Corbijn beziet Curtis liefdevol

Popfotograaf Anton Corbijn debuteert als filmmaker met ‘Control’, over Joy Division.

De vrijwel onbekende acteurs leveren topprestaties.

Als de piepjonge Ian Curtis op een middag in zijn jongenskamer thuis een nieuwe elpee uit een papieren zak haalt, komt de schizofrene hoes van Aladdin sane van David Bowie tevoorschijn. Daar legt de regisseur zijn kaarten direct op tafel. We zijn halverwege de jaren zeventig, we hebben te maken met een bijzondere jongen die à la Bowie onzeker is over zijn identiteit – a lad insane – en via muziek zoekt hij een uitweg uit de grauwe straten van Manchester.

Later in de film zien we Ian over straat lopen. Zijn band zoekt een „zanger die kan zingen” en hij heeft gezegd dat hij het wel wil doen. Zijn kraag heeft hij stoer opgezet. Op de rug van de jas heeft hij HATE geschreven. Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over: Ian draagt de woede van de punkgeneratie in zich. Het roerende is dat hij naar zijn baantje op het arbeidsbureau gaat, waar we hem als de zachtheid zelve zien werken.

Control is het speelfilmdebuut van Anton Corbijn. De film is sinds zijn première in Cannes op vele festivals bejubeld. Het is gemakkelijk te zien waarom. Corbijn en cameraman Martin Ruhe hebben de jaren zeventig in grijstinten opgeroepen die genuanceerd en helder zijn. In de hoofdrollen leveren de tot dusver vrijwel onbekende Sam Riley als Ian Curtis en Samantha Morton als zijn vrouw Debbie bovendien topprestaties. Zeker als je bedenkt dat de muziek van Curtis’ band Joy Division voor de film live werd gespeeld door de acteurs en dat Riley dus perfect Curtis zingt.

De optredens die Corbijn heeft geënsceneerd zijn de beste momenten van de film. We zien en horen de muziek voortkomen uit Curtis’ biografie – waarbij het moeilijk te vatten blijft dat hij pas 23 was toen hij een eind maakte aan zijn leven.

De opwindende muzikale omgeving van die post-punkjaren blijft in Control vrijwel achterwege. Ook van de gepolariseerde Britse samenleving van de vroege Thatcherjaren krijgen we niet veel meer te zien dan de straten, de huizen en het arbeidsbureau.

Corbijn heeft weinig accenten in Curtis’ biografie geplaatst. Control is daardoor een tamelijk keurige biopic geworden. Dat kan niet liggen aan het feit dat Corbijn voor zijn film de goedkeuring van Curtis’ weduwe Debbie zocht – zij staat ook op de aftiteling van Michael Winterbottoms veel uitbundigere 24 Hour Party People.

De filmmaker beziet Curtis’ leven met veel nuance. Zo is de wijze waarop hij Curtis’ minnares Annik (Alexandra Maria Lara) neerzet niet anders dan liefdevol te noemen. Zij heeft Ian niet afgepakt, híj is in al zijn rusteloosheid naar háár toegekomen. Dat hij later, als Debbie zijn overspel heeft ontdekt, uitroept: ‘Ik heb het geprobeerd, maar ze wil niet weggaan’, zegt meer over hemzelf dan over Annik. Zulke nuances zijn bewonderenswaardig, maar soms alleen wel wat saai.

Control. Regie: Anton Corbijn. Met: Sam Riley, Samantha Morton, Alexandra Maria Lara. In: 13 bioscopen. *****