... maar eigenlijk valt het niet te voorspellen

Vanmiddag om één uur wordt in Stockholm de 104de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur bekend gemaakt.

Hoe wordt de laureaat gekozen?

1Wie beslist er eigenlijk over de Nobelprijs voor literatuur?

De Zweedse dynamietverkoper Alfred Nobel (1833-1896) bepaalde bij testament dat één van de vijf door hem ter beschikking gestelde geldprijzen zou moeten gaan naar de schrijver van ‘het beste werk met een idealistische strekking’. Aan dat criterium is sinds de eerste laureaat (de Franse dichter Sully Prudhomme, 1901) gemorreld, maar de toekenningsprocedure is hetzelfde gebleven. Het uit drie tot vijf leden bestaande Nobelprijscomité van de Zweedse Academie legt eind mei op basis van een groslijst van 25 namen een shortlist aan de 18 ‘gezworenen’ van de Academie voor. Die lezen bij in de zomer en beslissen eind september over de winnaar, wiens naam op de eerste of tweede donderdag van oktober bekend wordt gemaakt. Alle zuster-Academies in de wereld mogen schrijvers nomineren, net als literatuurprofessoren en oud-winnaars.

2Aan welke eisen moet een literaire laureaat voldoen?

Allereerst moet hij of zij nog in leven zijn; de eerste en laatste keer dat de prijs postuum werd uitgereikt was aan Erik Axel Karlfeldt (1931) en dat werd een grote rel (ook al omdat de Zweed zelf lid was geweest van het Nobelprijscomité). Verder moet, behalve een aanzienlijk oeuvre (liefst verdeeld over verschillende genres), de kandidaat in elk geval geen lijken in de kast hebben. De Amerikaanse dichter en literatuurvernieuwer Ezra Pound hield tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische praatjes voor de Italiaanse radio en kreeg de Nobelprijs dus niet, ook al werd hij 87 jaar. Jorge Luis Borges, auteur van de invloedrijkste korte verhalen uit de literatuurgeschiedenis, nam naar de smaak van het Comité te weinig afstand van de repressieve regimes in zijn vaderland Argentinië, en stierf ongelauwerd in 1986.

3Heeft het Comité wel eens spijt van de eigen beslissing?

Ze geven het niet graag toe, maar er zijn de afgelopen eeuw – afgezien van Prudhomme en Karlfeldt – een paar erkende missers geweest. Winston Churchill bijvoorbeeld, die volgens het juryrapport uit 1953 net zo goed een moderne Cicero als een moderne Caesar was, maar die de Prijs toch vooral leek te hebben gekregen omdat hij de oorlog had gewonnen. De Sardijnse Grazia Deledda, die volgens criticasters in 1926 een veredelde streekromancière was. De Zweedse compromiskandidaten Eyvind Johnson en Harry Martinson, die in 1974 de laatsten waren die de prijs deelden. En, recenter, de Italiaanse toneelhervormer Dario Fo, van wiens stukken op papier weinig overblijft.

4Worden winnaars onsterfelijk?

Allesbehalve. De lijst van vergeten en halfvergeten winnaars is langer dan die van schrijvers die nog steeds gelezen worden. Dat we de Noorse dichter Bjørnsterne Bjørnson (1903) of de Duitse essayist Rudolf Eucken (1908) niet meer kennen, kan komen doordat ze al meer dan tachtig jaar dood zijn. Maar Jaroslav Seifert, Odysséas Elýtis, en Vicente Aleixandre wonnen allemaal sinds 1977 – en worden alleen nog in eigen land een beetje geëerd. Wie leest er trouwens nog grootheden-van-destijds als Frans Sillanpää (1939, Finland), Gabriela Mistral (1945, Chili) en Michael Sjolochov (1965, Rusland). Wie kent nog Karl Heyse, Saint-John Perse, Jacinto Martinez of Wladyslaw Reymont?

5Krijgen alle grote schrijvers de Nobelprijs?

Zoals Harry Mulisch pleegt te zeggen: het rijtje van schrijvers die de Prijs hebben gehad is mooi; maar het rijtje van de schrijvers die de Prijs niet hebben gehad is nog mooier. Émile Zola, schrijver van de ongeëvenaarde Rougon-Macquartcyclus, werd in 1901 gepasseerd omdat Alfred Nobel zijn werk ‘smoezelig’ had genoemd. Na hem werden onder meer Lev Tolstoj, Henrik Ibsen, Henry James, Rainer Maria Rilke, Thomas Hardy, Marcel Proust, James Joyce, Virginia Woolf, Anna Achmatova en Graham Greene overgeslagen. En dan rekenen we Kafka, Pessoa en Kavafis niet eens mee omdat hún beste werk postuum gepubliceerd werd.

