Bruisend van positieve energie

Snowboardster Nicolien Sauerbreij (28) begint fris van geest en met verbeterd materiaal aan een nieuw seizoen. De wedstrijd om de wereldbeker in Landgraaf wordt haar eerste grote test.

Als de toon van het gesprek in haar ogen te negatief wordt, bijt Nicolien Sauerbreij van zich af. De snowboardster wil geen minpunten uitvergroten, nu ze bruisend van positieve energie aan een nieuw seizoen begint.

Ze heeft verbeterd materiaal, een goede zomertraining achter de rug en een nieuwe manager, die haar zakelijke rompslomp uit handen heeft genomen. Het is alsof Sauerbreij een opfrisbeurt heeft gehad, want ze begint met opvallend elan aan de eerste, en enige overdekte wereldbekerwedstrijd parallelslalom, vrijdag in het Zuid-Limburgse Landgraaf.

Zo assertief als tegenwoordig was Sauerbreij tien jaar geleden niet. Destijds durfde ze haar mond niet open te doen als iets haar niet beviel. Ze was heel naïef, zegt ze zelf. „Ik kwam de topsport behoorlijk roze binnen. Ik dacht dat iedereen aardig was, dat iedereen te vertrouwen was en dat iedereen het beste met me voor had.”

Om er glimlachend aan toe te voegen: „Maar nu weet ik beter. Ik stel me vaker egoïstisch op. Dat moet ook wel, anders overleef je niet. Een voorbeeld. Als ik voorheen belde voor mijn spullen, dacht ik: Ach, die meneer heeft nu geen tijd, ik wacht wel. Maar een volgende keer had hij ook geen tijd, met als gevolg dat ik niet kreeg wat ik nodig had. Dat risico loop ik niet meer; ik pak nu aan. In die zin heeft tien jaar topsport me enorm veranderd.”

Ze heeft ook een andere manager in de arm genomen, omdat de vorige haar slecht begeleidde. „Ik moest overal zelf achteraan”, klaagt ze. „Ik word nu geholpen door Ed Hasselman, oud-directeur Benelux van fietsenfabrikant Giant. Een opluchting. Ik hoef nergens meer naar om te kijken. Ik had er ook moeite mee mezelf aan te prijzen. Je zegt van jezelf niet snel dat je goed bent of dat je zoveel waard bent.”

Inmiddels heeft Sauerbreij haar minimale budget van 150.000 euro vrijwel rond. Het ontbreekt haar alleen nog aan geld om het salaris van een serviceman te betalen. Maar daarover is ze nu in overleg met de skibond, die ook al deels de kosten voor haar fysiotherapeut en haar trainer betaalt.

Een decennium snowboarden op topniveau heeft van Sauerbreij een evenwichtige sportvrouw gemaakt. En iemand die eindelijk van haar ervaring hoopt te profiteren. Ze behaalde met twee wereldbekerzeges en een vierde plaats bij de wereldkampioenschappen aansprekende resultaten, maar een grote titel bleef uit. „Misschien breekt nu een succesvolle periode aan”, zegt de snowboardster. „Ik zit in de bloei van mijn leven, ben zeer ervaren en heb allerminst het gevoel dat ik aan mijn top zit. De komende jaren zouden maar zo heel mooi kunnen worden.”

Sauerbreij denkt dan aan de periode tot en met de Olympische Spelen in Vancouver (2010). Een goede kans dat ze daarna stopt. „Dan wordt het tijd voor iets anders”, zegt ze. Met enig voorbehoud, want na de Winterspelen in Salt Lake City (2002) riep de snowboardster dat de Spelen in Turijn (2006) haar laatste zouden zijn.

Betekent verlenging van haar carrière dat Sauerbreij de sport maar niet kan loslaten? „Geen sprake van”, haast ze te zeggen. „Waarom zou ik stoppen als ik er nog zo veel plezier aan beleef? Ach weet je, een termijn van vier jaar lijkt zo lang, dat je al snel zegt: daarna is het mooi geweest. Maar na ‘Turijn’ was ik nog niet klaar met mijn carrière. Ik vond het nog niet de tijd om te stoppen.”

Heeft het dan te maken met een drang om zich te bewijzen? Een tikje verontwaardigd: „Helemaal niet. Ik hoef niets meer te bewijzen. Dat ik doorga komt puur door enthousiasme voor mijn sport. Ja, het plezier kan ook verdwijnen. Bijvoorbeeld door het vele vliegen; daar heb ik een hekel aan. Steeds maar weer je tas inpakken. En die jetlags. Bovendien houd ik er niet van me over te geven aan iets waarover ik geen controle heb. En dan die turbulentie of die luchtzakken, elke keer zit ik met het zweet in mijn handen.”

Sauerbreij geeft de voorkeur aan het vervoer per auto. Ze draait haar hand niet om voor een rit van 1.200 kilometer naar de Alpen. Natuurlijk, de snowboardster kan in de bergen gaan wonen, maar daar zou ze niet gelukkig van worden. Als Sauerbreij klaar is met een training of wedstrijd, wil ze naar huis, naar Amsterdam. „De meeste andere meiden gaan terug naar hun familie en hun koeienstal in een bergdorp waar niets te beleven is. Nou, dat is niets voor mij. Ik hecht ook aan mijn leven in de stad. Zo blijf ik hongerig, want na een week Amsterdam wil ik weer naar de sneeuw en verlang ik naar de bergen.”

In die bergen raast ze dit jaar met een nieuw type snowboard naar beneden. Eén die stijver van constructie is en van voren breder dan alle vorige. Sauerbreij heeft er afgelopen voorjaar uitgebreid mee getest en denkt dat ze aanzienlijk sneller is geworden. En wel zodanig, dat ze rept over „de klapschaats onder de snowboards”.

Het verbeterde materiaal maakt Sauerbreij ook mentaal sterk. En dat is wel eens anders geweest. Ze had ooit een jaar waarin ze fysiek sterk was, maar haar „kop niet goed stond”. Ze bezocht een sportpsycholoog, maar dat werd geen succes. „Het staat allemaal zo mooi op papier, maar ga het maar eens uitvoeren. Als de oplossing uit de boeken is te halen, kan iedereen wereldkampioen worden. Terugkijkend kom ik tot een aantal oorzaken. Het mankeerde aan mijn materiaal of ik was simpelweg niet goed genoeg om te presteren. Bovendien had ik lange tijd last van een rugblessure. In topsport moet alles kloppen.”

De gekwetste rug had Sauerbreij bijna haar deelname aan de Spelen in Turijn gekost. Een week van tevoren zat ze nog in de lappenmand. Met haar twaalfde plaats was de snowboardster uiteindelijk dik tevreden, ook al verspeelde ze op driehonderdste van een seconde een plaats in de kwartfinales. En dat na haar spraakmakende mislukte Spelen in Salt Lake City, waar ze verkeerde wax had gebruikt. Sauerbreij heeft er geen trauma aan overgehouden. „Althans, ik ga niet naar Vancouver om me te revancheren.”