Duitse politici vastberaden over ‘Afghanistan’

Morgen beslist de Duitse Bondsdag over verlenging van de militaire missie in Afghanistan. De Duitse bevolking is voor het terughalen van de militairen. Toch stemt het parlement waarschijnlijk voor verlenging.

Berlijn, 11 okt. - Echt spannend zal het niet worden, de stemming morgen in de Bondsdag over verlenging en samenvoeging van twee van de drie mandaten voor Afghanistan. Een ruime meerderheid van de parlementariërs vindt dat Duitsland in Afghanistan moet blijven.

Alleen Die Linke van Oskar Lafontaine en Gregor Gysi zal massaal tegenstemmen. Deze linkse partij heeft vanaf haar ontstaan het standpunt ingenomen dat de militairen zo snel mogelijk terug moeten naar hun kazernes.

De Groenen zijn sinds een recent partijcongres officieel verdeeld. De basis wil weg uit Afghanistan; de politieke top en menig groen Bondsdaglid wil blijven. Afghanistan is een spijtzwam geworden. Sinds het vertrek van leidsman en Realpolitiker Joschka Fischer is de partij dolende op buitenlands politiek gebied.

Numeriek is belangrijker dat de partijen van de grote coalitie, CDU/CSU en SPD, en de liberale oppositiepartij FDP, van mening zijn dat Duitsland zijn bondgenootschappelijke verplichtingen moet nakomen en Afghanistan niet in de steek mag laten. De vraag of Duitse militairen voorlopig in Afghanistan blijven, kan dus zonder veel risico nu al met ‘ja’ worden beantwoord.

Hoewel het er morgen bij de stemming formeel niet om gaat, is Afghanistan voor Duitsland minder een kwestie van ‘of’ dan van ‘hoe’. Hoe moet het land worden opgebouwd, hoe valt de inzet van de Bundeswehr te verbeteren en hoe moet aan de Duitse bevolking worden uitgelegd dat militaire aanwezigheid noodzakelijk is en lang kan duren.

Citha Maass, Afghanistan-expert bij de Stiftung Wissenschaft und Politik in Berlijn, een denktank voor internationale politiek, zei onlangs in NRC Handelsblad dat het Westen nog zeker vijftien jaar militair present zal moeten zijn in Afghanistan. Ze zei ook dat de omstandigheden nu slechter zijn dan een jaar geleden. Geen optimistische boodschap – en dat is precies wat de Bondsdag en het kabinet van kanselier Angela Merkel zich ook realiseren. Een optimaal scenario voor Afghanistan bestaat niet.

Duitsland heeft nu bijna zes jaar gemiddeld 3.500 manschappen in Afghanistan. Ze worden voornamelijk ingezet in de hoofdstad Kabul en de noordelijke regio Hindukush. Eenentwintig Duitse soldaten zijn intussen gesneuveld; tientallen gewond. Duitse ontwikkelingswerkers zijn gegijzeld en vermoord. Juist gisteren werd bouwingenieur Rudolf Blechschmidt vrijgelaten (zie inzet) – een hele opluchting voor Berlijn, zo vlak voor de stemming.

Gestemd wordt over verlenging van het mandaat voor het Duitse aandeel in de internationale veiligheidsmacht ISAF (drieduizend man) en dat voor de inzet van zes Tornado-verkenningsvliegtuigen (vijfhonderd man). Het is de bedoeling dat beide worden samengevoegd.

Het mandaat voor het zogeheten Kommando Spezialkräfte (KSK), dat met de Amerikanen in de operatie Enduring Freedom jacht maakt op terroristen, wordt pas volgende maand in stemming gebracht. De KSK-inzet is omstreden wegens het vermeende oorlogszuchtige karakter van dit deel van de Duitse missie.

Volksvertegenwoordigers en kabinet zijn zich ervan bewust dat ze haast letterlijk op de troepen vooruit lopen. Als het aan een meerderheid van de Duitse bevolking ligt, worden de militairen die in Afghanistan zijn gelegerd liever vandaag dan morgen teruggehaald, zo blijkt al maanden uit opiniepeilingen. Die paradox noopt Duitse politici tot voorzichtigheid, maar ook tot openlijk geëtaleerde vastberadenheid om Afghanistan niet in de steek te laten. Bondskanselier Merkel zei het onlangs zo: „We mogen Afghanistan niet aan de terroristen teruggeven.” Volgens haar is er „geen alternatief” voor militair engagement.

Haar minister van Defensie, de CDU’er Franz Josef Jung, denkt er net zo over. Hij zei laatst dat de Afghaanse president Karzai hem namens zijn land had bedankt voor de jarenlange Duitse inzet. Zolang Afghanistan uit handen van terroristen blijft, zal „ons leven in Duitsland veiliger zijn”, aldus Jung.

Critici vinden dit loze kreten en zeggen dat hiermee geen toereikende argumentatie is gegeven waarom het een Duits belang is dat in Afghanistan militairen en burgers onder grote risico’s werk verrichten voor de veiligheid en wederopbouw van het land.

Echte politieke tegenstand is er alleen van Die Linke. Partijleider Oskar Lafontaine liet dezer dagen een vlugschrift verspreiden dat in vijf punten opsomt waarom de Bondsrepubliek Afghanistan moet verlaten: Duitsland voert oorlog in Hindukush; meer soldaten, minder veiligheid; oorlog versterkt de terreur; het Afghaanse volk lijdt; Duitsland heeft met Amerika de verkeerde bondgenoot.

Morgen zal de Bondsdag hoogstwaarschijnlijk ‘ja’ zeggen tegen mandaatverlenging. De moeilijke vragen komen later. Moet Duitsland militaire en civiele werkzaamheden op elkaar afstemmen? Hoe kunnen de Amerikanen ervan worden overtuigd dat militaire inzet alleen succesvol is in combinatie met politieke en economische vooruitgang?