Inflatie VS kan nog steeds stijgen

De zorgen over de Amerikaanse inflatie lijken voorbij. Gedurende een paar dagen na 18 september, toen de Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) de rente met een half procentpunt verlaagde, zag het ernaar uit dat de geloofwaardigheid van de Fed als inflatiebestrijder gevaar liep. Maar de obligatierendementen, die met 15 basispunten omhoog waren gesprongen, zijn sindsdien teruggevallen naar het niveau van vóór de renteverlaging.

Er zijn verscheidene redenen voor de snelle wederkeer van het geloof in de Fed. Om te beginnen hielp de duidelijke afwijzing door de Fed van beschuldigingen van laksheid beleggers een negatieve draai te geven aan de daaropvolgende cijfers over de Amerikaanse economie, die te zwak waren om veel hogere prijzen te kunnen schragen. Bovendien blijken de prijzen ook echt niet te zijn gestegen. De consumentenprijzen waren in augustus lager dan in juni, en de olieprijs lijkt zijn piek te zijn gepasseerd.

Toch is het nog te vroeg om victorie te kraaien, want de twee grootste bedreigingen voor de Amerikaanse prijsstabiliteit zijn nog niet aan een test onderworpen.

De eerste dreiging – hogere importprijzen – zal binnenkort op waarde kunnen worden geschat. De import vertegenwoordigt nog geen zesde deel van het bruto binnenlands product, maar speelt wel een grote rol bij de inflatieverwachting. De hoogte van de rekening bij de supermarkt van Wal-Mart oefent grote invloed uit op de perceptie van de Amerikaanse consument van de prijzen.

Als die rekening te snel stijgt – als gevolg van een dalende dollarkoers of van de stijgende inflatie in China en andere exportlanden – kunnen de looneisen agressiever worden. Nu de werkloosheid nog steeds laag, is het niet zo moeilijk om een loon-prijsspiraal op gang te brengen.

De tweede dreiging is ernstiger, maar verder weg. Het gaat om de mogelijkheid dat de regering de in problemen verkerende huizenbezitters te hulp zal schieten met een of ander soort inflatiebevorderend programma.

Het is nog te vroeg voor details, maar de kelderende huizenprijzen kunnen een politiek onweerstaanbare druk gaan uitoefenen op de huishoudboekjes van Amerikaanse gezinnen. Hoe een steunprogramma voor de huizenprijzen ook zou worden vormgegeven, het zou waarschijnlijk de inflatie aanwakkeren – ofwel rechtstreeks door de inkomens te laten stijgen, ofwel indirect door de overheidssubsidies voor de ondersteuning van slechte leningen te verhogen.

Na twee decennia van een dalende en lage inflatie, heeft de Fed een hoop geloofwaardigheid opgebouwd. Maar die geloofwaardigheid kan nog op de proef worden gesteld door de huidige problemen van de dollar en de huizenmarkt.