Haagse waakhond blaft weinig

Het Binnenhof reageert weinig op Europese plannen en werkt amper samen met andere parlementen. Brussel heeft daarom niets te vrezen. „Als je niets hoort, is het goed.”

Als slechts 0,074 procent van de Europeanen per jaar scheidt van een buitenlandse partner, zijn er dan speciale EU-regels nodig voor internationale echtscheidingen? En waarom moet ‘Brussel’ zich opeens mengen in de strijd tegen passief roken?

Dit zijn maar twee van de in totaal 133 commentaren die de Europese Commissie de afgelopen twaalf maanden kreeg opgestuurd door nationale parlementen, als reactie op voorstellen voor nieuwe EU-wetgeving. De kritische noot over echtscheiding is afkomstig van de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer, terwijl de Franse senaat zich opwond over Brusselse anti-rookplannen. Nationale parlementen maken zich druk over de meest uiteenlopende zaken, zo blijkt uit de lijst met onderwerpen die varieert van honden- en kattenbont tot posterijen en het geplande Europees Technologie Instituut.

De verzameling reacties is het resultaat van een persoonlijke oproep die Commissievoorzitter Barroso vorig jaar deed aan de 27 nationale parlementen van de Unie. Barroso nodigde parlementariërs uit om te „reageren” op Commissievoorstellen, die hij beloofde voortaan direct naar de parlementen toe te sturen. Volksvertegenwoordigingen worden daarbij geacht te letten op het principe van ‘subsidiariteit’ – wat inhoudt dat problemen bij voorkeur op nationaal niveau moeten worden opgelost – en dat van ‘evenredigheid’ – wat betekent dat EU-regelgeving niet excessief mag zijn.

Wie de balans opmaakt van een jaar ‘proefdraaien’ met het systeem – dat functioneert sinds september 2006 – krijgt de indruk dat het Nederlandse parlement niet tot de meest actieve waakhonden van de Unie behoort.

Brussel ontving uit Den Haag slechts vier reacties – een aantal dat bijvoorbeeld pover afsteekt bij de hoeveelheid commentaren uit Parijs (38), Berlijn (zeventien) en Londen (vijftien).

De Haagse bescheidenheid sprong ook in het oog van de Europese Commissie, die aan het Binnenhof vroeg om tekst en uitleg. Daar bleek dat er bij Nederlandse parlementariërs wel interesse bestaat voor Brusselse regelgeving. De zogeheten Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets, waarin de Eerste en Tweede Kamer samenwerken, heeft meer dan dertig Commissievoorstellen geselecteerd voor bestudering. Maar de Eerste en Tweede Kamer hebben afgesproken alléén op een Commissievoorstel te reageren wanneer ze vinden dat Brussel ‘fout’ zit en zich niet houdt aan het subsidiariteitsprincipe – terwijl andere parlementen ook positieve reacties opsturen. „Het Nederlandse parlement ziet dit systeem zo: als je negatief bent over een voorstel, dan informeer je de Commissie”, vertelt een hoge Commissie-ambtenaar. „De overgrote meerderheid van de 133 reacties is echter positief.”

De Commissie zou het dan ook „waarderen” om ook eens een positief geluid uit Den Haag te horen, aldus de ambtenaar. Het CDA-Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk, voorzitter van de subsidiariteitscommissie, reageert echter afwijzend. „Ik ben opgevoed met de neiging: als je niets hoort is het goed. Ik vind het niet zo heel sterk van de Europese Commissie dat ze nu bij ons bevestiging zoekt in wat ze wél goed doet.”

De vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, hekelde onlangs nog de lakse houding die er volgens hem in Den Haag bestaat als het gaat om controle op plannen uit Brussel. Tjeenk Willink verweet Kamerleden geen duidelijke politieke opvattingen over Europa te hebben. Ook pleitte hij voor een onderzoek naar het succes van de Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets. „Als de Europese Commissie zegt; bedankt voor uw reactie, maar wij gaan gewoon verder, dan heb je iets niet goed gedaan”, aldus Tjeenk Willink.

De kwestie ligt gevoelig in zowel Den Haag als Brussel, omdat juist Nederland dit jaar een harde politieke strijd voerde voor meer macht van nationale parlementen in het nieuwe EU-verdrag. Premier Balkenende claimde deze zomer een belangrijke politieke overwinning in de vorm van de ‘oranje-kaartprocedure’, die een meerderheid van parlementen in staat stelt een Commissievoorstel naar de prullenbak te verwijzen.

Het is echter maar de vraag of Balkenende’s oranje kaart ooit zal worden getrokken, zo laten de statistieken van de Europese Commissie zien. De twee Commissie-voorstellen die tot nu toe de meeste reacties van nationale parlementen opriepen – over internationale echtscheiding en over de postmarkt – haalden de drempel voor de oranje-kaartprocedure bij lange na niet. Het echtscheidingsvoorstel werd afgewezen door de volksvertegenwoordigingen van slechts vier landen – Nederland, Frankrijk, Duitsland en Tsjechië – terwijl het vereiste aantal parlementen voor de oranje kaart is vastgesteld op de helft van de 27 plus één.

„Tot dusver zijn we ver verwijderd van wat voor soort drempel dan ook”, concludeert de Commissie-ambtenaar.

Bekijk de lijst met onderwerpen waar de Tijdelijke Commissie Subsidiariteit zich nog over zal buigen via nrc.nl/europa