Het geld voor de infiltrant lag al klaar, zegt de tolk

Is er gebruikgemaakt van een criminele infiltrant bij een politieonderzoek? Dat is verboden. Een ex-tolk zei gisteren dat is gebeurd wat minister Hirsch Ballin eerder ontkende.

Politie en justitie hebben in minstens twee onderzoeken naar heroïnetransporten vanuit Turkije gebruikgemaakt van criminele informanten en zij hebben op het punt gestaan ook tipgeld te betalen.

Dat heeft een voormalige Turkse politietolk/vertaler gisteren onder ede verklaard voor de rechtbank in Rotterdam in de zogeheten Benoit-heroïnezaak. Op de inzet van criminele infiltranten rust sinds de IRT-affaire een taboe. In 1998 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het gebruik van criminele infiltranten, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, is verboden.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) ontkende vorige week in een brief aan de Kamer Nederlandse medewerking bij de inzet van een infiltrant in dat onderzoek, evenals betaling van tipgeld. Maar volgens de tolk/vertaler is in het onderzoek wel degelijk gebruikgemaakt van een informant. Sterker nog, volgens de tolk was een deal die in Turkije met de betrokken informant gesloten was de opmaat voor het onderzoek, dat uitmondde in een gecontroleerde ‘aflevering’ van Turkije naar Nederland. En niet, zoals de Nederlandse liaisonofficier in Turkije de Nationale Recherche liet weten, informatie uit lopend rechercheonderzoek.

De vraag of het daarbij ging om een informant of infiltrant, liet de tolk over aan het oordeel van de rechtbank. Maar het ging volgens hem om iemand die gebruik maakte van een nep-bv in de transportsector. Drie kilo van de partij drugs moest hij voor eigen gebruik kunnen verkopen. „Als iemand na aanhouding uit de vrachtauto weet te ontsnappen en drie kilo op de markt weet te brengen, laat ik het aan u over of het om een informant of infiltrant gaat.”

De Nederlandse liaisonofficier was volgens hem de architect van de operatie, die bijna permanent in de tapkamer van de Turkse opsporingsdienst was. De Nederlandse bijdrage aan het beloofde tipgeld lag volgens de tolk gereed, evenals een rapport waarin om tipgeldtoestemming werd gevraagd. Op het laatste moment werd die deal vanuit Nederland alsnog afgeblazen.

De tolk legde zijn verklaringen af in de wetenschap dat deze strafzaak mogelijk ook zijn blazoen kan zuiveren. Hij werkte al jaren voor justitie en politie totdat hij in 2005 te horen kreeg dat de KLPD geen gebruik meer zou maken van zijn diensten na onderzoek van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Daardoor kreeg hij geen Verklaring omtrent Gedrag. Hij zou volgens de AIVD vertrouwelijke informatie naar Turkse functionarissen hebben gelekt en niet beschikken over de vereiste vaardigheden.

Maar volgens de tolk betaalt hij nu de rekening voor de manier waarop hij aan de bel heeft getrokken over de gebruikte opsporingsmethoden in de Turkse smokkelonderzoeken. De liaisonofficier zou ook een belangrijke bron zijn geweest voor het negatieve AIVD-ambtsbericht. „Ik vecht tegen een onzichtbare vijand. Het is nu voor het eerst dat rechters geïnteresseerd zijn in wat er écht is gebeurd.” De officier was volgens hem alleen geïnteresseerd in ‘scoren’ – zo veel mogelijk kilo’s binnen brengen. Ondanks ontkenningen van de minister dat daarbij geen ongeoorloofde opsporingsmethoden zijn gebruikt, loopt daar volgens hem nog steeds intern onderzoek naar. Hij werd in dat kader afgelopen juni gehoord door het Bureau Veiligheid en Integriteit van het KLPD, in het bijzijn van een rechercheur van de Rijksrecherche. „En dat onderzoek is nog steeds niet afgerond”, zo zou die rechercheur hem verzekerd hebben. Justitie bevestigt dat er in dat onderzoek nog getuigen gehoord moeten worden. „Maar op basis van wat er nu ligt, is de conclusie dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd of dat er aanleiding is voor strafrechtelijk onderzoek.” Volgende week hoort de rechtbank de betrokken liaisonofficier zelf over de loop van die smokkelonderzoeken vanuit Turkije.