6Kun je de winnaar van de Nobelprijs voorspellen?

Als dat zo was, kon je bij wedkantoor Ladbrokes een fortuin winnen. Anders dan bij roulette is de literatuurprijs niet onderworpen aan de wetten van de statistiek. Dat is jammer; want gegeven het feit dat...

- er nog maar tien vrouwen hebben gewonnen

- de gemiddelde leeftijd van de laureaat 63 is

- het sterrenbeeld Maagd (met vier van de 104 laureaten) zwaar ondervertegenwoordigd is

- er betrekkelijk weinig bekroningen voor essayisten zijn geweest (Churchill was de laatste in 1953)

- van alle talen met meer dan 100 miljoen sprekers alleen het Hindi nog niet aan bod is geweest...

... dan zou je hebben kunnen gokken op een vrouwelijke Indiase essayiste, geboren tussen 21 augustus en 20 september 1944.

7Heeft ‘Nederland’ ooit gewonnen?

Nee. We waren er wel ooit dichtbij. In 1911 won de Belg Maurice Maeterlinck, maar die was Franstalig. In 1939 ging de prijs net aan ons voorbij. Toen zat de historicus Huizinga bij de laatste twee. Het comité wilde in dit oorlogsjaar per se een neutrale laureaat. Het werd de Fin Sillanpää.

Tegenwoordig is één van de eeuwige genomineerden de Belgische dichter-toneelschrijver-romancier Hugo Claus; in 1996 werd hij naar verluidt op het nippertje voorbijgestreefd door de dichteres Wislawa Szymborska, waarna hij het Nobelprijscomité voorgoed tegen zich in het harnas schijnt te hebben gejaagd door te klagen dat ze die prijs aan ‘een Poolse huisvrouw’ hadden gegeven. Maar het Nederlandse taalgebied heeft nog genoeg andere geschikte kandidaten voorhanden: dichter Gerrit Kouwenaar, die met zijn bundels de tijd staat open (1997) en totaal witte kamer (2002) heeft bewezen dat hij op hoge leeftijd zijn beste werk maakt; de vijf jaar oudere Hella Haasse (1918), met haar alom vertaalde oeuvre, waarin essayistiek een grote rol speelt); Cees Nooteboom, dichter, romancier en essayist, die zich presenteert als kosmopolitisch Europeaan en op handen gedragen wordt in Spanje, Frankrijk en de Duitstalige wereld; en Harry Mulisch natuurlijk, die in Voer voor psychologen (1961) al voorspelde dat hij op zijn 80ste Nobelprijswinnaar zou zijn. Maar toch: na jaren van vergeefs hopen begint in Nederland langzaam het idee post te vatten dat het Nobelprijscomité ons niet ziet staan.

8Wie wordt het dan wel?

De echte Nobelwichelaars houden het op een realistische voorspelling: het moet een dichter worden (de laatste bekroning voor poëzie, Szymborska, is meer dan tien jaar geleden, en dat is nog maar twee keer eerder in de geschiedenis van de Prijs gebeurd); en hij of zij moet afkomstig zijn uit een courant taalgebied dat lang niet aan de beurt is geweest (Frans of Arabisch) of uit een continent dat de afgelopen decennia zwaar verwaarloosd is (Azië of Australië). Vier namen dienen zich aan: de Fransman Yves Bonnefoy, de Syriër Adonis, de Zuid-Koreaan Ko Un en de Australiër Les Murray. In aanmerking genomen dat Weegschalen het vaakst bekroond worden (14 van de 104 laureaten), moeten de tien miljoen Zweedse kronen (1,1 miljoen euro) dit jaar gaan naar Murray (68).

Lees een interview met Murray en een recensie van zijn Fredy Neptune op nrc.nl/boeken

9En Philip Roth dan?

Hij maakt een kans; hij is in elk geval de meest genoemde kandidaat van de afgelopen jaren; een veelgelezen schrijver met een rijk oeuvre, een humanistische inslag en een gezonde interesse in de wereld om hem heen. Bovendien is hij Amerikaan, en sinds 1993, toen Toni Morrison won, is de Prijs niet meer aan die kant van de Atlantische Oceaan terechtgekomen. Maar misschien is Roth de Graham Greene van de 21ste eeuw: altijd genoemd, nooit gelauwerd. Onthoud: het rijtje van schrijvers die de Prijs hebben gehad is mooi; maar het rijtje van de schrijvers die de Prijs niet hebben gehad is nog mooier.