Het leven is gevaarlijk gemakkelijk in Treviso

Wat vlak na de oorlog een van de armste gebieden van Italië was, behoort nu met bedrijven als Tecnica en Benetton tot de welvarendste. Het Italiaanse Treviso heeft banen in overvloed, voor zowel autochtonen als allochtonen. „De globalisering leek een bedreiging voor ons, maar is uiteindelijk een kans geworden.”

Nergens rijden zoveel adolescenten in SUV’s van Mercedes, Volvo of BMW als in het Noord-Italiaanse Treviso. De Porsche Cayenne à 150.000 euro is er favoriet. „Wie de duurste heeft, daar draait het om”, zegt rector Giorgio Baccichetto, van een school in Preganziol bij Treviso. „Sommige jongens lenen een dure wagen om er maar bij te horen”, zegt Christian Saviane, informaticus, die veel rijke vrienden en klanten heeft: „In Treviso draait alles om geld en schone schijn.”

Dit is een Italiaans succesverhaal. Een verhaal dat veertig jaar geleden begon. Het is het verhaal van Noordoost-Italië, waarvan stad en provincie Treviso ten noorden van Venetië het hart vormen. „Geox, Benetton, Diesel, Lotto, Diadora, Stonefly, Nordica, Tecnica, Luxottica, De Longhi, Zanussi, Zoppas.” Edy Strickner, woordvoerder van het bedrijf Tecnica, somt enkele van de belangrijkste merken op die hier geboren zijn en nu over de hele wereld worden gemaakt. Het gaat om sportschoenen, kleding, meubels, witgoed: consumptiegoederen waarvoor vakmanschap is vereist. „Onze grote kracht hier is dat we telkens iets nieuws verzinnen en durven te investeren”, zegt Andrea Tomat, voorzitter van de industrie-unie Unindustria en president-directeur van sportschoenenfabrikant Lotto (omzet 300 miljoen euro). „Het is een combinatie van vakmanschap, zelf willen ondernemen, en rijk willen worden”, meent Paolino Barbiero van de lokale afdeling van de communistische vakbond CGIL.

Strickner rijdt zijn buitenlandse gast over de wegen tussen Treviso, Montebelluna, Conegliano en Giavera del Montello. Hij passeert Geox van de ademende schoenen (omzet 612 miljoen euro), Benetton van de kleding (omzet 2 miljard), De Longhi (omzet 1,36 miljard) en Zoppas (omzet 800 miljoen) van de huishoudelijke apparatuur. Daartussen duizenden andere bedrijfjes met miljoenenomzetten.

De weg tussen de vlakke polders is smal. Overal vrachtwagens die voortkruipen. De productie is groter dan de wegen kunnen verwerken. De huizen zijn nog gebouwd in de traditionele boerderijstijl, voorzien van alle luxe en bijna altijd met een volkstuin en een wijngaard. „Vlak na de oorlog was dit een van de armste agrarische gebieden van Italië”, zegt Strickner. De grond was niet goed. De meeste boeren werkten in de bossen en de bergen verderop. Epidemieën troffen de bevolking met regelmaat hard. In de eeuwen ervoor is hier het hout gekapt voor de palen waarop Venetië is gebouwd.

Strickner rijdt naar Tecnica. Het bedrijf is naar eigen zeggen de grootste producent van skischoenen, outdoorschoenen en rollerskates ter wereld. Omzet 400 miljoen euro, in negentien fabrieken in negen landen. Alberto Zanatta ontvangt in vrijetijdskleding. Zijn vader Giancarlo deed op 29 juli 1969 een uitvinding die aan de basis zou staan van het miljoenenimperium waarover Alberto nu regeert. Hij vond de moonboot uit (zie ‘Tecnica: inspiratie door de maanlanding’). Tegenwoordig is de handarbeid grotendeels in het buitenland, het ontwerpen doen ze hier nog. Alle innovaties worden eerst in Italië geproduceerd en later pas elders.

Of het nu Tecnica, Geox, Benetton of Lotto is. Allemaal werken ze op vrijwel dezelfde manier. Ze investeren veel in de marketing voor hun merken, mikken op kwaliteit en design, internationaliseren en maken gebruik van lagelonenlanden. Samen hebben de bedrijven uit de provincie Treviso de laatste jaren naar schatting 45.000 arbeidsplaatsen buiten Italië gerealiseerd, zegt vakbondsman Barbiero. Drie jaar geleden nog was er veel kritiek op deze „delocalisering”. Zelfs de bisschop organiseerde een symposium waarin hij de ongunstige sociale gevolgen onder de aandacht bracht. „Men vreesde voor grote werkloosheid, maar zover is het niet gekomen”, zegt Barbiero. Slechts 4,1 procent van de lokale bevolking heeft geen werk. En de laatste jaren is het aantal migranten dat in de fabrieken is komen werken gegroeid tot 68.000. „Voor hen allemaal is hier werk. De globalisering leek een bedreiging voor ons, maar is uiteindelijk een kans geworden.”

