Het korte leven van Ian Curtis

Control. Regie: Anton Corbijn. Met: Sam Riley, Samantha Morton, Alexandra Maria Lara. In: 13 bioscopen.

Als de piepjonge Ian Curtis op een middag in zijn jongenskamer thuis een nieuwe elpee uit een papieren zak haalt, komt de schizofrene hoes van Aladdin sane van David Bowie tevoorschijn. Daar legt de regisseur zijn kaarten direct op tafel. We zijn halverwege de jaren zeventig, we hebben te maken met een bijzondere jongen die à la Bowie onzeker is over zijn identiteit – a lad insane – en via muziek zoekt hij een uitweg uit de grauwe straten van Manchester.

Later in de film zien we Ian over straat lopen. Zijn band zoekt een „zanger die kan zingen” en hij heeft gezegd dat hij het wel wil doen. De kraag van zijn jas heeft hij stoer opgezet en hij tart de grijze straat. Op de rug van de jas heeft hij HATE geschreven. Het is een trefzeker tracking-shot en laat aan duidelijkheid niks te wensen over: Ian draagt de woede van de punk-generatie in zich. Het roerende is dat hij naar zijn baantje op het arbeidsbureau gaat, waar we hem als de zachtheid zelve zien werken.

Control is het speelfilmdebuut van de beroemde popfotograaf Anton Corbijn. De film is sinds zijn première in Cannes op vele festivals bekroond en bejubeld. Het is gemakkelijk te zien waarom. Corbijn en cameraman Martin Ruhe hebben de jaren zeventig in grijstinten opgeroepen die genuanceerd en helder zijn en in niets lijken op de grofkorrelige, contrastrijke foto’s die Corbijn indertijd maakte van Curtis en Joy Division.

In de hoofdrollen leveren de tot dusver vrijwel onbekende Sam Riley als Ian Curtis en Samantha Morton als zijn vrouw Debbie bovendien topprestaties. Zeker als je bedenkt dat de muziek van Curtis’ band Joy Division voor de film live werd gespeeld door de acteurs en dat Riley dus perfect Curtis zingt.

De optredens die Corbijn, fan van het eerste uur en pas in tweede instantie fotograaf van de band geworden, heeft geënsceneerd, zijn de beste momenten van de film. Dat lijkt wat tegenstrijdig, want Corbijn heeft zo te zien nadrukkelijk geen muziekfilm willen maken, maar een portret van een jonge man die met een groot talent is gezegend en verder alle dingen goed en fout doet die alle mensen goed en fout kunnen doen. We zien en horen de muziek voortkomen uit Curtis’ biografie – waarbij het moeilijk te vatten blijft dat hij niet ouder dan 23 was toen hij een eind maakte aan zijn leven.

De opwindende muzikale omgeving van die post-punkjaren blijft in Control vrijwel achterwege. Ook van de gepolariseerde Britse samenleving van de vroege Thatcher-jaren krijgen we niet veel meer te zien dan de straten, de huizen en het arbeidsbureau. Het jongvolwassen leven van Curtis wordt als een mechaniek afgedraaid voor de camera. Als je iets wilt aanmerken op Control, is het dat alle persoonlijke drama’s tamelijk gelijkmatig langskomen. Zo rustig als Curtis zijn bruid verovert – achter de rug van Debbie’s vriend om geven ze elkaar een hand – zo rustig gaat hij later ook vreemd met de Belgische popjournaliste Annik – ze blijven de hele nacht doorpraten in een kamer vol slapende bandleden.

Corbijn heeft weinig accenten in Curtis’ biografie geplaatst. Vergelijk Control met Michael Winterbottoms uitbundige 24 Hour Party People, waarin ook een grote rol voor Curtis is weggelegd, en je ziet hier een tamelijk keurige, stijlvolle biopic. Het kan niet liggen aan het feit dat Corbijn voor zijn film de goedkeuring van Curtis’ weduwe Debbie zocht, zij staat ook op Winterbottoms aftiteling. En de wijze waarop Corbijn de ‘verleidster’ Annik neerzet (Alexandra Maria Lara) is niet anders dan liefdevol te noemen. Zij heeft Ian niet afgepakt, híj is in zijn rusteloosheid naar háár toegekomen. Dat hij later, als Debbie zijn overspel heeft ontdekt, uitroept: ‘Ik heb het geprobeerd, maar ze wil niet weggaan’, zegt meer over hemzelf dan over Annik. De nuances die Corbijn aanbrengt in het korte leven van Ian Curtis zijn vaak bewonderenswaardig, en soms wat saai.