niet meer tussen kwart voor zes en zes ’s avonds met hun karretjes door de supermarkt te haasten. Langere openingstijden hebben het gemakkelijker gemaakt om buitenshuis te werken én een huishouden te voeren. In navolging van Nederland verruimt zelfs Duitsland nu de winkeltijden. Ook de koopzondag is een verworvenheid waar het kabinet niet aan hoort te knabbelen. Hooguit moeten winkels meer aanspraak kunnen maken op dezelfde behandeling als de concurrent. Gemeentebesturen zijn goed in staat om het zelf te regelen.