‘Scholieren moeten harder werken’

Als Jo Ritzen nog minister van Onderwijs was geweest, hadden middelbare scholieren het zwaar: meer uren, harder werken, zwaardere examens. „Het profiel Cultuur en Maatschappij is veel te licht.”

Japke-d. Bouma en Derk Walters

Het is tien jaar geleden dat Jo Ritzen (PvdA) minister was van onderwijs: van november 1989 tot augustus 1998. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de invoering van de prestatiebeurs en de ov-studentenkaart, maar ook voor de ontwikkeling van de zogenaamde profielen, een nieuwe indeling van vakkenpakketten op havo en vwo.

Vóór de komst van de profielen deden leerlingen examen in zes à acht vakken; na de komst van de profielen waren het er veertien.

Jo Ritzen is tegenwoordig voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht. Hij krijgt nu de studenten binnen die zijn opgeleid met ‘zijn’ profielen.

Wat vindt u van het Nederlandse onderwijsniveau?

„Het algemene gevoel is dat het niveau van het onderwijs hier achteruit kachelt. Ik geloof daar niet in. Het is geklaag van alle tijden, je hoort het al sinds de oude Grieken. Ik vind het oudemannenpraat in de categorie ‘vroeger was alles beter’.”

Hoogleraren klagen over het niveau van studenten, studenten klagen dat ze te weinig hebben geleerd op school en onderzoekers concluderen dat het niveau is gedaald. En dan zegt u dat het wel meevalt?

„Kijk alleen al naar het aantal scholieren dat het niveau van het gymnasium haalt. Toen ik op het gymnasium zat, in de jaren zestig, zat daar slechts 2 procent van de scholieren. Nu haalt 15 procent dat niveau.”

Misschien is het niveau van het gymnasium gedaald.

„Er zijn geen eensluidende cijfers dat het onderwijsniveau gedaald is. Er is geen consensus over. Ik vind dus dat je moet oppassen als je zoiets beweert.”

Hoe goed zijn uw studenten in wiskunde?

„Ze hebben wat dat betreft minder in hun mars dan vroeger. Ze kunnen wiskunde minder goed toepassen. Daarom doen we op onze universiteit op het moment ook veel aan bijspijkercursussen.”

Is het niveau van wiskunde gedaald sinds de invoering van de profielen?

„Het komt niet door de profielen. Het komt doordat de wiskundemethodes in het voortgezet onderwijs steeds minder de harde, basale, wiskunde behandelen, zoals integreren en differentiëren. Ik vind dat dat echt anders moet. Het Freudenthal Instituut [dat onderzoek doet naar het leren en onderwijzen van rekenen en wiskunde, red.] moet als de sodemieter met een voorstel komen voor een andere aanpak van het wiskunde-onderwijs.”

Het aantal uren wiskunde is met de invoering van de profielen drastisch verlaagd.

„Dat is veel later gebeurd, nadat ik minister was.”

Wat vindt u van het niveau van de Nederlandse taal van uw studenten? Men klaagt dat ze niet meer zouden kunnen spellen en schrijven.

„Daar kan ik niet over oordelen. Ik weet wel dat ik in mijn tijd als minister soms al schrok van de schrijffouten in de nota’s van mijn ambtenaren.”

En het Engels?

„Studenten van tegenwoordig spreken veel beter Engels dan in mijn tijd. Maar het is nog lang niet voldoende. Veel studenten klagen zelf ook: ‘ik wou dat ik op school beter Engels had gehad’.”

U zegt dat het niveau niet is gedaald, maar intussen vindt u wel dat de vaardigheden in wiskunde en Engels achteruit zijn gegaan.

„Het ligt genuanceerder. Ik vind dat er hier echt goede studenten rondlopen. Beslist niet slechter dan tien jaar geleden. Het ligt er ook maar aan wát je meet als je het hebt over niveau. We krijgen hier veel buitenlandse studenten en dan valt inderdaad op dat de Nederlandse minder goed zijn in feiten. Aziaten zijn daar bijvoorbeeld beter in. Daar staat tegenover dat Nederlandse studenten veel beter zelfstandig kunnen werken en dat ze beter zijn in teamwork.”

Waarom heeft u de profielen destijds bedacht?

