Wat niets kost, kan niet veel waard zijn

Cadeautje van het kabinet: gratis schoolboeken voor alle middelbare scholieren.

Leuk voor de ouders, maar het imago van het onderwijs wordt er niet beter van.

Dit kabinet gaat extra investeren in onderwijs. Dat is hard nodig. Zo staat straks de leraar weer op een voetstuk, de leerling in het zonnetje, het klaslokaal mooi in de verf, en de manager buiten de deur.

Als eerste concrete maatregel heeft het kabinet besloten volgend jaar de schoolboeken in het voortgezet onderwijs gratis te maken. Ik zou zeggen: een goed begin, maar niet meer dan dat, want er zijn nog veel andere zaken die gratis gemaakt kunnen worden. Gratis musea, gratis eten, gratis kleren, gratis medicijnen, gratis kinderen. Eigenlijk zou het hele leven gratis moeten zijn!

Of niet? Een van de wetten van de economie is dat dingen die niets kosten, ook geen waarde hebben. Liggen ergens gratis pennen? U steekt er waarschijnlijk zo tien in uw binnenzak, maar de dag daarop zijn ze allemaal zoek. Dat is heel anders met de gouden vulpen van uw grootvader. De kans is groot dat u die over twintig jaar nog steeds gebruikt.

Onderwijs kost geld, handenvol geld. Dat is maar goed ook, want het is bijzonder waardevol. Goed onderwijs is de beste investering die een maatschappij kan doen, met het hoogste rendement. Historici kunnen vertellen dat economische en culturele bloeiperioden, die zich soms zo onverwacht in plaats en tijd lijken aan te dienen, vaak vooraf worden gegaan door stille perioden van onderwijsverbeteringen. Onderwijs is ook een terrein waar bij uitstek solidariteit op z’n plaats is. Niet uit barmhartigheid, maar uit keihard eigenbelang – eigenbelang van een maatschappij die hoopt dat toekomstige generaties voldoende welvaart kunnen genereren.

Goed onderwijs mag dan duur zijn, het grote probleem in Nederland is niet dat het gemiddelde gezin te veel aan onderwijs uitgeeft. Gegeven de enorme individuele én collectieve belangen zijn de Nederlandse school- en collegegelden bescheiden, zeker internationaal gezien. Nee, de kosten zijn niet zozeer te hoog, de waardering is eerder te laag. Leraren en scholen hebben niet de positie die ze verdienen. In die zin vormt het onderwijs een spiegelbeeld van dat andere grote maatschappelijke probleem: de gezondheidszorg. In de zorg is geen sprake van lage waardering, wel van hoge kosten. Zo snel als de kosten in de zorg zijn gegroeid, zo hard is de waardering voor het onderwijs gedaald. Lage kosten, lage waardering. Hoge kosten, hoge waardering. Misschien zijn die economen zo gek nog niet.

Prima dus als de overheid het voornemen heeft om deze trend te keren en van het onderwijs prioriteit nummer één te maken. Maar zijn gratis schoolboeken dan wel de meest voor de hand liggende weg? Is dit nu de beste manier om onze waardering voor onderwijs in harde euro’s uit te drukken? Deze maatregel moet toch in eerste plaats gezien worden als een korting op onderwijs, dat wil zeggen een korting voor de consument. Het onderwijs wordt er alleen maar goedkoper door, althans voor de burger. En dan voornamelijk voor de midden- en hogere inkomens, want voor degenen die het echt nodig hebben worden schoolboeken allang vergoed. Geen cent van de boekentoelage van 300 miljoen euro zal bij de leraren of de scholen terechtkomen. Uiteindelijk telt alleen de koopkracht van de burger en niet de koopkracht van de leraar.

De uitgevers zullen we niet over deze subsidie horen klagen, hoogstens dat het bedrag te laag is. Maar wat is voor hen nog de impuls om zo goed mogelijke kwaliteit tegen zo laag mogelijke prijs te leveren, als Vadertje Staat toch alles ongezien voor zijn kinderen koopt? Juist op dit terrein kan veel bespaard en gewonnen worden. Enthousiaste leraren kunnen betrokken worden bij het ontwikkelen van het materiaal, dat tegenwoordig heel goedkoop via internet verspreid kan worden. Dan is de kennis ook gemakkelijk te actualiseren. Maar de middelen om vrij toegankelijk materiaal te ontwikkelen zijn zéér bescheiden. Hier kan wat van de academische wereld geleerd worden, waar wetenschappers in een anarchistische strijd tegen de grote uitgeversconcerns zijn verwikkeld om weer baas in eigen publicaties te worden. Het laatste wat zij zouden willen is dat de overheid een blanco cheque zou uitschrijven.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) heeft aangegeven dat hij de komende jaren het onderwijs fors wil verbeteren. Maar zijn die hartelijke wensen voldoende? Volgens de commissie-Rinnooy Kan gaan deze plannen minstens een miljard euro per jaar kosten. Maar minister Bos (Financiën, PvdA) heeft al gezegd dat Plasterk het extra geld voor deze verbeteringen binnen zijn eigen begroting moet vinden – de begroting van het ministerie van Onderwijs dus. Hoe slim de ambtenaren ook gaan zoeken, één ding weten we zeker: dat extra geld voor onderwijs zal onttrokken worden aan ander geld voor onderwijs.

Maar goed onderwijs zou geen zero-sum game moeten zijn. Daar is het veel te waardevol voor. Laten we eens beginnen te betalen wat we eigenlijk vinden dat het waard is, aan hen die het verdienen, in plaats van weer een misplaatste korting te bedingen.

Robbert Dijkgraaf is universiteitshoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam.