Ik blijk ineens niet meer in een prachtwijk te wonen

Ik moet toegeven, ik heb een zwak voor minister Ella Vogelaar. Maar daar heb ik goede redenen voor. Ten eerste gaat ze over de wijk waarin ik woon. Ik woon in Amsterdam-Oost, een van Ella’s veertig ‘prachtwijken’ – een crisiswijk dus, met een overdaad aan hangjongeren. Ten tweede vindt Geert Wilders haar knettergek. Iedereen die door Geert Wilders knettergek gevonden wordt, kan op mijn grote sympathie rekenen. Ten derde had ze op Prinsjesdag een kaftan aan. Ten vierde heeft ze de uitstraling van een aardige overblijfjuf. Ten vijfde heeft ze een leuk volks accent dat volgens mij nog authentiek is ook.

Gisteren zag ik haar weer eens, bij een lezing die ze over de prachtwijken hield, en toen had ze het over het United Nations Population Fund. Ella Vogelaar spreekt population uit als ‘poppeleesjun’, met een dikke, Amsterdamse ‘l’. Dat vind ik wel wat hebben. Iets down to eartherigs.

Ik schrok trouwens wel van haar toespraak, want ik blijk ineens niet meer in een prachtwijk te wonen. Ella heeft er zonder dat mij en mijn buren overlegd te hebben een ‘krachtwijk’ van gemaakt, vertelde ze in haar speech. ‘Prachtwijk’ vond ze toch teveel over uiterlijk gaan. „Over de stenen. Terwijl kracht van binnen zit, in de mensen, dromen en plannen.” Jammer. Ik had gehoopt op nieuwe lantaarnpalen en kekke bestrating. Maar goed.

Terwijl ik naar Ella’s dromen en plannen luisterde, over bewoners die zelf speeltuintjes aanleggen en moslimvrouwen met microkredieten, vroeg ik me af wat ik eigenlijk leuk aan háár vond, behalve wat oppervlakkige uiterlijke kenmerken. Misschien wel dat: dat zij het onbeschaamd durft te hebben over bewoners die de handen ineen slaan en moslims met potentie. Dat ze daarbij niet steeds woorden als ‘hard optreden’ gebruikt en sceptisch doet. Dat dat hele multicultidramagebeuren van de afgelopen jaren totaal aan haar voorbijgegaan lijkt te zijn.

Terwijl Ella oreerde over een braakliggend pleintje in een of andere grote stad, waar allemaal festijnen gehouden werden omdat een stel actieve bewoners vijfhonderd euro per jaar van de gemeente losgepeuterd hadden, kreeg ik ineens levendige visioenen. Visioenen over mijn eigen wijk. Van volksdansende mensen in het buurthuis, en knapperende kampvuurtjes bij straatfeesten. Een naïeve droom, waarschijnlijk. Een beetje onrealistisch, in een buurt waar de afgelopen jaren toch vooral veel mensen doodgeschoten zijn. Maar wel gezellig, voor de verandering. Eindelijk. Een minister die wat gezelligs zegt.