Creatief Rotterdam ‘jong en kwetsbaar’

Rotterdam intensiveert de steun aan de eigen creatieve industrie. Maar de sector zelf mort. „Waarom moeten die Amsterdammers op de bagagedrager?”

Mooie woorden rolden gisteren over de bühne van het Centrum voor Beeldende Kunst aan de Witte de Withstraat. Rotterdam is „een broedplaats van creatief talent” en die krijgt van de gemeente vrij baan in „de stad van de onbegrensde mogelijkheden”, zo hield wethouder Orhan Kaya (Cultuur, GroenLinks) zijn gehoor voor.

Maar directeur Mark Bode (38) van multimediabedrijf Shop Around! bleef na afloop van de ronkende presentatie Creativity starts here vooral zitten met vragen, en hij was niet de enige. „Heel veel ambtelijk geneuzel, maar wat gaat de gemeente nu daadwerkelijk doen? Dat zou ik graag willen weten.”

Het antwoord bleek verborgen te zitten in een koffer die iedere bezoeker na afloop uitgereikt kreeg. Wethouder Mark Harbers (Economie, VVD) gaf Bode persoonlijk tekst en uitleg. Rotterdam steekt komend jaar ruim 60 miljoen in de creatieve sector. Een deel daarvan gaat in de vorm van bankgaranties naar startende ondernemers in de architectuur, productinnovatie, muziek, media en design. Bovendien zal de sector, nu goed voor 10.000 banen in Rotterdam en een geschatte jaaromzet van 400 miljoen euro, uitgebreid voor het voetlicht worden gebracht, ook internationaal. Netwerkbijeenkomsten moeten leiden tot de door Harbers gewenste „creatieve kruisbestuivingen” en een banengroei: 2.000 extra arbeidsplaatsen in 2010.

Overtuigd bleken de aanwezige pioniers van Rotterdamse kunstsector niet, alle fraaie voornemens ten spijt. In navolging van Bode beklaagde ook partyorganisator Ted Langenbach zich over „oneerlijke concurrentie”. „Amsterdams talent kan hier werkruimte krijgen voor 200 euro per maand, terwijl een Rotterdammer de volle mep moet betalen: 1.600 euro. Waarom moeten die Amsterdammers op de bagagedrager? Dat gevoel leeft heel sterk in de stad.”

Sceptisch was ook directeur Jacques van Heijningen van het Rotterdams Fonds voor de Film en audiovisuele media. Zijn dienst won vorige week zes Gouden Kalveren bij het Nederlands Filmfestival, maar moet komend jaar inleveren: van een budget van 3,1 naar 2,7 miljoen euro. „De creatieve sector doet het goed hier, maar is nog jong en dus kwetsbaar. Deze humuslaag moet je blijven bewateren, anders valt alles straks zo weer om.” Van Heijningen ziet zijn doelstelling – in 2010 van vijftig naar honderd producers – in gevaar komen door de kostenbesparing.

Maar de meest cynische toehoorder was gisteren deejay Ronald Molendijk. Al bijna twee jaar wordt hij naar eigen zeggen „aan het lijntje gehouden” door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR). Deze gemeentelijke vastgoeddienst deed volgens Molendijk (42) „tal van toezeggingen zonder er ook maar één na te komen” bij de exploitatie van een leegstaande bioscoop in de Leuvehaven, nabij het centrum.

Zijn collega’s van evenementenbureau Verse Geesten droegen gisteren, tot ergernis van de OBR-bestuurders, T-shirts met de provocerende opdruk Ontmoedigings Bedrijf Rotterdam. Bovendien deelden zij een boekwerk uit, getiteld Creatieve economie in Rotterdam, de praktijk, dat een ontluisterend beeld schetst van het gevecht met de ambtelijke molens.

Toen Molendijk vorige week aankondigde de publiciteit te zullen zoeken, kwam het OBR hem alsnog tegemoet. „Duizendmaal excuses en ineens stond er wel 30.000 euro op onze rekening.” Maar hoop op een goede afloop heeft hij niet. „Het probleem is dat het beleid hier wordt uitgevoerd door mensen die om vijf uur niet weten hoe snel ze via de Maasboulevard naar huis moeten rijden. Ze wonen niet in Rotterdam en hebben geen enkele affiniteit met de stad.”

Een woordvoerder van het OBR verklaarde dat een deel van de schuld ook bij Molendijk zelf lag. „Maar het had natuurlijk nooit zover mogen komen.” Wethouders Kaya en Harbers zegden de gedupeerde ondernemer gisteren toe de zaak „tot de bodem” uit te zullen zoeken. Harbers: „Als dit allemaal waar is, dan heeft Rotterdam nog wel een weg te gaan.”