Noord-Hollandse bunker om waterstoftanks te pijnigen

De Europese Unie wil minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. In Petten doet de Europese Commissie onderzoek naar toepassingen van waterstof.

In de Noord-Hollandse duinen wordt getest hoe toekomstige waterstofauto’s op de Bulgaarse landweggetjes en de Duitse autobahn, in de Griekse hitte en de Finse vrieskou presteren. Achter een stalen veiligheidsdeur die geheel beschilderd is met de Europese vlag onderwerpen wetenschappers brandstofcellen, de krachtbron van waterstofauto’s, aan de meest extreme omstandigheden.

Europa moet volgens de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen als aardolie en aardgas. Waterstof wordt gezien als een van de alternatieven. In een brandstofcel wordt waterstof, een gas dat wordt gewonnen uit water of aardgas, met zuurstof omgezet in water. De energie die bij deze omzetting ontstaat, levert via de brandstofcel elektriciteit. Daarmee kan dan weer een elektromotor worden aangedreven. Overigens is waterstof slechts energiedrager – het kost energie om het te maken.

Naast bijvoorbeeld de auto-industrie doet de Europese Commissie zelf ook onderzoek naar waterstof en dat vindt voor het belangrijkste deel plaats in een afdeling van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) op het complex van het Nederlandse energiecentrum in Petten.

De taak van het GCO, waar 160 onderzoekers uit heel Europa werken, is het ondersteunen van de beleidsmakers van de Europese Commissie in Brussel, zegt wetenschapper Vangelis Tzimas.

Dit gebeurt op twee manieren, waarvan wetenschappelijk advies over energiekwesties in Europa de eerste is. „Wij verzorgen bijvoorbeeld sociale en economische analyses over de gevolgen van een mogelijke keuze van Brussel om in te zetten op waterstof in plaats van aardolie”, verduidelijkt de Griek.

Energie staat hoog op de Europese agenda. Volgens de Commissie kent Europa’s energievoorziening structurele zwakheden, het broeikaseffect door de uitstoot van CO2 en de afhankelijkheid van Russisch gas zijn daar voorbeelden van. Tegelijkertijd hechten de afzonderlijke lidstaten aan hun eigen energiebeleid. Daarom ligt het schrijven van energieadviezen aan de Commissie politiek gevoelig.

De tweede activiteit van het centrum is het testen van brandstofcellen en waterstoftanks. Daarvoor heeft het GCO in Petten twee, voor Europa unieke, installaties: de testkamer voor brandstofcellen en een bunker om waterstoftanks te pijnigen. In de benauwde testkamer van vier bij vier meter vertelt Thomas Malkow, een van de verantwoordelijken voor het brandstofcelonderzoek, dat zijn voornaamste activiteit het bedenken en controleren van testmethodes is. „Een fabrikant kan aangeven dat een brandstofcel een bepaalde hoeveelheid elektriciteit produceert, maar de consument weet dan niet onder welke omstandigheden dat het geval is”, legt hij uit.

Het is in het belang van de beleidsmakers en de consumenten om testmethodes te ontwikkelen die de prestaties objectief kunnen beoordelen, vervolgt Malkow zijn argumentatie. „Daarom moeten op Europees niveau de testen ontworpen en vergeleken worden.” Alle activiteiten van het Europese GCO, dat in Petten Instituut voor Energie heet, moeten trouwens aan die Europese dimensie voldoen.

In een als duin gecamoufleerde bunker waar 500 kilo dynamiet kan ontploffen zonder dat een toerist op het nabijgelegen strand ook maar iets hoort, vertelt onderzoeker Pietro Moretto dat hij na twee jaar vertraging wegens een probleem met vergunningen binnenkort wil starten met het herhaaldelijk onder hoge druk vullen van brandstoftanks. „Dan kunnen wij toekomstige richtlijnen voor de veiligheid van de tanks helpen onderbouwen.” Op dit moment is nog niet bekend hoe waterstoftanks reageren op duizend keer tanken, vertelt Moretto. „Ik denk dat het toch belangrijk is dat hier in Europees verband naar wordt gekeken.”