Hemelse film op dak van de wereld

Black Narcissus. Regie: Michael Powell en Emeric Pressburger. Met: Deborah Kerr, Kathleen Byron, David Farrar, Sabu, Jean Simmons. In: Filmmuseum, Amsterdam; Filmhuis Den Haag.

Midden in het Powell & Pressburger-retrospectief brengt het Filmmuseum een gerestaureerde kopie van Black Narcissus uit, zestig jaar na de première. Black Narcissus werd door cameraman Jack Cardiff in verzadigd Technicolor gefotografeerd en het valt in de nieuwe kopie extra op hoe knap kleur wordt gebruikt.

De film speelt zich af in India waar een viertal nonnen op een geïsoleerde, desolate plek in de bergen een nieuw klooster begint. Tijdens het eerste uur van de film wordt kleur bewust nog in toom gehouden. Religie wint het vooralsnog van meer aardse zaken. Maar na keer op keer te hebben blootgestaan aan de blote benen van de arrogante Mr. Dean, het plaatselijke manusje van alles, en de Indiase ‘stille kracht’, verliezen de nonnen hun innerlijke kalmte. De omslag wordt door regisseur Michael Powell schitterend gemarkeerd als de lente uitbreekt en de kleurenpracht van de prille bloeiende bloemen van het doek spat. Het is een schokkend moment, na een tijdlang de grijsheid van de habijten tot je te hebben genomen en de ongeschminkte gezichten van de nonnen. Natuur is hier echt natuurgeweld. Black Narcissus is een uiterst zinnelijke film waarin erotiek niet getoond, maar gesuggereerd wordt. De film bevat vele sensuele momenten die zelfs nu nog schokken. Zoals de enige extreme close-up van de film, als zuster Ruth (Kathleen Byron) haar lippen felrood stift nadat ze heeft besloten uit het klooster te treden. Door de film geheel in de studio op te nemen, kon het duo Powell & Pressburger de hele productie zorgvuldig plannen. Het klooster, een voormalig ‘Huis der Vrouwen’, nog compleet met licht vervaagde erotische tekeningen dat toebehoorde aan een generaal, werd gebouwd in de Pinewoodstudio door set designer Alfred Junge (hij won er een Oscar voor, evenals Jack Cardiff), het Himalaya-gebergte werd op een glasplaat geschilderd die voor de cameralens werd gehouden en het decor bestond uit zwart-witfoto’s die met pastelkrijt waren bewerkt.

Powell wilde volledige artistieke controle en gebruikte in de climax van de film muziek van Brian Easdale die voorafgaand aan de opnames al was gecomponeerd, zodat de actrices bewegen alsof het een exact getimed ballet is, met zorgvuldig geplaatste effecten als het luiden van de klok, het openen van een deur en het onheilspellende geluid van de huilende wind. Twaalf minuten hemelse cinema.