‘Islamofobie begint een normale zaak te worden’

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa wil de intolerantie tegenover moslims aanpakken met onder andere beter onderwijs en scherpere wetgeving.

Angst voor de islam wordt niet langer besmuikt en in achterkamertjes geuit, maar is een prominent onderdeel geworden het publieke discours. Voormalig president van Portugal Jorge Sampaio ziet het overal in Europa gebeuren: „Islamofobie begint een banale en normale zaak te worden.” Sampaio is VN-gezant voor de Alliantie van Beschavingen, een Spaans-Turks initiatief om een tegenwicht te bieden aan de groeiende spanningen tussen het Westen en moslimlanden.

Beter onderwijs, scherpere wetgeving en strikte registratie van het aantal meldingen van discriminatie tegen moslims zijn enkele van de aanbevelingen aan de 56 lidstaten van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) om intolerantie tegen de moslims in Europa aan te pakken. Dit werd gisteren onder het Spaanse voorzitterschap verklaard na afloop van een twee dagen durende conferentie over ‘Intolerantie en discriminatie tegen moslims’ in de Spaanse stad Córdoba.

Het is de eerste maal in de geschiedenis dat een internationaal overlegorgaan van gewicht zich zo expliciet bezig houdt met discriminatie tegen moslims. Deskundigen, diplomaten, en vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties waren uitgenodigd in de conferentieruimte pal naast Córdoba’s monumentale moskee om te praten over het verschijnsel.

De neoconservatieve beweging kan tevreden zijn, zo concludeerden veel sprekers. Hun boegbeeld Samuel Huntington is er met zijn boek Clash of Civilizations in geslaagd de latente angst voor de moslims in het Europese bewustzijn nieuw leven in te blazen. „Er is geen strijd tussen beschavingen, maar een politieke oorlog”, meende de secretaris-generaal van de Arabische Liga, Amr Moussa. Na het einde van de Koude Oorlog is de islam als vijandbeeld in de plaats gekomen van het rode gevaar, aldus de secretaris-generaal.

Hoogleraar Humayun Ansari, die doceert aan de Royal Holloway universiteit van Londen: „De idee dat de islam per definitie een godsdienst is van fanatiekelingen, die gepaard gaat met geweld, is sinds de ondergang van het Ottomaanse rijk niet meer zo rechtstreeks geventileerd.” Extreemrechts is erin geslaagd om de angst voor moslims door te laten dringen in de mainstream politieke partijen, zo meent zijn collega hoogleraar Hisham Hellyer.

De Nederlandse politicus Geert Wilders bleek binnen deze context internationaal bekend. De Turkse OVSE-vertegenwoordiger voor discriminatiebestrijding tegen moslims, Ömür Orhun, kent de Nederlandse situatie door zijn bezoek naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh.

„Wilders trekt stemmen en dat beïnvloedt ook de grote partijen in hun houding”, aldus Orhun. „Het verbod dat Wilders wil instellen op de koran is een typisch voorbeeld van een hedendaagse aanval op ons individuele recht op vrijheid van godsdienst”, meent de Franse islam-expert Olivier Roy.

De schadelijke gevolgen van wat Wilders verklaart moeten niet worden onderschat, aldus de Turkse onderzoeker Ibrahim Kalin. „In de moslimwereld wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen zijn opvattingen en die van de regering of de rest van het land. Een beetje zoals Osama bin Laden in het Westen vaak wordt voorgesteld als de stereotype moslim.”

Ondanks alle dankwoorden bleek het voor de Spaanse gastheer soms lastig manoeuvreren tussen alle gevoeligheden door. Secretaris-generaal Moussa van de Arabische Liga liet in een ontmoeting met de pers blijmoedig weten dat er „geen enkel conflict” bestond over het gebruik van de monumentale moskee van Córdoba door de lokale moslimgemeente. Terwijl de katholieke kerk – die de moskee formeel beheert en het kathedraalgedeelte benut voor zijn erediensten – onder geen beding biddende moslims over de vloer wil hebben.

De Spaanse minister Miguel Ángel Moratinos wist evenmin goed raad met de woedende reactie van een aantal ongebonden organisaties, die op de openingszitting merkten dat de door hen opgestelde verklaring zorgvuldig was gezuiverd van al te directe verwijzigen naar discriminatie van homoseksuelen en vrouwen in bepaalde moslimkringen.

Hoewel het initiatief om de intolerantie tegen moslims op de internationale agenda te zetten door de deelnemers aan de bijeenkomst werd toegejuicht, werd ook gewaarschuwd om de discriminatie niet eenzijdig af te doen als een religieuze zaak. „Een jongere wordt bij de discotheek geweigerd omdat hij donkerder is, niet vanwege de islam”, aldus moslimdeskundige Olivier Roy.

„We moeten in de gaten houden dat het uiteindelijk gaat om de rechten van individuele Europese burgers.” Versimpeling ligt op de loer, zo erkent ook Ömür Orhun. „Als een Turk in Keulen of Brussel onfatsoenlijk wordt behandeld kan dat zijn vanwege zijn huidskleur, zijn taal of de kleren die hij aan heeft. Het is meestal een combinatie van factoren. Maar zijn moslimachtergrond werkt daarbij als symbool voor de discriminatie.”