Akkoord na korte staking bij Chrysler

Duizenden werknemers van Chrysler hebben gisteren gestaakt. Het was de eerste landelijke staking bij Chrysler in 22 jaar. Na een werkonderbreking van zes uur werd alsnog een akkoord bereikt tussen de autofabrikant en vakbond United Auto Workers.

Twee weken geleden staakten werknemers bij grote concurrent General Motors ook al. Vakbond United Auto Workers kwam toen na twee dagen van staken tot overeenstemming met het bedrijf. Zowel toen bij GM als nu bij Chrysler is afgesproken dat nieuwe werknemers tegen een lager uurloon aangenomen kunnen worden.

Ook laten beide concerns de vakbond een fonds beheren waaruit de toekomstige ziektekostenverplichtingen van (ex-)werknemers betaald worden. De vakbond en niet de fabrikant draagt daarmee het risico van eventuele prijsstijgingen. Verdere details zijn nog onbekend.

Hierna volgen nog gesprekken met de derde grote Amerikaanse autofabrikant, Ford. Van de drie fabrikanten staat dit bedrijf er het slechts voor. Ford verwacht niet eerder dan 2009 weer winst te maken.

De situatie bij Chrysler is uitzonderlijk omdat private-equitybedrijf Cerberus twee maanden geleden een meerderheidsbelang in het bedrijf kocht van het Duitse Daimler. Daarmee kwam een einde aan de negen jaar geleden begonnen maar uiteindelijk mislukte fusie van twee trans-Atlantische autofabrikanten.

Omdat Chrysler niet langer kwartaalresultaten bekendmaakt, zal de impact van de lopende staking nog enige tijd onbekend blijven. Het bedrijf had uit zichzelf al vijf fabrieken stilgelegd omdat de inventaris aan onverkochte auto’s teruggebracht moest worden. Amerikaanse dealers hebben voor 71 dagen aan voorraad staan.

Het is onbekend hoeveel werknemers hebben gestaakt. Het aantal werknemers van de fabrikant loopt al jaren terug. Tien jaar geleden werkten er nog ruim 125.000 Amerikanen, nu is dat 50.000 minder.

Het marktaandeel van Amerikaanse fabrikanten neemt af ten gunste van Aziatische merken. Een op de acht in de VS verkochte auto’s is van Chrysler-makelij. De productie van een auto kost de zogenoemde ‘Grote Drie’ (GM, Ford en Chrysler) gemiddeld duizend dollar meer dan Toyota. De Amerikaanse bedrijven lijden met name onder de ziektekostenverplichtingen van hun (ex-)werknemers.