Gij zult niet matigen

De publieke discussie is al een tijdje neergestreken rond het haardvuurtje dat de ‘toon’ van het debat heet (Jami, Wilders en Ellian werpen de twijgjes erin, allerlei columnisten poken het wat op; oud-Hollandse gezelligheid alom). Wat kun je er over zeggen, behalve dan dat Nederland het liefste parlement ter wereld heeft?

Kijk de Britten eens, die elkaar in het Lagerhuis verrot schelden – ‘boe’ roepend, stampvoetend. Het is een pub in voetbaltijd. Vergeleken daarmee is ‘knettergek’ een knipogend koosnaampje.

Engeland heeft in de arena een toon die in overrompelend contrast staat met de fameuze beleefdheid van zijn inwoners. Die scheiding lijkt me van wijsheid getuigen: het verscherpt – en verlevendigt! – het politieke debat, en na afloop drinken de opponenten samen hun kopjes thee of pints, als afgeschminkte acteurs na een gezamenlijke voorstelling.

Of kijk naar de Italianen. Een Italiaanse senator fingeerde deze zomer publiekelijk een hartaanval, om snel per ambulance naar een vergadering te kunnen worden gebracht. Krantencommentaren loofden hem: in Italië strekt listigheid tot eer.

Kijk naar de Fransen, of de Spanjaarden. Naar verluidt weet zelfs het IJslandse parlement meer vuur in het debat te leggen dan Hollanders van het type Eimert, André en Jan Peter.

In Nederland zijn we nog maar zeer recent – vergís je niet! – geconfronteerd met theater in de politieke arena, en ze lijken ons wat nerveus te maken. De codes en grenzen ervan hebben zich, anders dan bij de Britten, nog niet zo helder geopenbaard. Nederland lijkt hiermee op een puber, die geconfronteerd wordt met de intocht van seksualiteit. Engeland lijkt de volwassene, die het spel beter beheerst. Oproepen om de toon te matigen zijn oproepen om terug de kinderwagen in te gaan. In het belang van inhoudelijke scherpte kan de toon niet hard genoeg zijn. Stel je voor: Wilders en Vogelaar na afloop van een schelddebat als Geert en Ella met een biertje in Dudok.

Gij zult uw toon niet matigen, gij zult alleen de juiste instrumenten op de juiste plaatsen en momenten leren inzetten. Zonder dirigent.

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek Art. 285b