Met gaan alle deuren voor je open N&T

De aansluiting van de profielen op het hoger onderwijs varieert van ‘zeer goed’ tot ‘minder sterk’. Dus willen de universiteiten nóg wel een herziening. Maar het kabinet wil vooral rust.

Derk Walters

Laten we eerst maar eens een fabel uit de wereld helpen. De invoering van profielen in het voortgezet onderwijs in 1998 heeft níét gezorgd voor minder kennis bij leerlingen.

De bruikbare kennis van leerlingen is weliswaar minder geworden, zegt lector ‘instroommanagement en aansluiting’ Roel van Asselt van Saxion Hogescholen. „Maar het kennisniveau van leerlingen daalde ook al voordat de Tweede Fase, het studiehuis en de profielen werden ingevoerd.”

Vóór de invoering van de profielen, zegt Van Asselt, lukte het meer dan de helft van de voormalige havisten om een diploma te halen voor de eerste opleiding die ze volgden in het hbo. „Nu lukt dat nog maar 43 procent. Maar ook vóór de invoering van de profielen daalde het percentage al. Het enige wat je kunt zeggen is dat de profielen die trend niet hebben doorbroken.”

Daaruit zou je kunnen concluderen dat de profielen tóch zijn mislukt. Een betere aansluiting op het hoger onderwijs was in 1990 juist een van de redenen voor minister Ritzen (Onderwijs, PvdA) en staatssecretaris Wallage (Onderwijs, PvdA) om het idee van de profielen te lanceren. Voor die tijd mochten leerlingen zelf hun vakkenpakket samenstellen. Daardoor, was de gedachte, kozen ze te vaak voor vakken die niet aansloten op de studie die ze uiteindelijk wilden volgen. Ze kozen, kortom, te vaak een ‘pretpakket’.

Onzin, zegt Theo Hoogbergen. Hij was in de jaren tachtig adviseur van minister Deetman (Onderwijs, CDA) en heeft de discussie over en de invoering van de profielen van nabij meegemaakt. Hoogbergen: „Die pretpakketten bestonden in de praktijk nauwelijks. Ik ken iemand die vroeger het pakket Nederlands, Engels, Frans, Duits, Latijn, aardrijkskunde en geschiedenis had. Dat zou dan een pretpakket zijn, maar die man is wel hoogleraar Italiaans geworden. Wat is daar mis mee?”

Toch zijn de profielen er gekomen. En die zullen niet gauw worden afgeschaft, is onlangs weer gebleken. De profielcommissies, drie jaar geleden ingesteld door het ministerie van Onderwijs, adviseerden een herziening van de profielstructuur. Daar komt niets van in, was de reactie van staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Het onderwijs moet vooral met rust worden gelaten.

Er zijn ook wel positieve zaken te melden over de profielen. Vooral bij ‘Cultuur en Maatschappij’ (C&M) en ‘Economie en Maatschappij’ (E&M) is de aansluiting met relevante vervolgstudies „zeer goed”, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in mei van dit jaar. Bij de natuurprofielen is de aansluiting „minder sterk”, aldus het CBS.

Bijna negen op de tien vwo’ers met E&M kiezen een studie in de richting van hun profiel. Bij jongens is dat vaak economie, meisjes kiezen vaak voor rechten of sociale wetenschappen. Bij de C&M-leerlingen kiest ruim 80 procent voor sociale wetenschappen, talen, geschiedenis of rechten.

Bij de vwo-leerlingen met het profiel Natuur en Techniek (N&T) blijkt dat jongens en meisjes nogal verschillende studiekeuzes maken. Twee op de drie jongens met dit profiel kiezen voor een bètastudie, tegen 43 procent van de meisjes. Bijna één op de vijf meisjes met het op de bètavakken gerichte profiel kiest voor de gezondheidszorg, wat meer aansluit op het profiel ‘Natuur en Gezondheid’ (N&G).

Dat betekent nog niet dat al deze leerlingen het ook goed zullen doen in hun vervolgstudie. Hoogbergen waagt dat te betwijfelen: „Het is eigenlijk raar dat veel studenten op technische universiteiten uitvallen doordat bijvoorbeeld de natuurkunde te zwaar voor hen is, hoewel ze allemaal natuurkunde hebben gehad. Dan is de inhoud van dat vak op de middelbare school dus niet goed genoeg.”

De CBS-cijfers bewijzen ook dat behoorlijk wat leerlingen nog steeds het verkeerde profiel kiezen, voornamelijk in de bètahoek. Dat gebeurde vroeger ook, en in die zin hebben de profielen niet veel nut gehad. Slechts 3 procent van alle meisjes kiest het N&T-profiel, en van hen gaat bijna één op de vijf een taal, theologie, geschiedenis of filosofie studeren.

De desbetreffende meisjes hebben het voordeel dat leerlingen met N&T automatisch gekwalificeerd zijn voor alle vervolgstudies. Andersom is de stap van C&M naar een studie natuurkunde bijna ondenkbaar.

Wat ook niet helpt, zegt Roel van Asselt van Saxion Hogescholen, is dat de profielen diverse malen lichter zijn gemaakt. De gedachte achter de profielen was dat ze, zeker op het vwo, flink zwaar moesten worden, met veel examenvakken en hoge eisen. Op die manier zou aansluiting met de universiteit gegarandeerd goed verlopen.

Maar de scholieren klaagden over het overladen programma. De bekendste uiting van die ontevredenheid was in 1999, toen leerlingen het Haagse Binnenhof bekogelden met tomaten. Toenmalig staatssecretaris Adelmund (Onderwijs, PvdA) kwam de leerlingen tegemoet en verlaagde de eisen. Later heeft ook minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) de profielen „overladen en versnipperd” genoemd, wat weer tot aanpassingen heeft geleid. Zo is het vak wiskunde sinds dit schooljaar niet meer verplicht voor havisten met het C&M-pakket.

De profielcommissies wilden die trend keren. In hun advies van eind september stelden ze onder meer een aantal maatregelen voor om de aansluiting op het hoger onderwijs te verbeteren. Bovendien wilden ze de natuurprofielen samenvoegen, opdat minder meisjes zich zouden laten afschrikken door het als zwaar ervaren profiel N&T.

Hoewel staatssecretaris Van Bijsterveldt het advies onmiddellijk heeft verworpen, was het hoger onderwijs juist blij met de voorstellen. Zo vinden de universiteiten dat de voorgestelde ontwikkeling van vier naar twee brede profielen de leerlingen „meer keuzevrijheid” geeft en een „gemeenschappelijke brede kennisbasis” versterkt. Ze verwachten een positief effect op het studiesucces in het hoger onderwijs, aldus vereniging van universiteiten VSNU.

Het kan dus beter met de profielen, wat het hoger onderwijs betreft. De meeste scholen en leraren zijn blij dat het onderwijs met rust wordt gelaten, maar dat werkt nu in het nadeel van hogescholen en universiteiten. Ze moeten het doen met het huidige systeem.