„We vonden dat de bestaande vakkenpakketten te smal waren. En het waren vaak ‘pretpakketten’. Scholieren konden slagen met zes of zeven vakken die niets voorstelden en die weinig diepgang hadden. De universiteiten waar ze vervolgens aankwamen, moesten er maar voor zorgen dat ze slaagden. De universiteiten klaagden in die tijd dat tweederde van de rechtenstudenten met een alfapakket er niet in slaagde het eerste jaar te halen.

„De profielen moesten scholieren een bredere basis geven. Met meer wiskunde en nieuwe vakken als culturele en kunstzinnige vorming, algemene natuurwetenschappen en maatschappijvakken.”

Meer vakken betekent minder diepgang.

„Dat wilden we absoluut niet. We vonden dat de extra vakken ook voldoende inhoudelijk moesten zijn. Maar dat is nooit gerealiseerd. Onmiddellijk na de invoering van de profielen kwam er een roep om verlichting, zowel van scholen als van scholieren, omdat ze de pakketten te zwaar vonden. De politiek schrok daar enorm van en honoreerde de roep om verlichting. Zo gaan die processen. Ik ben vertrokken als minister vlak voordat de profielen overal werden ingevoerd. Maar ik zou zélf niet zo snel wijzigingen hebben doorgevoerd. Ik vind dat de politiek te gemakkelijk concessies heeft gedaan.”

Vindt u dat scholieren alleen moeten kunnen slagen als ze voldoendes hebben voor Nederlands, Engels en wiskunde?

„Ja, dat vind ik wel. Ik vind ook dat scholieren zowel voor het centrale examen als voor het schoolexamen voldoendes moeten halen, maar dan moeten er wel meer herkansingen mogelijk zijn.”

Als u uw zin had gekregen, zou het havo en de vwo veel zwaarder zijn geworden en was het aantal studenten in het hoger onderwijs gedaald.

„Dat hadden zeker de universiteiten destijds geen bezwaar gevonden. Ze kozen er juist voor genoegen te nemen met minder studenten, als het maar wel goede studenten waren. De wens om de profielen in te voeren, kwam voornamelijk bij de universiteiten vandaan.”

Vindt u dat de profielen geslaagd zijn?

„De aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs is verbeterd, de studierendementen zijn toegenomen. Studenten studeren sneller af en er is minder uitval.”

Logisch dat ze sneller afstuderen. Ze krijgen minder jaren een beurs.

„Ik geef toe dat het bewijs dat ik aanvoer op dát punt wat dun is. Maar studenten zijn bijvoorbeeld wel tevredener, zeker als ze binnen hun profiel een vervolgstudie kiezen. Wat helaas niet gelukt is, is om het profiel Cultuur en Maatschappij zwaar genoeg te maken, het is nu te licht. Ik vind eigenlijk dat je er niet automatisch mee naar een universiteit zou mogen kunnen gaan. Ik vind dat we moeten nadenken over aanvullende eisen bij vwo-scholieren die dit profiel hebben gevolgd en naar de universiteit willen.”

Cultuur en Maatschappij te licht? We hebben het wel over meer dan een op de vijf vwo-scholieren die dit profiel nu volgt.

„Waar ik aan denk, is dat universiteiten zelf aan de poort studenten zouden kunnen gaan matchen. In Maastricht loopt nu een proef waarbij de geschiktheid van een student voor een opleiding wordt beoordeeld aan de hand van motivatiebrieven, aanbevelingen van anderen en een interview. Dat willen we vanaf 2010 bij alle studenten gaan doen.”

Vindt u dat de C&M’ers straks een toelatingstest moeten doen voor de universiteit?

„Nee, maar wel dat universiteiten meer ruimte zouden moeten krijgen voor ‘matching’.

„Overigens moeten we ons niet te veel focussen op de profielen alleen. We moeten er ook voor zorgen dat het niveau van leraren in het voortgezet onderwijs hoger wordt. Ik ben het eens met de commissie-Rinnooy Kan, die leraren meer wil gaan betalen naarmate ze hoger zijn opgeleid. Ik zou echter nog wel verder willen gaan dan die commissie. Ik zou drie miljard voorstellen om de lerarensalarissen te verhogen.” Rinnooy Kan stelde 1,1 miljard voor.