Inspiratie ligt overal op straat

Beide foto's zijn afkomstig uit de serie ‘Bilder von der Strasse’ van Joachim Schmid Schmid, Joachim

Joel Meyerowitz: Out of the Ordinary 1970-1980. Cat € 29,50. Joachim Schmid: Photoworks 1982-2007. Cat € 45. T/m 25 nov Nederlands Fotomuseum, Wilhelminakade 332, Rotterdam. Inl 010 2030405 of nederlandsfotomuseum.nl.

Joel Meyerowitz maakte de foto in 1976 in New York. Het licht, of beter gezegd de schaduwval, doet een tijdstip in de late ochtend of vroege middag vermoeden. Een straathoek; W 46st, meldt een bord boven in het beeld. Maar ook al tekent het zich af tegen een helblauwe lucht, echt opvallen doet het niet. Het is gewoon een van de vele bordjes en borden op de foto: gevelreclames, reclames op dakranden, billboards en verkeersborden.

Er is veel te zien op die hoek van W 46st. Er staan drie telefooncellen. Er loopt een vrouw met halflang haar, de ceintuur van haar jas op de rug vastgeknoopt. Er loopt een man, sigaar onder een zonnebril onder een hoedje. Midden op straat wisselen twee andere mannen iets uit. Rechts onderin het beeld duikt een hand op uit een geruite mouw. De foto is tot aan de rand volgestouwd.

En o ja, de foto is in kleur. Zo alledaags en gewoontjes is het beeld – en zo gewoon inmiddels ook die kleurenfotografie – dat je het bijna zou vergeten. Meyerowitz (1938) geldt als een pionier op het terrein; argeloos ging hij er in 1962 mee aan de slag. De wereld is in kleur dus dan horen foto’s ook zo, vond hij, onwetend van de– toen nog – technische onvolkomenheden, het moeizame en dure afdrukken en het feit dat kleur artistiek allerminst serieus werd genomen. Commercieel en dus platvloers heette het. Het zou nog bijna twee decennia duren voor daar echt verandering in kwam.

In Out of Ordinary, Meyerowitz’ reizende overzichtstentoonstelling die te zien is in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam (130 foto’s uit de periode 1970-1980) neemt die straatfoto uit 1976 geen bijzondere plaats in. Toch is het een foto die helder de omslag markeert die zich in de loop van die tien jaar in zijn werkwijze voltrok. Je zou in de raadselachtige transactie nog de aanleiding tot het maken van de foto kunnen zien (‘the hook’, noemt Meyerowitz het in de inleiding van de catalogus; het haakje waaraan het beeld is opgehangen) maar de gebeurtenis is eigenlijk zo terloops dat ie er nauwelijks nog toe doet. Het is al bijna een ‘field photograph’ een foto waarop alle samenstellende elementen gelijkwaardig zijn.

Out of Ordinary kent geen chronologie of thematische groepering, hetgeen met name de ‘field’ – foto’s – die het als reeks vooral van hun onderlinge samenhang moeten hebben- geen goed doet.

Tegelijk met het overzicht van Meyerowitz presenteert het Fotomuseum een overzicht van diverse projecten van Joachim Schmid (1955), een Duitse kunstenaar die zich al een kwart eeuw toelegt op het verzamelen en rubriceren van kiekjes die hij vindt op straat en op vlooienmarkten. De laatste jaren heeft hij zijn werkterrein uitgebreid tot het internet en tot het bewerken van foto’s die hij aantreft in archieven, vooral van lokale portretstudio’s.

De herkenbare alledaagsheid van Schmids materie, de voor de hand liggende onhandigheden, de bij vlagen zichtbaar onbedoelde artisticiteit en de op de lachspieren werkende sjabloonmatigheid ervan – al die op elkaar lijkende vrouwen op een bankje, mannen voor hun auto, kinderen achter een kinderwagen, handstanden op het strand, olifanten in de dierentuin, pasfotoautomatenfoto’s – geven zijn presentatie een hoog vermakelijkheidsgehalte. Zoals zo vaak zou je eraan willen toevoegen, want de aandacht voor de amateurkiekjes begint inmiddels ook zelf sjabloonachtige vormen aan te nemen.

Hoewel Schmid net als Meyerowitz op zijn gebied een pionier genoemd mag worden, lijken beide tentoonstellingen op het eerste gezicht weinig met elkaar van doen te hebben. Toch wordt er op slinkse wijze een bruggetje geslagen.

Bilder von der Strasse, heet Schmids grootste, in 1982 begonnen project, waarvoor hij afgedankte, op straat gevonden kiekjes chronologisch rangschikt. Een reeks van die gekraste, met vuil overdekte, gescheurde, verkreukelde, soms tot niet meer dan een snipper gereduceerde fotootjes uit dit project hangt juist aan de achterzijde van de wand waarop Meyerowitz’ meest markante straatfoto’s te zien zijn. Het museum wijdt er geen woord aan, maar toevallig oogt het allerminst. De straat is een rijke bron voor fotografen, zo lijkt de (voor de hand liggende) boodschap.

Joel Meyerowitz geeft op dinsdag 6 november (16 uur) een lezing over zijn werk in het Nederlands Fotomuseum.