Hoog spel VS met ‘Armeense genocide’

Turkije dreigt Washington dat het Huis vandaag geen resolutie over „de Armeense genocide” mag aannemen. Ankara’s hulp bij de oorlog in Irak staat op het spel

Turkse legertrucks vervoeren tanks naar Sirnak, in Zuidoost- Turkije nabij de grens met Irak. Turkije bereidt een inval in Irak voor. Foto Reuters Turkish military trucks carry tanks on a road connecting Turkey's southeastern town of Cizre to Sirnak, October 9, 2007. Prime Minister Tayyip Erdogan gave the green light on Tuesday for a possible military incursion into northern Iraq to crush Kurdish rebels hiding there after a series of deadly attacks on Turkish security forces. Erdogan is under heavy pressure from Turkey's powerful army and opposition parties to take tough action against rebels of the outlawed Kurdistan Workers Party (PKK) after they shot dead 13 soldiers on Sunday near the Iraqi border. REUTERS/Stringer (TURKEY) REUTERS

Het Amerikaanse Congres neemt wel vaker scherp veroordelende resoluties aan over gevoelige kwesties in andere landen. Maar omdat de niet-bindende resoluties louter symbolisch zijn, waait in de betreffende landen de ophef meestal binnen een paar dagen over. Een resolutie over de Turkse moordpartijen op Armeniërs in het begin van de 20ste eeuw, dreigt de relatie met Ankara nu echter voor lange tijd ernstig te verstoren.

Vandaag zou de commissie voor Buitenlandse Zaken van het Huis van Afgevaardigden stemmen over een resolutie die de Amerikaanse president oproept om „de doelbewuste vernietiging van 1,5 miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1919 als genocide te erkennen”. Naar verwacht wordt de resolutie met gemak aangenomen, waarna voorzitter Nancy Pelosi zal moeten beslissen of ze haar doorstuurt naar het voltallige Huis. Daar hebben 226 van de 435 Afgevaardigden hun steun toegezegd.

De opsteller van de tekst, de Democraat Adam Schiffer uit Californië, noemt de Amerikaanse veroordeling nodig – juist negentig jaar na dato. „Anders hebben we ook de morele kracht niet om de genocide te veroordelen die nu plaatsvindt in [de Soedanese regio] Darfur”, meldt hij op zijn website.

En: „Waar vinden we anders het morele gezag om de Iraanse president te veroordelen wanneer hij weer eens de Holocaust ontkent”, stelt woordvoerder Elizabeth Chouldjian van de Armenian National Committee of America (ANCA) telefonisch uit Washington.

Turkije toonde zich de afgelopen maanden zeer ontstemd over de resolutie. De Amerikaanse visie op de historische gebeurtenissen gaat in tegen de officiële lezing die Turkije huldigt, dat honderdduizenden Armeniërs omkwamen tijdens wijdverspreide chaos aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Een intensieve Turkse lobby werd opgezet: aan advertenties in de Amerikaanse pers en het inhuren van lobbybedrijven gaf Ankara tot nu toe 13 miljoen dollar uit, meldde opinieblad The New Republic in juli. En Turkse ministers, de premier, de legertop en gisteren nog president Gül, allemaal dreigden ze het Witte Huis met „serieuze problemen”.

De belangrijkste troef van de Turken is dat ze een cruciale schakel zijn bij de oorlog in Irak. Zo liet Turkije, als NAVO-lid, al doorschemeren dat het de Amerikanen de toegang zou kunnen weigeren tot de luchtmachtbasis Incirlik. Cruciaal voor Washington: vanaf deze basis wordt driekwart van de voorraden voor de troepen in Irak ingevlogen. Bovendien proberen de VS Turkije momenteel te weerhouden van een inval in Noord-Irak – iets waar het leger mee dreigt nu het gebied een uitvalsbasis is geworden voor de Koerdische PKK.

President Bush verzekerde de Turkse premier Erdogan vrijdag telefonisch daarom dat hij sterk tegen een resolutie is. Dit nadat zijn minister voor Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, zich de afgelopen maanden al duidelijk uitsprak tegen de resolutie. De Armeniërs en de Turken moeten er eerst zelf en onderling uitkomen. „De gebeurtenissen moeten worden onderzocht, niet veroordeeld”, zei Rice.

De Armeense lobbyisten op hun beurt voeren de druk ook op. Zij zijn er op gebrand dat de resolutie niet alsnog sneuvelt, zoals in 2000 gebeurde. Bush’ voorganger Clinton waarschuwde toen dat de resolutie Amerikaanse soldatenlevens in gevaar zou kunnen brengen. De toenmalige, Republikeinse Speaker Dennis Hastert bracht de resolutie vervolgens op het laatste moment niet in het Huis in stemming. Niet in de laatste plaats omdat Turkije dreigde een miljardenorder voor de wapenindustrie in het Republikeinse bolwerk Texas in te trekken.

Alle 226 Afgevaardigden die de resolutie tot nog toe steunen – onder wie ook partijgenoten van Bush – worden nu strikt aan hun woord gehouden door de Armeense belangengroepen. ANCA nagelt op haar internetpagina afvallige volksvertegenwoordigers onverbiddelijk aan de schandpaal. Op de site staat ook een formulier waarmee een Afgevaardigde die zijn ja-stem niet waarmaakt, met standaard e-mails en faxen bestookt kan worden.

In sommige delen van het land hebben de Armeniërs bovendien ook werkelijke electorale macht. Zo wist Afgevaardigde Schiff bij de verkiezingen in 2000 de zittende Republikein te verslaan door van de Armeense kwestie een belangrijk campagnethema te maken. In zijn kiesdistrict Burbank wonen circa 75.000 Armeense-Amerikanen. Ook in het district van voorzitter Pelosi, de Bay Area rond San Francisco, wonen veel Armeniërs.

„We hebben het grootste vertrouwen, dat de resolutie wordt aangenomen”, verklaart ANCA- woordvoerder Chouldjian. „Al die Turkse dreigementen zullen loos blijken. De VS zijn niet de eerste die zo’n resolutie zouden aannemen, veel landen gingen ons voor. Statistieken laten zien dat in die landen de handelsrelaties met Turkije er nooit onder leden.”

„Bovendien”, vervolgt ze, „als Turkije inderdaad zijn steun aan de oorlog intrekt, wat is het dan voor bondgenoot? Bij het begin van de oorlog liet het de VS ook al geen tweede front openen in Oost-Turkije. Een weigering waarvan [ex-minister van Defensie] Donald Rumsfeld heeft gezegd dat ze Amerikaanse soldatenlevens heeft gekost.”

Dat het Turkse nationalisme door dit soort buitenlandse druk alleen maar toeneemt, zoals ook pro-Armeense activisten in Turkije zeggen, vindt Chouldjian geen argument. „Het is dankzij onze lobby dat Turkije de stelligheid van zijn ontkenning de afgelopen jaren afzwakte.”