Leer eerst een vak voor je leraar wordt

Bedrijfskunde en economie zijn al jaren populaire studies maar wat baan betreft scoren deze studies minder hoog. Nederland heeft genoeg managers. Gerichte vakkennis heeft weer de toekomst.

Marlies Hagers

‘Ik zeg altijd: er is werk genoeg voor jullie, maar het salaris is dáár waar de meeste vraag is, dus in het boven water en mobiel houden van Nederland, in de techniek, de logistiek, de planning”, zegt Marijn Backer, decaan op scholengemeenschap De Werkplaats in Bilthoven. „Ik zeg er meestal ook bij dat het beter is iets te weten of te kunnen en dat economisch te benutten, dan manager te willen zijn.”

Vooral dat laatste lijkt een verstandig advies aan scholieren die moeten beslissen wat ze gaan studeren. Studies als bedrijfskunde en economie staan al jaren hoog op het lijstje van meest gekozen studies – populair omdat je er ‘manager’ of ‘consultant’ mee kunt worden, beroepen waar hoge salarissen bij horen. Maar op het lijstje met de beste banenkansen (zie pagina 7) scoren deze studies niet hoog. Bedrijfskunde: 44 procent kans op een baan op niveau en economie: 51 procent. Managers genoeg blijkbaar.

De studies waar toekomst in zit zijn op dit moment bijna allemaal bètatechnische ‘doe’-opleidingen: medicijnen, farmacie, levensmiddelentechnologie, natuur- en sterrenkunde, econometrie, biowetenschappen. Op geneeskunde na zijn dat niet de meest populaire studies, in ieder geval niet op de universiteiten. Hbo-studenten hebben meer keuze als ze op zeker willen spelen. Maar ook daar geldt dat gerichte vakkennis, vaak op bètatechnisch gebied, zich uitbetaalt. Fysiotherapeuten, basisschoolleerkrachten en medisch laboranten gaan over vijf jaar gemakkelijker een baan vinden dan sociaal pedagogisch hulpverleners en maatschappelijk werkers.

Dit sluit aan bij een ander advies van decaan Marijn Backer: „Leerlingen die journalist willen worden, raad ik altijd aan eerst een inhoudelijke studie te doen. Met daarna een master journalistiek kom je er ook.” Iets vergelijkbaars zou je, gezien alle klachten over het verlies aan vakinhoudelijke kennis bij leraren, kunnen zeggen tegen scholieren die leraar in het voortgezet onderwijs willen worden: ga het vak van je keuze studeren, leren voor leraar kan altijd nog.

Maar: dit soort adviezen komen pas aan de orde in de laatste fase van de studiekeuzebegelei-ding. „Ik vertel juist ook het verschil tussen een beroep en een functie”, zegt Backer, „en dat je een bepaalde functie in veel verschillende werkkringen kunt bekleden.” Leerlingen moeten éérst van zichzelf weten wat hun natuurlijke rol in situaties is, zegt hij. Of ze regelaars zijn of onderzoekers, of ze een bindende rol kunnen spelen, of ze goed zijn in communiceren, in initiatief nemen of juist in uitvoeren.

Die zelfonderzoeken worden vaak al besproken in de derde klas, als de profielkeuze eraan komt. Eigenlijk een veel belangrijker moment in de studiekeuze dan het examenjaar. Backer: „Op dat moment probeer ik ze over te halen hun pakket breed te houden. Ook met het oog op de bèta en techniek, waaraan zoveel behoefte is en waarin dus werk is. Maar daar kom ik vaak mee op de koffie, vooral bij meisjes. Soms zijn ze heel goed in de bètavakken, maar switchen ze dan toch na de vierde naar een ander profiel. Omdat ze eigenlijk iets in hun hoofd hebben waarvoor ze die bètavakken niet nodig hebben.”

Belangrijk is: hoe verhoudt de profielkeuze zich tot de studiekeuze?

Natuur en Techniek (N&T) wordt het minst gekozen, op de havo nog minder dan op het vwo. Op de havo is Economie en Maatschappij (E&M) het populairst, op de voet gevolgd door Cultuur en Maatschappij (C&M). Natuur en Gezondheid (N&G) wordt daar heel weinig gekozen. Jammer voor de blijkbaar broodnodige fysiotherapeuten, logopedisten en medisch laboranten. Wiskunde is op de havo sinds kort niet meer verplicht in het veel gekozen C&M-profiel, wat volgens velen dramatische gevolgen zal hebben voor eerstejaars op de populaire pabo. Na het eerste jaar moet daar een zware rekentest worden gehaald om verder te mogen studeren.

Op het vwo is N&G een goede tweede na E&M en kiezen weer veel minder leerlingen C&M. Toch zijn acht van de veertien meest gekozen studies typische C&M-studies omdat hiervoor zelfs geen wiskunde is vereist. Vwo’ers houden blijkbaar vaak meer opties open, maar kiezen uiteindelijk vooral voor mens- en maatschappijstudies.

Wie alle opties wil openhouden, moet een N&T-profiel kiezen. Je kunt er bijna alle studies mee gaan doen. Geschiedenis, pedagogiek, rechten, psychologie, economie: allemaal mogelijk zonder extra vakken te hoeven kiezen. Alleen biologie komt er bij N&T verplicht bij voor de studies en opleidingen die iets met gezondheidszorg te maken hebben, zoals geneeskunde of biowetenschappen.

Marijn Backer raadt echte bèta’s wel altijd aan in ieder geval één creatief vak in hun pakket te nemen. Met het argument: „In de wereld van de bèta- en technische vakken is het ook belangrijk dat je creatief kunt denken.”