Hagemeyer kan geen beschermingswal opwerpen

Met zijn bod op handelshuis Hagemeyer neemt het Franse Sonepar een groot risico. Een vijandige overnamestrijd eindigt meestal voor de rechter en een derde partij profiteert doorgaans.

Amsterdam, 10 okt. - Toeval bestaat niet. In de week dat – met de overname van ABN Amro door het bankentrio – een min of meer vijandig bod op een Nederlandse onderneming slaagt, brengt het Franse handelshuis Sonépar een ongewenst bod uit op de Nederlandse branchegenoot Hagemeyer. De Fransen gebruiken in hun aankondiging vrijwel dezelfde bewoordingen als het consortium in april gebruikte om zijn, toen door ABN Amro ongewenste, interesse in de Nederlandse bank kenbaar te maken.

Maar ABN Amro is een uitzondering. Vijandige biedingen zijn in Nederland zelden succesvol. Niet dat Hagemeyer daar hoop uit kan putten. De belaagde partijen moeten uiteindelijk vrijwel altijd hun zelfstandigheid prijsgeven door zich over te leveren aan een derde partij. Meestal na een hard juridisch gevecht.

Hagemeyer doet nu wat het moet doen, namelijk gaan praten met Sonepar ondanks eerdere stellige uitspraken van financieel directeur Tjalling Tiemstra dat gesprekken over een overname „tijdsverspilling zijn”. Niet praten zou een schoffering van de belangen van aandeelhouders zijn en kan in latere juridische procedures tegen het bedrijf worden gebruikt. Want vijandige overnamegevechten eindigen vrijwel altijd voor de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof.

Bouw- en baggerconcern HBG kreeg van de rechter op zijn donder dat het de aandeelhouders niet had geraadpleegd toen het zich niet wilde uitleveren aan baggeraar Boskalis en bouwer Heijmans. Maar HBG verkocht zichzelf wel aan het Spaanse Dragados. Sonepar wordt nu bijgestaan door advocaten van Allen & Overy, het kantoor dat in de baggeroorlog Heijmans bijstond.

Het Italiaanse modeconcern Gucci, dat in Amsterdam zijn beursnotering had, wilde niet gekocht worden door het Franse mode- en drankhuis LVMH en gaf als bescherming eerst aandelen uit onder het personeel en daarna aan het Franse detailhandelsconcern PPR. Dat mocht: PPR is nu de eigenaar van Gucci.

De regelgeving is sindsdien niet veel veranderd. Het Besluit Openbare Biedingen, dat Nederland al meer dan een jaar geleden had moeten invoeren om te voldoen aan de Europese Overnamerichtlijn, zal vermoedelijk pas later deze maand ingaan. Bovendien biedt deze richtlijn, door interventie van de Tweede Kamer, nog steeds de mogelijkheid om preferente aandelen uit te geven. Alleen, Hagemeyer, dat wordt bijgestaan door advocatenkantoor Stibbe, heeft die mogelijkheid niet in zijn statuten opgenomen en kan die wal dus niet opwerpen.

Hagemeyer kan nog hoop putten uit de ervaringen van handelshuis Reesink. Dat wist een overname door de Nederlandse vastgoedhandelaar Van Herk te verijdelen. Aandeelhouders boden hun aandelen niet aan omdat de koers van Reesink boven het bod van Van Herk was gestegen nadat het handelshuis schermde met belangstelling van anderen. Reesink is nog steeds aan de beurs genoteerd.

In de strijd om Hagemeyer is nog een andere Franse concurrent betrokken. Rexel gaf gisteren een verklaring uit waarin het aangaf zijn strategische opties te heroverwegen, nadat het eerder dit jaar had gezegd geen overnames van meer dan 250 miljoen euro te willen doen. Rexel kan toch een tegenbod uitbrengen, maar kan er ook voor kiezen om de mogelijkheid boven de markt te laten zweven en daarmee het bod van Sonepar te frustreren. De koers van Hagemeyer steeg gisteren ver boven de biedingsprijs van Sonepar (4,25 euro) uit.

De raad van commissarissen van Hagemeyer zal er veel aan gelegen zijn om de strijd netjes te laten verlopen. Rob van Gelder was topman van Boskalis toen het een vijandig bod uitbracht op HBG en daarmee de baggeroorlog inleidde. En president-commissaris Adri Baan vervult dezelfde functie bij de Autoriteit Financiële Markten, de instelling die nu toezicht moet houden of de biedingenstrijd volgens de regels verloopt.