Ook de invoering van de euro hebben de bedrijven uit Treviso overleefd. Zanatta van Tecnica: „Voorheen met de lire devalueerde de overheid de munt, waardoor we goedkoop bleven voor buitenlandse afnemers. Die mogelijkheid verdween met de euro. We werden duurder.” De oplossing werd gezocht in de versterking van de eigen merken. Steeds meer producten werden onder de bekende namen verkocht. Tecnica wil nu kleding en zelfs horloges onder het merk Moon Boot uitbrengen. „Het merk is zo sterk dat alles verkoopt”, zegt Zanatta. Daarnaast is veel geïnvesteerd in internationale distributie. Zo kocht Tecnica in Peking boven het kantoor van Coca-Cola een kantoor waar 22 personen alleen maar bezig zijn met de distributie van de producten in China.

Door alle rijkdom van Treviso die in de tijd van één generatie is verzameld, is het leven gevaarlijk gemakkelijk geworden voor de jeugd. „De nieuwe generaties moeten niet opeten wat hun ouders hebben opgebouwd, maar moeten het nog beter doen. De kans bestaat dat we de jeugd te veel verwennen”, zegt Zanata. Zelf heeft hij zich als de ideale zoon ontpopt die een miljoenenbedrijf leidt. Maar andere pioniers hebben minder geluk met hun kinderen. Vakbondsman Barbiero: „Er zijn erbij die het kapitaal van hun ouders er in sneltreintempo doorheen draaien. Zij willen enkel consumeren.”

Ook de arbeiders van Treviso genieten van de rijkdom. Barbiero: „Een arbeider verdient niet extreem goed in Italië, tussen de 1.000 en 1.500 euro per maand. Maar hier wonen vaak drie generaties in een huis, net als vroeger. Opa heeft pensioen, oma zorgt voor de kleinkinderen en de kinderen hebben allemaal een baan en een inkomen.” Het huis is vaak afbetaald. Al het geld kan worden besteed aan een nieuwe auto en mooie merkkleding.

Barbiero, een vijftiger: „Toen ik jong was, ging je op je vijftiende de fabriek in. Voor studie was geen tijd. Je werd eerst een producent en later een consument. Nu zijn mijn kinderen en alle kinderen hier eerst consument en worden ze later eventueel producent.”

De jeugd is veranderd door de groeiende rijkdom, maar ook door de strategie van de bedrijven die in de drang naar groei mikken op meer merkbewustzijn bij de consument. Rector Baccichetto: „Kinderen van drie, vier, vijf jaar worden hier al afgeleverd in dure merkkleding. En als we als schooldirectie voorstellen om schooluniformen in te voeren, protesteren de ouders. Iedereen hier wil laten zien hoeveel geld hij heeft. En dat doe je met dure merken.” Barbiero: „Dankzij het katholieke adagium ora ed labora, bid en werk, is hier veel bereikt. Maar jongeren kennen die waarden niet meer. De fabriek willen ze niet meer in. Iedereen wil manager worden.”

Om de huidige groei te handhaven en voldoende arbeiders te leveren, moet de bevolking van de provincie Treviso de komende vijftien jaar van 838.000 naar een miljoen groeien, meent Barbiero. Dat zal niet lukken zonder immigratie. Nu is 8 procent immigrant en dat leidt al tot spanning. Rector Baccichetto: „In essentie overheerst hier nog een boerencultuur. Men is bang voor het andere. De immigranten mogen werken in de fabrieken om onze productie en welvaart op peil te houden, maar als het werk erop zit moeten ze in het niets oplossen en uit het straatbeeld verdwijnen.”

De xenofobe partij Lega Nord haalt in de provincie 30 procent van de stemmen en in de stad 60 procent. De burgemeester van Treviso heeft homo’s onlangs gesommeerd de stad te verlaten. „Het is nog hard werken, vooral aan de culturele groei, wil de economische groei in de toekomst gegarandeerd kunnen blijven”, zegt Baccichetto.