Debacle en schuldvraag

Het burgemeestersreferendum in Utrecht is geheel naar verwachting op een mislukking uitgelopen. Maar de omvang van het debacle mag opzienbarend worden benoemd. Minder dan tien procent van de inwoners van Utrecht is opgekomen, waardoor de uitslag het karakter van een knock-out kreeg.

Desondanks zei het Tweede Kamerlid Aleid Wolfsen (PvdA) zich als winnaar te beschouwen en trots te zijn op zijn meerderheid, een opmerking waarmee hij er blijk van gaf sterretjes te zien. Politiek was het ongeloofwaardig en juridisch onjuist: door de lage opkomst was het referendum ongeldig. Tegenkandidaat Ralph Pans (PvdA) was meer bij zijn positieven door te spreken van een historische schok en een ‘rode kaart’ voor de procedure.

Om te beginnen moet de gemeenteraad zich dat aantrekken, omdat die zorgde voor een wedloop tussen twee kandidaten van dezelfde partij, die vervolgens als het duo lood en oud ijzer in de straten campagne mochten voeren. In plaats van inspraak of medebestuur werd zo het omgekeerde bereikt. Door een fopverkiezing te houden tussen twee vrijwel gelijkgestemde partijgenoten werd eigen onmacht en arrogantie voor de kiezer gedemonstreerd.

Gemeenteraden kunnen in hun ongelijke strijd met de landelijke politiek om de verdeling van de burgemeestersposities beter zelf het vuile werk opknappen. Liever een eenduidige voordracht van één persoon door de plaatselijke vertrouwenscommissie dan een farce opvoeren met een referendum dat geen echte keuze biedt. En ook nog bijna een miljoen euro kost.

Een referendum is alleen nuttig als de burger een belangrijke machtsvraag ook daadwerkelijk mag beantwoorden. Diens keuze moet bepalend zijn en zijn invloed reëel. De gemeenteraad van Leiden ervaart dezer dagen dat het referendum over de lightrailverbinding Gouda-Katwijk door de eigen binnenstad achteraf lichtzinnig was. De stad zei nee, maar de provincie zegt ja. Gisteren viel het college van B & W over de kwestie hoe de bestuursdwang die de provincie dreigt uit te oefenen, geïncasseerd moet worden. Zo wordt het wantrouwen aangejaagd.

Het fiasco in Utrecht heeft als onmiddellijk effect dat de nieuwe burgemeester, wie het ook zal zijn, eerst puin moet ruimen. Het aanzien van de plaatselijke democratie is geschaad. In plaats van een vertrouwensvotum is er eerder een begin van wantrouwen georganiseerd.

De Raad en de twee kandidaten hebben bovendien een pijnlijke demonstratie gegeven van de negatieve kanten van de karteldemocratie. Een stelsel waarin lidmaatschap van gevestigde politieke partijen, waarvan amper drie procent van de bevolking lid is, bepalend is voor een nog immer uitdijend aantal aanstellingen in het openbaar bestuur. Politieke partijen veranderen in banenmachines die de macht onderling verdelen. De laatste partijloze burgemeester nam in 1982 afscheid, van de gemeente Vries.

In artikel 3 van de Grondwet staat: alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar. Zo zou het inderdaad moeten zijn. Maar zo is het dus niet.