Waar de papavers bloeien

Binnenkort is het zes jaar geleden dat in Afghanistan de Talibaan werden verslagen. In Kabul rukten de vrouwen hun chador af, er werd weer gevoetbald en toen de eerste vreugde geluwd was, werd ook een begin gemaakt met de bestrijding van de papaverteelt. Nu, in de International Herald Tribune van 8 oktober wordt Antonio Costa, directeur van het Office on Drugs and Crime van de Verenigde Naties geciteerd: „De afgelopen vijf jaar heeft het uitroeiingsproces niet gewerkt, en dit jaar was het een farce.”

Bemoeit Den Haag zich wel voldoende met de Afghaanse papaverteelt? Omstreeks het midden van het vorig jaar kwamen de eerste berichten dat de Talibaan zich reorganiseerden. Het ging sneller dan het opperbevel van de NAVO en de Amerikanen hadden verwacht. Dit heeft ook voor de Nederlandse soldaten gevolgen gehad. Ze zouden daar overwegend gaan opbouwen en misschien een beetje vechten. Nu is officieel door de hoogste autoriteiten erkend dat ze daar op een vechtmissie zijn. Zeer binnenkort wordt beslist of deze missie na de zomer van 2008 met twee jaar zal worden verlengd.

Ik heb al eerder geschreven dat het, onder zulke onzekere, snel veranderende verhoudingen ter plaatse, niet verantwoord is, dat Nederland zo lang van tevoren verplichtingen aangaat waarvan nu niemand de omvang en de gevaren kan overzien. In de discussie zoals die tot dusver is verlopen tellen andere argumenten zwaarder. Er is onder de leden van de NAVO die meedoen aan de militaire missie toch al weinig animo om hun soldaten langer dan de afgesproken termijn te laten blijven. Als Nederland zou besluiten in 2008 te vertrekken vreest de secretaris- generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer daarvan een domino-effect. Dat valt te begrijpen. Maar hij is niet degene die over onze buitenlandse en militaire politiek beslist.

Een van de complicaties die stabilisering van Afghanistan hinderen, is de papaverteelt. Dat het land de grootste producent van opium en heroïne is, weten we al heel lang. Ondanks zes jaar militaire aanwezigheid van het Westen, bloeien de papavers als nooit tevoren. Volgens de Verenigde Naties voorziet Afghanistan in 93 procent van de wereldbehoefte en dit jaar wordt een recordoogst verwacht. Je kunt je afvragen of het beter was gegaan als president Bush en de neoconservatieve club in Washington hun aandacht daarop hadden geconcentreerd, en zich bij het probleem van Saddam Hussein hadden beperkt tot de politiek van containment, die sinds 1991 goed had gewerkt. Maar dat is mosterd na de maaltijd. Irak is een ramp die binnen de ambtstermijn van Bush niet wordt goedgemaakt, en in Afghanistan gaat het ook de verkeerde kant op. De Talibaan worden sterker, ook door de inkomsten uit de papaverteelt.

Wat te doen? Meer Amerikaanse troepen daarheen? Dat gaat niet want de Amerikaanse strijdkrachten zijn al overspannen. Meer strijdkrachten van de NAVO? De meeste leden hebben er geen zin in. De nieuwe oplossing van Washington is de papavervelden te bespuiten met een plantendodend middel. President Bush heeft er persoonlijk bij collega Karzai op aangedrongen. Minister Rice is langs geweest; nog een paar deskundigen uit Washington.

Karzai heeft er geen zin in. In zijn eigen land staat hij niet sterk. Een paar weken geleden heeft hij voorgesteld onderhandelingen met de Talibaan te beginnen. Hij kreeg nul op het rekest. Hij voelt er niets voor arme boeren tegen zijn regering in het harnas te jagen. Niet alleen zouden ze door de bespuiting hun broodwinning verliezen, er zou ook niets tegenover staan. Chemische bestrijdingsmiddelen worden gewantrouwd sinds de Amerikaanse luchtmacht de Vietnamese bossen met agent orange bewerkte. Boeren die ten gevolge van de ingreep van hun vreemde bevrijders niets meer verdienen zullen zich eerder door de Talibaan laten rekruteren. Er is een redelijke kans dat als gevolg van de papaverbestrijding de strijdkrachten van het Westen in de volgende vicieuze cirkel terecht zullen komen.

Hadden we dit alles kunnen voorzien? Ja. Het is ook voorzien. Al jaren waarschuwen deskundigen voor de risico’s van de papaverteelt, worden voorstellen gedaan om op een of andere manier de landbouw te hervormen. Tot de hoogste kringen van de besluitvormers is dit alles waarschijnlijk niet voldoende of te laat doorgedrongen zodat nu, door de verslechtering van de toestand, radicalere maatregelen worden overwogen. En zoals alweer te voorzien is, zullen die op radicaler verzet stuiten. Dat zal dan ook weer door de Nederlandse soldaten in Uruzgan worden ervaren.

Zo komt het dat de papaverteelt in Afghanistan tot een vraagstuk voor onze buitenlandse politiek wordt. Volgens de Tribune dringt Washington steeds sterker aan op bespuiting. Nederland heeft zijn eigen expertise in Wageningen. Onze ambassade in Washington rapporteert aan het kabinet. Wat denken de ministers Verhagen en Van Middelkoop ervan? Gaan de papavers nog een rol spelen als binnenkort het besluit wordt genomen om de missie wel of niet te verlengen? De toekomst van de soldaten is regelrecht met de papavers verbonden.