Verfriste liedjes en imitaties op toneel

Voorstelling: Welkom, welkom in mijn hoofd, door Erik van Muiswinkel & Omnibuzz. Gezien: 9/10 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 20/12. Inl. www.harrykies.nl

Hobbyisme in het theater, er is zelden iets vervelender dan dat. Slechts in heel uitzonderlijke gevallen levert het iets gedenkwaardigs op. En het nieuwe theaterprogramma van Erik van Muiswinkel is zo'n geval. Wat eigenlijk als tussendoortje was bedoeld, is een heuse tournee geworden waarin de cabaretier liedjes zingt die hij zelf mooi vindt en verhalen voorleest waarvan hij vindt dat iedereen ze moet kennen. In januari hervat hij zijn samenwerking met Diederik van Vleuten, maar nu reist hij het land door met Welkom, welkom in mijn hoofd.

Het is Van Muiswinkel aan te zien (en te horen) dat hij hier naar eigen smaak en inzicht de beste nummers van zijn tekstschrijvershelden laat horen. Wervend kondigt hij de liedjes van zijn keuze aan, vaak met een anekdote of ander geestig commentaar, en na de voorpret volgt steeds een vertolking op hoog niveau. Liefdevol en toegewijd, en soms ook met een ingehouden soort spanning die het nummer weer geheel verfrist tot leven brengt. Minder bekend repertoire is het veelal, van bekenden als Drs. P, Willem Wilmink, Bram Vermeulen, Lennaert Nijgh en Raymond van het Groenewoud aan wiens repertoire de titel van het programma is ontleend. Plus twee rake vertalingen van Bindervoet & Henkes (When I’m 64 van de Beatles) en van de zanger zelf (Nothing rhymed van Gilbert O'Sullivan). En ook de vijfmansgroep die hem begeleidt, wekt de indruk geheel voor eigen plezier te werken.

Van Muiswinkel zingt alles met zijn eigen stem, maar in De nozem en de non van de bard Cornelis Vreeswijk schudt hij zijn hele arsenaal aan imitaties leeg. Het zijn er maar liefst vijftien – onder wie Anton Geesink, Willem Oltmans, Marcel van Dam, Hans Janmaat en Bert en Ernie uit Sesamstraat. Het resultaat is een hilarische pauzefinale.

Bijzonder zijn ook de favoriete verhalen die Van Muiswinkel voorleest: een sardonisch relaas dat Maarten Spanjer schreef over Jeroen Krabbé, een scabreuze pastiche van Drs. P en twee wonderbaarlijke teksten van Bindervoet & Henkes. En als hij die voorleest, lijkt het zelfs of de verteltrant van James Joyce begrijpelijk is geworden. Mooi is dat, als iemand met zo veel taalgevoeligheid en smaak zijn hobby uitleeft.