De oorlog in Irak is nog nooit zo leuk geweest

Er zijn maar weinig mannen met wie ik acuut zou trouwen zonder dat ik een gesprekje met ze had gevoerd of iets te weten was gekomen over hun natuurlijke lichaamsgeur. Maar met Jon Stewart zou ik het overwegen. Jon Stewart is de presentator van The Daily Show, een Amerikaans satireprogramma over het nieuws. Jon Stewart is slim, grappig, ad rem, knap, ironisch op een leuke manier, slim, knap, grappig en ironisch.

Enfin, Jon Stewart is echt heel slim en grappig. En knap.

Dus ik kijk vaak naar The Daily Show. Op internet, want het wordt in Nederland wel uitgezonden, maar alleen op onooglijke tijdstippen en zenders. Ik zal het programma hier niet navertellen, want humor navertellen is verschrikkelijk. Kijk er gewoon maar eens naar. Ik verzeker je, de oorlog in Irak is nog nooit zo leuk geweest.

Het kon niet lang duren of een of andere onverlaat zou bedenken dat we ook een Nederlandse versie moesten hebben van zo’n dagelijkse satirische nieuwsshow. Die is sinds kort elke avond te zien op BNN en heet De nieuwste show. Een ambitieus project. Gepresenteerd door Patrick Lodiers van De Lama’s, en er lopen ook allemaal andere Lama’s in rond, want dat hele BNN wordt gedomineerd door Lama’s.

Ik had al een paar keer gekeken, en ging deze week zelfs tussen het klapvee bij de opnamen zitten, want ik wilde analyseren waarom zo’n show in Nederland nou compleet mislukt.

Mijn conclusie: het komt door de humor. Je hebt leuke humor, je hebt onleuke humor, en, zo blijkt bij De nieuwste show, je hebt oude humor. Zo werd Ruud Lubbers, die even in het nieuws was, consequent ‘stiekeme billenknijper’ en ‘aanrander’ genoemd. Bij alle sketches over die vermaledijde Nederlandse identiteit werd gegrapt dat we in Nederland zoveel ‘XTC en tienerhoertjes’ hebben. En zelfs Herman Brood werd uit de dood opgewekt voor een grap over Afonso Alves, de voetballer die dit weekeinde zeven keer achter elkaar scoorde. „Dat is zelfs Herman Brood nog nooit gelukt.”

Mijn God. Ik verwachtte elk moment een grap over Deetman, zo retro was dit. Ook de verontwaardigde, boze toon – „Henk ten Cate is een zakkenvuller!” – deed me denken aan cabaretjes van ver voor de Eerste Wereldoorlog.

Gelukkig vielen er tussen de grappen steeds lange, pijnlijke stiltes. Zo wist ik in ieder geval op welke momenten ik geacht werd om enthousiast te lachen en te klappen.