Groots plan, voorzichtige verwachting

De Europese Commissie wil de komende zes jaar 1 miljard euro investeren in de ontwikkeling van waterstoftechnologie. De bevordering van waterstof als brandstof past in het energiebeleid van de EU dat het gebruik van fossiele brandstoffen wil terugdringen. Waterstofbrandstofcellen kunnen worden gebruikt in auto’s, maar ook in huishoudelijke apparaten en mobiele telefoons. „We weten niet of het zal werken, maar waterstof is een alternatief.”

Het lijkt een verhaal voor een boek van Jules Verne. Over een jaar of tien rijden er in Europa schone voertuigen rond, auto’s en stadsbussen die geen CO2 of roetdeeltjes uitstoten, maar waar waterdruppels uit de uitlaat komen. Voertuigen zonder motoren die benzine, lpg of diesel verbranden, maar stille motoren die werken op de elektriciteit van brandstofcellen, gevoed door waterstof.

Het waterstoftijdperk is een stapje dichterbij gekomen nu de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, gisteren bekend heeft gemaakt dat de komende 6 jaar 1 miljard euro geïnvesteerd zal worden in de versnelde ontwikkeling van de waterstoftechnologie en van brandstofcellen. Daarnaast kondigde de Commissie aan dat er Europese standaardnormen komen voor waterstofauto’s om hun veiligheid voor de gebruikers te garanderen.

De plannen zijn ambitieus, maar de verwachtingen zijn vooralsnog voorzichtig.

„Ik weet niet zeker of de waterstofauto de auto van de toekomst is,” zei eurocommissaris Verheugen (Industrie) gisteren, „maar het is een veelbelovende technische optie. We weten niet of het zal werken, maar waterstof is een alternatief dat het recht van burgers op mobiliteit op een milieuvriendelijke manier garandeert.”

Waterstof, zei Verheugen, is een schone energiedrager. De bevordering ervan past in het energiebeleid van de EU dat beoogt het gebruik van fossiele brandstoffen te beteugelen. Die hebben – naast het mogelijke klimaateffect – het geopolitieke nadeel dat ze de Europese afhankelijkheid van Rusland en het Midden-Oosten vergroten.

De technische normen die de EU in samenwerking met de automobielindustrie gaat ontwikkelen, moeten ervoor zorgen dat waterstofauto’s „minstens zo veilig zijn als brandstofauto’s” en dat er „schone en veilige auto’s in onze straten komen”, zei Verheugen.

Zodra er Europese standaards zijn ingevoerd, weet de automobielindustrie aan welke test- en goedkeuringsprocedures ze zich moet houden. Dit zal de Europese autofabrikanten op het gebied van waterstoftechnologie een concurrentievoordeel geven op de wereldmarkt, is de verwachting.

De Commissie hoopt dat waterstoftechnologie tussen 2010 en 2020 commercieel toepasbaar zal zijn.

Om de weg naar de markt te versnellen, kondigde eurocommissaris Potocnik (Wetenschap) een ‘Gemeenschappelijk Technologie Initiatief’ aan voor waterstof en brandstofcellen. De EU draagt hieraan 470 miljoen uit haar wetenschapsbudget bij. Met ten minste hetzelfde bedrag van de private sector plus nog wat nationaal onderzoeksgeld is in totaal 1 miljard euro beschikbaar tot 2013.

Dit onderzoeksprogramma brengt alle actoren op het gebied van waterstoftechnologie en brandstofcellen samen: de industrie, overheden en researchinstituten. Het Energiecentrum Nederland in Petten is hierbij bijvoorbeeld betrokken (zie ‘Noord-Hollandse bunker om waterstoftanks te pijnigen’).

Volgens eurocommissaris Potocnik beperkt de toepassing van waterstof en brandstofcellen zich niet tot voertuigen: brandstofcellen, die op basis van waterstof elektriciteit opwekken, kunnen ook gebruikt worden om mobieltjes, computers of huishoudelijke apparaten van stroom te voorzien.

Een van de technische knelpunten is hoe het energieverbruik dat nodig is om waterstof (uit water) te isoleren verlaagd kan worden. Dit zou bij voorkeur met vernieuwbare energiebronnen moeten gebeuren. Een mogelijkheid, zei Potocnik, is om windenergie in de periodes dat het aanbod ervan groter is dan de vraag, te benutten om waterstof te produceren en dit in tanks op te slaan. Verheugen sloot ook het gebruik van kernenergie hierbij niet uit.