Kruitvat Koerdistan

Alsof de VS niet genoeg kopzorgen hebben om Irak, krijgt de regering van president Bush er nog eentje bij: niets minder dan een dreigend conflict met NAVO-bondgenoot Turkije. Premier Erdogan gaat het parlement vragen om toestemming voor militaire operaties op Iraaks grondgebied.

Aanleiding voor deze dreigende stap van Erdogan is de aanval van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in de zuidoostelijke provincie Sirnak afgelopen zondag, waarbij dertien Turkse soldaten sneuvelden. De guerrillastrijders van de PKK opereerden vanuit Iraaks Koerdistan.

Tot nu toe moet het Turkse leger bij de grens halt houden, tot groeiende ergernis van de generale staf. Erdogan wil nu een einde maken aan die opgedrongen terughoudendheid. Hij moet wel, zelfs als hij de zaak niet op de spits wil drijven. Het Turkse leger, dat zich beschouwt als bewaker van de seculiere staat, loert op elke kans om het patriottisme van de islamitische premier op de proef te stellen en diens speelruimte zo te beperken. Het opperbevel laat al maanden geen gelegenheid onbenut om handelingsvrijheid in Irak op te eisen.

Volkenrechtelijk heeft dat verlangen van de militairen geen basis, politiek daarentegen wel. De facto is zich sinds 2003 in het noorden van Irak een autonoom Koerdistan aan het vormen. Die staat in wording heeft grensoverschrijdende uitstraling op de Koerden in Iran en Turkije. Voor Amerika is dit een complicerende kwestie.

Enerzijds is Iraaks Koerdistan, dat door de significante olievoorraden economische betekenis heeft, door de ontembare chaos elders in Irak voor president Bush van steeds grotere politieke betekenis. Eventuele ambities onder de Koerden in het naburige Iran sporen bovendien met de strategie van de president tegen het islamitische bewind in Teheran.

Maar tegelijkertijd krijgt Bush er onrust in Turkije bij, hetgeen niet in het belang van de VS is. Washington kan het zich daarom niet veroorloven al te bot ‘nee’ te zeggen tegen Ankara. Zeker niet nu de betrekkingen ook al onder druk staan door het voornemen van de Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden om een wet over de Armeense genocide van 1915 aan te nemen. De consequente steun van de VS voor een eventueel Turks lidmaatschap van de Europese Unie is een schrale troost voor de politieke consequenties die deze wet kan hebben voor de onderlinge verhoudingen.

Deze breuklijnen in de betrekkingen tussen Turkije en de VS raken de NAVO en daarmee ook de Europese Unie. De EU zou derhalve een rol moeten willen spelen. Hier ligt een serieuze politieke taak voor secretaris-generaal De Hoop Scheffer van de NAVO, ook al is het een illusie om te denken dat het Atlantisch bondgenootschap een beslissende stem heeft in de Koerdische kwestie, een van de op de lange baan geschoven erfenissen van de Irak-oorlog.