Tijdschrift voert actie voor Iraakse hardrock

Hun muziek is agressief, grimmig en snoeihard – niet anders dan de muziek van een willekeurige hardrockband. Maar in Bagdad, waar de groep Acrassicauda vandaan komt, wordt een afwijkend geluid niet geaccepteerd.

Acrassicauda (Latijn voor zwarte schorpioen) begon in 2001, geïnspireerd door Westerse bands als Slayer, Metallica en Slipknot. Hun Engels leerden ze van de schaarse bootleg-cd’s in Irak.

In 2003 brak de oorlog uit - vanaf dat moment werd repeteren in Bagdad nog moeilijker. De bandleden werden met de dood bedreigd door religieuze fundamentalisten, die hen ervan beschuldigden muziek van de duivel te maken. Uiteindelijk vluchtten de muzikanten naar Syrië. Maar deze week loopt hun verblijfsvergunning aldaar af. En terug naar Irak kan het viertal niet.

Het tijdschrift Vice, in Nederland gratis verkrijgbaar in hippe modezaken, heeft nu een actie opgezet om geld in te zamelen voor visa en vliegtickets. Het tijdschrift wil de vier het liefst naar een westers land halen. De actie is een initiatief van filmmakers Eddy Moretti en Suroosh Alvi, tevens de oprichters van de Amerikaanse moedereditie van Vice. Eerder maakten zij de documentaire Heavy Metal in Baghdad over de groep, die onlangs op het filmfestival in Toronto in première ging.

Het maken van de documentaire ging bepaald niet makkelijk, vertelt Eddy Moretti telefonisch vanuit New York. „Telkens stuitten we op het bezwaar dat rockmuziek in Irak niet als een waardevolle culturele uiting wordt beschouwd. Uiteindelijk zijn we gewoon gegaan.”

Vice hoopt 20.000 dollar in te zamelen. Maar is er wel een toekomst voor Acrassicauda buiten Irak? Moretti: „Ik denk het wel. Ze zijn bloedfanatiek. Als ze hun muziek in in vrijheid kunnen ontwikkelen, zijn ze niet te stoppen.”

Meer info: heavymetalinbaghdad.com