Gelukkig van hard studeren

Lang geleden ging ik biologie studeren. Ik wilde geen zolderkamergeleerde worden, dus meldde ik me bij een studentenvereniging. „Oh, biologie? Jou zien we over twee maanden niet meer!” Ik keek vragend. „Ja, veel te gezellig, bij die bio’s”, zei ene Karel die de inschrijvingen deed. „Hele dagen college en practicum. Tussendoor samen kaarten en met wat geluk zit je elke maand op de hei of een waddeneiland.”

Ik liet me niet zomaar inpakken door die heikneuters en werd verenigingslid. Maar Karel kreeg gelijk. Biologie slokte me op. Lange colleges en practica, avonden tentamens leren, maar ik was nooit alleen. En het was nog interessant ook. Veel geleerd over plantjes, genetica, biochemie – en terloops ook wat boeiende dingen over de menselijke voortplanting. Mij zagen ze niet meer, op de vereniging. Nooit spijt van gehad: de biologie vulde mijn weken, maanden en jaren.

Nu ben ik nu betrokken bij de Nationale Studenten Enquête. Een paar plaatjes hierover staan in deze bijlage. Je vindt de ‘studentenoordelen’ op websites en in de Keuzegids Hoger Onderwijs. De ranglijstjes zijn niet meer weg te denken. „Elk jaar hoor je: ‘maar wat stellen die oordelen nu helemaal voor? – en niet alleen van grote onderwijsfabrieken die hun onderwijsplichten verzaken. Er zitten serieuze critici tussen. Ze stellen lastige vragen. Wijst een negatief oordeel op slecht onderwijs, of op extra kritische studenten? Hebben pabo-studenten in Den Bosch dezelfde normen als in Amsterdam?

We hebben het onderzocht. Tijdens onze enquêtes zijn gegevens verzameld over de achtergrond van studenten, zoals: hun leeftijd en geslacht, milieu, eindexamencijfers, regionale herkomst en motieven. Daarna is uitgezocht welke factoren het belangrijkst zijn voor het verklaren van verschillen in studentenoordeel.

Zolang je alle studies bij elkaar neemt zijn er wel verschillen tussen groepen studenten. Zo oordelen vrouwen gemiddeld positiever dan mannen. Maar die vergelijking is niet eerlijk: het komt vooral doordat meisjes andere studies kiezen dan jongens. Dat verschil tussen studies blijkt belangrijk: studenten in geneeskunde, letteren en de kunsten en de pabo zijn positiever. Bij commerciële en technische opleidingen zijn meer klachten. Vrouwen kiezen meer voor de eerste, mannen voor de tweede groep studies.

Als je verwante studies onderling vergelijkt wordt het verhaal anders. De verschillen in rapportcijfer worden dan niet meer veroorzaakt door ‘jongens-meisjes’. Ook niet door het feit of studenten rijke of arme ouders hebben – het verklaart weinig verschillen tussen beoordeelde opleidingen. Bij 80 procent van die verschillen kunnen we alleen maar zeggen: ‘hogeschool A is in dit vak beter dan hogeschool B’.

Toch zijn er een paar verrassende ‘studenteigenschappen’ die wel iets uitmaken voor de beoordeling van opleidingen. Waar gaat het dan om? Om hoeveel uur per week ze studeren. En: of ze inhoudelijk gemotiveerd zijn voor de studie.

Dat moet elke serieuze opleiding als muziek in de oren klinken. Want of een student aanpakt en gemotiveerd is, dat kun je beïnvloeden. De kunst is om studenten te binden – het gevoel te geven dat ze wat leren. En ziedaar: ze gaan harder werken, krijgen er lol in en geven hun opleiding een hoge beoordeling.

Zou het zo simpel zijn? Ja. Zo simpel is het. Hard studeren maakt gelukkig.

Frank Steenkamp is hoofdredacteur van de Keuzegids Hoger Onderwijs.