Is Nederland nog wel het land van vrijheid?

Het Nederlandse kabinet weigert nog langer de beveiliging van islamcriticus Ayaan Hirsi Ali te betalen.

Maar dit gaat niet alleen om geld; hier is meer aan de hand.

Het deel van de wereld dat bekendstaat als het Westen zou wel eens voor een vuurproef, en zelfs voor een keerpunt kunnen staan. De vuurproef is deze: hebben vooraanstaande, uitgesproken critici van het islamfundamentalisme, die toevallig burgers zijn van Europese landen of de VS, recht op dezelfde vrijheid van meningsuiting die andere burgers genieten?

Juridisch natuurlijk wel. In de praktijk kunnen ze zeggen wat ze willen – en daar vervolgens om worden vermoord. Dit betekent dat de westerse regeringen een bijzondere en ongewone verantwoordelijkheid voor hen hebben, zoals door velen allang wordt erkend. Het is geen toeval dat de schrijver Salman Rushdie, over wie ayatollah Khomeini op 14 februari 1989 een fatwa uitsprak, nog altijd springlevend is. Aangenomen wordt dat Rushdie nog altijd onder een zekere bescherming staat van de Britse politie en geheime dienst, zowel in Groot-Brittannië als daarbuiten. Deze bescherming is volstrekt onomstreden – in juni verleende de koningin Rushdie zelfs het ridderschap – en daardoor heeft die fatwa hem de afgelopen 18 jaar niet verhinderd te spreken, te schrijven, te publiceren en zelfs meermaals te scheiden en te hertrouwen.

Het geval van Ayaan Hirsi Ali, de Nederlands-Somalische politicus en schrijfster, ligt anders. Hirsi Ali staat onder Nederlandse politiebescherming vanaf 2002, toen haar publieke commentaar op de mishandeling van vrouwen in de Nederlandse moslimgemeenschap en haar aanduiding van zichzelf als ‘seculier’ in Nederland tot doodsbedreigingen leidden.

Hoewel de toenmalige regering haar aanmoedigde in het land te blijven, sloeg in 2004 de stemming in Nederland om. In dat jaar pleegde de fanaticus Mohammed B. de laffe moord op Theo van Gogh, regisseur van een film over de onderdrukking van moslimvrouwen – en stak het slachtoffer een mes in de borst met daaraan een dreigbrief voor Hirsi Ali.

De Nederlandse samenleving raakte na de moord op Van Gogh ernstig verdeeld, en is dat nog altijd. Sommige landgenoten van Hirsi Ali besloten dat het tijd werd voor een harde confrontatie over kwesties als de vrouw, de islam en de integratie.

Anderen willen gewoon dat Hirsi Ali en haar soort voorgoed vertrekken, zodat Nederland verdwijnt uit de krantenkoppen en Amsterdam door terroristen van hun lijstje wordt geschrapt. Anders dan de Britten, die aan het idee gewend zijn geraakt dat verre gebeurtenissen van invloed op hen kunnen zijn, hebben de Nederlanders een beperkte blik. Dit verklaart mede waarom de Nederlandse regering in 2006 vanwege een oude immigratiekwestie het staatsburgerschap van Hirsi Ali probeerde te herroepen, en waarom haar buren dat jaar naar de rechter stapten om haar uit haar huis te laten zetten.

Maar ook al verhuisde zij naar de VS, in haar afwezigheid werd de discussie voortgezet. Vorige week staakte de Nederlandse regering de bekostiging van haar beveiliging, waarop zij noodgedwongen korte tijd naar Nederland terugkeerde.

De opgegeven redenen waren van financiële aard, maar er was duidelijk meer aan de hand. Botweg gesteld vinden velen in Nederland haar te luidruchtig in haar veroordeling van het islamfundamentalisme. Vergelijk haar omschrijving van de islam als „wreed, onverdraagzaam, uit op overheersing van de vrouw” eens met de Duitse rechter die in januari onder verwijzing naar de Koran een moslimvrouw die van haar gewelddadige man wilde scheiden, voorhield dat ze had moeten „verwachten” dat haar man de lijfstraf die zijn godsdienst goedkeurde ook zou toepassen. Hirsi Ali zelf zegt dat ze vaak te horen heeft gekregen dat ze zich haar problemen zelf op de hals gehaald heeft. Nu zegt de Nederlandse premier openlijk dat ze het zelf maar uit moet zoeken.

Gelukkig is Hirsi Ali alweer terug in de VS, onder permanente, voorlopig particulier georganiseerde bescherming. Maar deze week spreekt de Nederlandse Tweede Kamer opnieuw over haar status. En opnieuw zullen de Nederlanders worden geconfronteerd met het gegeven dat Hirsi Ali nog altijd een Nederlands staatsburger is, dat de bedreiging van haar leven voor een deel van groeperingen in Nederland komt, dat ze in het buitenland woont omdat de Nederlandse politieke toestand haar daartoe gedwongen heeft, en dat zij, als ze zich uitspreekt, dit ook doet ter verdediging van de Nederlandse waarden.

Of het de Nederlanders nu bevalt of niet, stopzetting van haar politiebescherming zal de wereld een boodschap sturen: dat de Nederlanders niet meer bereid zijn hun traditie van vrije meningsuiting te beschermen. De gelden zullen wel gevonden worden, en zij overleeft het wel. Maar geldt dit ook voor Nederland?

Anne Applebaum is columniste van de The Washington Post en auteur van het boek ‘Gulag: A History’.