Eland bevalt veilig langs weg

Elanden in het Amerikaanse Grand Teton National Park zoeken bij voorkeur een autoweg op als ze moeten bevallen. Zo hebben de dieren een grotere kans om de bruine beren te ontwijken die op elandjongen jagen. Dat blijkt uit een publicatie van Joel Berger van de Wildlife Conservation Society die deze week is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

Berger heeft beren en elanden tien jaar achtereen gevolgd in Teton National Park, ten zuiden van Yellowstone. Bruine beren blijven hier bij voorkeur meer dan 500 meter van wegen verwijderd. Parkwachters ontmoedigen beren (met geweerschoten in de lucht of met pijltjes die misselijk maken) om contact met mensen of menselijk afval te zoeken. Bij de weg zijn de meeste mensen en ligt het meeste afval. De elandmoeders hebben hun gedrag hieraan aangepast. Beren zijn de belangrijkste vijand van kalfjes, 90 procent van vroeg overleden kalfjes staat op hun conto.

Tussen 1995 en 2004 registreerde Berger de bevallingen van 25 elanden. Per jaar kozen de elandenmoeders hun plaats van bevalling gemiddeld 122 meter dichter bij de weg. De afstand nam af van een kilometer in 1995 tot 380 meter in 2004. Volgens Berger hebben de elanden zich daarmee aangepast aan de introductie en groeiende dichtheid van beren in het park.

Het effect is ook bekend van elders. Berger noemt als voorbeelden vervetapen in Kenia en axis-herten in Nepal die grote katachtigen lijken te ontwijken door zich op te houden bij verblijfplaatsen van parkwachters. Ook in het Canadese Banff National Park was het Berger al opgevallen dat wapiti en andere herten de omgeving van de weg lijken op te zoeken. Het is duidelijk dat nationale parken geen maagdelijke ecosystemen zijn.