Brits belastingplan gaat niet ver genoeg

Het besluit van de Britse regering om de belastingaftrek voor kapitaalwinsten op langdurige beleggingen – het zogenoemde taper relief – af te schaffen en een standaardtarief van 18 procent op alle vormen van kapitaalwinst in te voeren, heeft tot voorspelbare protesten van bedrijvenopkopers geleid.

Maar die protesten moeten met een korreltje zout worden genomen, want dit was een verstandige hervormingsmaatregel. Het enige probleem is dat minister van Financiën Alistair Darling niet ver genoeg is gegaan.

Het goede nieuws is dat de regering een storende factor uit het Britse belastingstelsel heeft verwijderd. Taper relief – waardoor het belastingtarief op kapitaalwinst op effecten die langer dan twee jaar in bezit werden gehouden geen 40 maar 10 procent bedraagt – was een aardig idee. Maar in de praktijk werkte het niet goed, omdat de korting uitsluitend van toepassing was op bepaalde soorten effecten: aandelen in niet-beursgenoteerde bedrijven en aan de AIM (de Londense beurs voor het midden- en kleinbedrijf) genoteerde ondernemingen.

Dit belastingregime zette mensen er niet alleen toe aan om hun aandelen uit belastingoverwegingen vast te houden, maar bevoordeelde ook de private-equitysector ten opzichte van beursgenoteerde bedrijven.

Riskantere, met hoge schuldenlasten werkende bedrijfsmodellen profiteerden meer dan conservatievere structuren. In de toekomst zal het voor beleggers qua belastingtarief geen verschil meer maken of zij aandelen bezitten in beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde ondernemingen.

De private-equitysector ziet dit voordeel natuurlijk niet graag verdwijnen. Maar de suggestie dat de sector naar het buitenland wordt gedreven, lijkt overtrokken. Het nieuwe tarief is wel een fractie hoger dan dat in sommige andere Europese landen, zoals Frankrijk, waar het tarief op 16 procent ligt, of Italië met 12,5 procent.

Het ministerie van Financiën had de stap beter belastingneutraal kunnen houden en de weg kunnen plaveien voor een lager tarief, dan stiekem 900 miljoen pond (1,3 miljard euro) extra binnen te halen. Maar het enige land dat zich als financieel centrum met Groot-Brittannië kan meten is de VS, waar het belastingtarief vrijwel gelijk is aan het nieuwe Britse tarief.

De Britse private-equitysector heeft eigenlijk alle reden om opgelucht te zijn over de bescheiden omvang van de hervormingsmaatregel. Geheel buiten beschouwing gelaten is de fiscale behandeling van de zogenoemde carried interest (de winst voor de fondsmanager na aftrek van beleggingskosten en winstuitkeringen aan beleggers), die als kapitaalwinst en niet als inkomsten beschouwd blijft worden. Dit extraatje is misschien niet meer wat het ooit geweest is, maar een belastingtarief van 18 procent op je prestatievergoeding is nog altijd veel beter dan 40 procent.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld