Beste prognoses olieprijs in Russisch en Arabisch

Gerenommeerde instituten publiceren regelmatig prognoses voor de ontwikkeling van de olieprijs. Meestal zitten ze er ver naast.

U spreekt geen Russisch? Arabisch dan? Ook niet? In dat geval kunt u misschien maar beter niet in olie beleggen.

Uit een vandaag verschenen onderzoek van adviesbureau Roland Berger blijkt dat staatsbegrotingen van olieproducerende landen als Rusland en Iran een veel betere voorspelling geven van toekomstige olieprijzen dan de gevestigde instituten in de energiewereld, zoals het Internationale Energie Agentschap (IEA) of de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA).

Maar daarvoor moet u wel de taal machtig zijn. Want de rijksbudgetten van Saoedi-Arabië worden niet in het Engels uitgegeven.

Dat de olieprijsvoorspellingen van de bekende instituten niet altijd even accuraat zijn, is een publiek geheim (in de World Energy Outlook van vorig jaar zette het IEA de olieprijs voor 2010 nog op 52 dollar), maar hoe erg de gevestigde orde eigenlijk onderdoet voor de olielanden in hun voorspellingen, blijkt nu uit de berekeningen van het adviesbureau.

De inschattingen van de olieprijs die door olieproducerende landen worden gebruikt in staatsbudgetten (om de inkomsten uit oliewinning te begroten), weken tussen 1999 en 2006 gemiddeld 15 procent af van de marktprijs waarvoor de olie uiteindelijk werd verhandeld. Ter vergelijking, het IEA en de EIA scoorden respectievelijk een gemiddelde afwijking van 27 en 22 procent. Beursorganisatie Nymex, waar veel oliecontracten worden verhandeld, deed het nog slechter: gemiddeld 29 procent van de uiteindelijke marktwaarde.

Arnoud van der Slot, partner bij Roland Berger en betrokken bij het onderzoek, denkt wel te weten waarom de westerse instellingen geen nauwkeurige olieprijsvoorspellingen kunnen afgeven. Het is voornamelijk een kwestie van overerving, zegt hij. „De instituten hebben in het verleden langetermijnvoorspellingen afgegeven, en willen daar eigenlijk zo weinig mogelijk van afwijken.”

Maar er is ook iets anders. De EIA, het IEA, en Nymex baseren hun voorspellingen voornamelijk op normale vraag- en aanbodanalyses. Bij het bepalen van de aanbodzijde gaan zij echter uit van de totale productiecapaciteit van olielanden. „En dat is niet hetzelfde als het aanbod”, zegt Van der Slot. Sommige olielanden zijn zo groot (Rusland, Iran en Saoedi-Arabië zijn goed voor 40 procent van de olie-export) dat ze de olieprijs kunnen beïnvloeden door hun productie willekeurig te verhogen of verlagen. Te pas en te onpas doen ze dat, bijvoorbeeld om betere prijzen voor hun olie te krijgen.

Dat verklaart volgens Van der Slot tegelijkertijd waarom de olielanden juist wel zulke goede voorspellers van olieprijzen zijn. Zij kunnen precies het aanbod bepalen, en bovendien kunnen ze met het beïnvloeden van hun productie ook aansturen op een eerder afgegeven inschatting.

Opvallend in het onderzoek van het adviesbureau is ook dat de landen van oliekartel OPEC juist een stabilisering van de olieprijs verwachten. IEA en EIA verkondigden al geruime tijd een daling. Als de resultaten van het onderzoek ook gelden voor komende jaren, dan zou een stabilisatie van de olieprijs dus waarschijnlijker zijn.

Maar dat heeft volgens Van der Slot geen grote gevolgen. De meeste mensen zijn inmiddels gewend aan hoge (brandstof)prijzen. Wel denkt hij dat het een steun kan vormen voor de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen.

IEA en EIA hoeven volgens Van der Slot overigens niet meteen te sluiten. „De schattingen van olieprijzen door de OPEC-landen zijn niet altijd vrijelijk verkrijgbaar.” Bovendien, zegt hij, moeten de cijfers van de olielanden nog wel enigszins bewerkt worden voordat ze bruikbaar zijn voor beleggers.