O Nederland, let op uw saeck

De uitverkoop van Nederland gaat maar door. Er ontstaat verzuiling tussen onderwijs, bedrijfsleven en politiek. Daarom wil Cees van Dam meer aandacht voor de ondernemerscultuur.

De zeggenschap over de HEMA ligt aan de andere kant van de Noordzee. De macht over wat nog rest van Hoogovens, ligt nog verder weg. De touwtjes van P&O Nedlloyd zijn in Deense handen. De naam VNU is van alle gevels verdwenen. Fokker is als love baby in Duitse handen overleden. Numico – wie is er niet groot geworden met Nutricia? – staat onder Franse invloed. Het bedrijf is daarmee onze voormalige nationale luchtvaarttrots KLM achternagegaan. Sonepar wil volgen met Hagemeyer. Om maar niet te spreken over Beursplein 5, het hart van ons Hollands koopmanschap. Dat klopt niet meer in Amsterdam, maar in Wall Street. Stork kan nog wel even Hollandse lucht blijven inademen. Maar ABN Amro wordt opgesplitst, zal als grootste Nederlandse bank verdwijnen en daarmee voor het overgrote deel niet meer Nederlands zijn.

Als dit zo doorgaat, zijn er straks nauwelijks nog typisch Nederlandse bedrijven om trots op te kunnen zijn. Een ‘vervangende’ Europese bedrijfscultuur zie ik nog niet aan de horizon verschijnen, waardoor de Hollandse saeck aan ernstige verschraling onderhevig is.

Ook al is ‘typisch Nederlands’ een niet-eenduidig te definiëren begrip, toch voelen we allemaal wel aan waar dat voor staat. Shell is deels Nederlands, evenals Unilever, maar niet typisch Nederlands. ABN Amro wel, de HEMA tot voor kort zeker, evenals KLM, maar ook Boskalis, Van Oord ACZ, Mammoet, Smit Internationale, Heineken, Bavaria, Randstad, Tom Tom, Blokker, Zeeman, Princess, The Free Record Shop.

Wat maakt ze zo Nederlands? De oprichter is zeker bepalend, maar ook de juridische structuur, de leiders met hun beslissingsbevoegdheid, de verankering van de specifieke kennis in de samenleving en de ontwikkeling van het bedrijf. Het land waar het hoofdkantoor is gevestigd, beïnvloedt de cultuur sterker dan de nationaliteit van de aandeelhouders of de relatieve omvang van de gecreëerde werkgelegenheid in Nederland.

Als we competitief willen blijven als land, zal de neerwaartse spiraal snel moeten worden omgebogen. Als we geen trendbreuk teweegbrengen, zal een braindrain ontstaan, zullen kenniscentra opdrogen en hoogwaardige arbeidsplaatsen verdwijnen. Dan houdt Nederland als bakermat van succesvolle innovatieve en creatieve bedrijven op te bestaan.

Wat Nederland zou moeten doen, is veel meer aandacht besteden aan de ondernemerscultuur. Het starten van een eigen bedrijf komt hier minder voor dan in de meeste andere landen. Hoe we in Nederland aankijken tegen succes en falen als ondernemer is zo verschillend van bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, dat daardoor ondernemers in spe niet extra worden aangemoedigd. Bovendien wordt in het onderwijs ‘ondernemen’ niet als iets aantrekkelijks voorgesteld, en wordt het je als zelfstandig ondernemer in Nederland niet gemakkelijk gemaakt, ondanks herhaaldelijk geformuleerde beleidsplannen. Een land heeft enthousiaste ondernemers en inspirerende leiders nodig om zijn verworven concurrentiepositie van midden- en grootbedrijven in de wereld met succes te kunnen verdedigen.

Als steeds minder excellente Nederlanders ondernemer worden en leiders te veel op cijfers voor het bedrijf en henzelf sturen, zal Nederland een steeds lagere plaats innemen op de lijst van meest competitieve landen ter wereld. Als kenniscentra naar andere landen worden verplaatst, zal het steeds minder aantrekkelijk worden voor onze knapste koppen om hier emplooi te zoeken.

Na veertig jaar te hebben gewerkt op het snijvlak van onderwijs en bedrijfsleven ben ik tot de conclusie gekomen dat we veel meer geïntegreerd moeten gaan denken. Alleen dan is een trendbreuk mogelijk. Het denken in cijfers mag niet langer het denken in mensen verdringen, maar de twee moeten elkaar versterken in plaats van uitsluiten. Dat kan bijvoorbeeld door veel vaker te switchen tussen (top)functies in het onderwijs, het bedrijfsleven in de politiek. Daarin zijn we nauwelijks flexibel. Mensen als Herman Wijffels (ministerie van Landbouw & Visserij, NCW, Rabobank, SER) en Alexander Rinnooy Kan (TU Delft, Erasmus Universiteit, VNO/NCW, ING, SER) blijven een uitzondering. Zolang ondernemers niet regelmatig enthousiast voor de klas gaan staan, docenten niet optimaal gemotiveerd praten over het ondernemerschap, en politici de bureaucratie niet voldoende terugdringen, doorbreken we die neerwaartse spiraal niet.

Zoals prins Friso van Oranje verklaarde (Opinie & Debat, 22 sept): we moeten een nieuwe verzuiling tussen onderwijs, bedrijfsleven en politiek voorkomen. Als we niet alleen trots willen kunnen zijn op de prestaties van Nederlandse sporters, maar ook op die van excellerende Nederlandse bedrijven, moeten we concrete stappen voorwaarts zetten. In het onderwijs zal ondernemerszin vanzelfsprekend moeten worden aangekweekt. Het ontwikkelen van leiderschap moet veel aantrekkelijker worden voorgesteld. Het opvallen als initiatiefnemer en innovator moet worden aangemoedigd. Succesvolle ondernemers en leiders moeten nauwe banden met het onderwijs onderhouden. Politici met ervaring in het onderwijs en het bedrijfsleven moeten zich er vanuit een bedrijfsvriendelijke grondhouding mee bemoeien en de juiste smeerolie gebruiken. Deze gedachte heeft mij ertoe gebracht om in de afgelopen jaren een tiental denktanks te formeren, waarmee ik een gezond Nederlands bedrijfsleven wil stimuleren.

Alles draait om mensen. Docenten die zich ondergewaardeerd voelen en niet de juiste impulsen krijgen, beperken de ontwikkeling van hun leerlingen of studenten. CEO’s die te weinig naar het belang van de ontwikkeling van mensen in en buiten hun organisatie kijken, schaden Nederland. Politici die beleidsplannen maken met te weinig oog voor wat ondernemers nodig hebben, schaden de ontwikkeling van mensen en de toekomst van Nederland. De samenleving verandert, is niet maakbaar, maar wel beïnvloedbaar door ons allen. Laten we de oproep van Valerius , ‘O Nederland, let op uw saeck’, gedaan in 1576 niet vergeten. Voor een betere toekomst van ons land.

Prof. dr. Cees van Dam was o.a. hoogleraar Financiële Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit, TU Eindhoven, KMA Breda en Nyenrode en directeur/eigenaar van het Instituut voor Bedrijfskundige Opleidingen en is president van de Bedrijfskunde Universalis Foundation.

Een uitgebreide versie van dit artikel is te lezen via bedrijfskunde-uni.com.De uitspraken van prins Friso in het artikel over bèta’s via nrc.nl/opinie.