Drie simpele fouten in het onderwijs

De achterstanden in ons onderwijs worden alleen maar versterkt. Dat komt door fouten in de inrichting van de scholen. Jaap Westbroek noemt er drie.

In ‘De fictie van de gelijke kansen’ (Opiniepagina, 4 oktober 2007) stelt A. Rinnooy Kan dat ons onderwijs de achterstanden versterkt. Als belangrijkste oorzaak noemt hij de beperkte doorstromingsmogelijkheden, waardoor al op 12-jarige leeftijd een welhaast onoverbrugbare afstand ontstaat tussen havo/vwo en het vmbo. Daarin heeft hij groot gelijk. Maar er zijn nog andere fouten in ons onderwijs, fouten die weinig in het oog springen, maar die wel veel leerlingen op achterstand zetten. Ik noem er drie.

Puber of jongvolwassene

Waarom richten we het vmbo in voor 12- tot 16-jarigen? Op het vwo zitten leerlingen van 12 tot 18 jaar. Dat werkt in opvoedkundige zin uitstekend. Op 16-jarige leeftijd zijn jongeren op het hoogtepunt van de puberteit. Daarna veranderen zij in korte tijd in jongvolwassenen. De 5e en 6e-klassers corrigeren op een minzame manier het puberale gedrag van de 16-jarigen. Het is een diep ingrijpende, informele setting op havo-vwo scholen, die een belangrijke ondersteuning vormt voor de school.

Leerlingen van het vmbo verkeren in een geheel andere positie. Het perspectief van de eersteklassers is de bravoure van de 16-jarigen. Het laat zich gemakkelijk raden welke invloed dit heeft op de atmosfeer van de school.

Daar komt nog iets bij. De 16-jarigen verlaten op het hoogtepunt van de puberteit de school, vervuld van bravoure, maar met beperkte zelfkennis. Zij gaan naar een mbo-school met onbekende docenten en leerlingen en met een opleiding die vaak niet voldoet aan de verwachtingen. De uitval is dan ook enorm. Door de ongelukkige keuze voor de leeftijd van 16 jaar organiseert het systeem zelf de grote uitval bij de overgang van vmbo naar mbo.

Hoeveel arbeidsvreugde van docenten zou er gewonnen worden en hoeveel minder talenten van leerlingen zouden worden verspild, als wij ook het vmbo zouden inrichten voor de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

Beroepskeuze bij 12 jaar

Binnen havo en vwo biedt iedere school vier profielen aan. Een terecht uitgangspunt omdat anders de toekomstige studie van leerlingen versmald wordt door de beperkte keuzemogelijkheden van de school. Maar binnen het voorbereidend beroepsonderwijs is daar geen sprake van. Er bestaan nog steeds huishoudscholen, technische scholen en agrarische scholen waarin de smalle opleidingsstructuur het voor leerlingen zeer moeilijk maakt om een goede keuze voor een vervolgstudie te maken. Ons onderwijssysteem dwingt leerlingen op 12-jarige leeftijd hun beroepsrichting te bepalen.

Geen techniekscholen

Omdat techniek de duurste opleidingen kent met indertijd de minste instroom, is hun aantal geminimaliseerd. In Den Haag is het vmbo techniekonderwijs sinds de jaren ’90 van 7 naar 2 scholen teruggebracht. En in het mbo is dat niet anders. Het ID College heeft alle techniek geconcentreerd in Gouda. Dat betekent dat in Lisse, Katwijk, Alphen aan den Rijn, Leidschendam-Voorburg, etc. geen techniekonderwijs meer is. Het blijkt in de praktijk bijna onmogelijk om dergelijke scholen weer op te richten.

Wij spreken in Nederland vaak over het mooie vak van loodgieter. Maar de scholen waar die opleiding wordt gegeven – waar staan die eigenlijk?

Jaap Westbroek is lid van de Programmaraad voor de Innovatie van het Voortgezet Onderwijs en ambassadeur van het Platform Bèta Techniek.