Pinguïns en paarden en andere knuffeldieren

Meet the Robinsons. Regie: Stephen J. Anderson. Met de Nederlandse stemmen van: Beatrijs Sluijter, Jasper Sohier, Yannick van de Velde. In: 68 bioscopen. Plop en de pinguïn. Regie: Dennis Bots. Met: Walter de Donder, Leontine Borsato. In: 101 bioscopen. Surf’s Up. Regie: Ash Brannon en Chris Buck. Met de Nederlandse stemmen van: Ruud Feltkamp, Vivienne van den Assem, Bartho Braat. In: 52 bioscopen. Waar is het paard van Sinterklaas? Regie: Mischa Kamp. Met: Ebbie Tam, Jan Decleir, Betty Schuurman. In: 103 bioscopen.

Zou de pinguïn de teddybeer voorgoed als lievelingsknuffeldier van de troon hebben gestoten? Na March of the Penguins en Happy Feet is het nu het derde achtereenvolgende jaar dat pinguïns de hoofdrol vertolken in het kinderfilmvermaak en nog lijkt de koek niet op. Wordt het kortom Plop en de pinguïn de komende herfstvakantie of Surf’s Up? Die keuze lijkt snel gemaakt. De Amerikaanse ‘oceanimatie’ zoals Surf’s Up aan de man wordt gebracht, is een grappig-geanimeerde fakedocumentaire over hoe pinguïns zo’n beetje aan de basis van alles stonden en in het bijzonder van de surfsport.

In de Amerikaanse versie, die hier niet wordt uitgebracht, wordt de pret nog vergroot doordat Jeff Bridges zijn rol van The Dude uit The Big Lebowski nog eens prettig zelf-parodiërend herneemt en surfidool Big Z stem geeft. Verder is de film een flinterdun grapje, vooral visueel bizar om een dier dat je associeert met ijs en sneeuw lekker cocktails lurkend te zien zonnebaden en af en toe een golfje pakken.

Maar altijd nog beter dan het gedoe van Kabouter Plop en de zijnen die deze herfstvakantie, al plopperdeploppend over de Zuidpool, nog eens 101 bioscoopdoeken bezet houden.

Vier kinderfilms gaan in première en die moeten vanaf het weekend ook nog eens de concurrentie aan met het Cinekid festival dat in steeds meer steden naast Amsterdam wordt gehouden.

Daarmee is meteen de kloof compleet tussen de ene en de andere soort kinderfilm, tussen de ‘betere’ en de commerciële. Zelfs voor Waar is het paard van Sinterklaas?, het vervolg op de verrassingshit Het paard van Sinterklaas van twee jaar geleden, koos men voor een première op het Nederlands Film Festival vorige week. Paard-producent Burny Bos mag dan als ambassadeur van de deze week gepresenteerde Cinekid Klappers, een soort kinderfilmcanon, optreden, voor zijn eigen film koos hij toch een commerciëler podium.

En ook die commerciële oogst is weleens ‘beter’ geweest. Paard, Plop, Surf’s Up en de 3D-sciencefictionanimatie Meet the Robinsons zijn allemaal films die we al eens beter hebben gezien, en die ideetjes lenen van die betere films. In het geval van Waar is het paard van Sinterklaas? is dat overigens niet erg. De film over het kleine Chinese paardenmeisje doet precies waar hij de vorige keer ook al goed in was: een lief verhaal lief vertellen. Heldin Winky keert terug als de verzorgster van, inderdaad, dat paard, dat, zoals de titel belooft, even kwijtraakt en dan – hou dit nog maar even geheim voor de prille basisscholieren voor wie de film bedoeld is – met een prachtig Black Beauty-achtig veulen weer gevonden wordt. Zo lopen de belevenissen van Winky en het paard Amerigo parallel (ook in het Chinese restaurant wordt een baby’tje geboren) en is de kiem gelegd voor de delen 3 tot en met 7. Tamara Bos schreef weer fijn allerlei ongemerkt pedagogisch-kritische observaties in het scenario, waarbij vooral de onverschillig-enthousiaste juf het moet ontgelden (Anneke Blok in een vergelijkbare Hollandse tobster-rol als in Alles is liefde deze week). Maar ook de, laat-maar-zeggen, Cinekid-ouders van hoogintelligente jongetjes die graag een indiaantje willen zijn of te vaak naar Zuid-Frankrijk op vakantie gaan, krijgen een veeg uit de pan. Waar je meestal ziet dat familiefilms leuk willen zijn over de hoofden van het kinderpubliek heen, gebeurt dat in de beste Annie M.G. Schmidt/Astrid Lindgren-traditie nu eens andersom.

De digitale Disney animatie Meet the Robinsons (in negen van de 68 zalen in 3D te zien) is het jongste voorbeeld van hoe Hollywood terugslaat tegen de piraterij. Bij de voorpremière werd een zaal vol kinderen onderwezen over het feit dat je voor het illegaal kopiëren van een 3D-film wel 41 dvd’tjes nodig hebt en dat Ome Walt al in 1953 met 3D experimenteerde en hoe zo’n moderne bril werkt. De kinderen gilden van de pret bij het voor de hoofdfilm vertoonde Werken voor pinda’s uit ’53, waarin Donald Duck en Knabbel en Babbel plus een hele berg pinda’s door de zaal lijken te vliegen.

Ook de futuristische setting van Meet the Robinsons (weesjongetje op zoek naar zijn moeder in de toekomst) leende zich goed voor allerlei 3D-Spielerei. Voor de visuele stijl werd wel heel gretig teruggegrepen op de Hanna-Barbera-productie The Jetsons en hoofdpersoon Lewis was een wel erg opzichtige Jimmy Neutron-kloon.

Op zaterdag wordt uitgebreid verslag gedaan over het Cinekid Festival.