Alweer een verkiezing in Griekenland

De verkiezingen in Griekenland zijn amper voorbij of er kondigen zich al weer nieuwe aan. Bij de socialisten gaan ze over het leiderschap, bij de conser-vatieven over meer armslag.

Verkiezingen – de Grieken krijgen er nooit genoeg van. Al in de nacht na 16 september, toen er een nederlaag van de socialistische partij PASOK onder Jörgos Papandréou was geregistreerd, vroeg deze nieuw vertrouwen als partijleider en diende zich een tegenkandidaat aan, Vangélis Venizélos.

Dit betekende een verkiezingsstrijd binnen deze partij, waarnaar inmiddels zó veel belangstelling uitgaat, dat het optreden van de nieuwe regering-Karamalís erdoor in de schaduw wordt gesteld.

Maar ook Karamanlís, wiens conservatieve partij Nieuwe Democratie met een meerderheid van slechts twee zetels genoegen moest nemen, zei prioriteit te willen geven aan een nieuwe kieswet. Dat betekent ook nieuwe verkiezingen voor het hele land op de kortst denkbare termijn.

De verkiezingen binnen PASOK zijn overigens pas op 11 november, en wel met hetzelfde curieuze systeem waarmee in 2004 Papandréou tot partijleider werd gekozen als opvolger van de toenmalige premier Kostas Simítis.

Simítis stond toen in de peilingen hopeloos achter op oppositieleider Karamanlís en hij hoopte, de situatie te verbeteren door de populaire zoon van PASOK-stichter Andreas Papandréou tot nieuwe partijleider te laten kiezen. Hierbij werden niet alleen de leden van de partij ingeschakeld, maar ook de ‘vrienden’ die zich als zodanig konden laten inschrijven.

In de algemene euforie wezen ruim een miljoen Grieken Papandréou aan, die zich zonder tegenkandidaat presenteerde. De parlementsverkiezingen van dat jaar verloor PASOK, maar Papandréou bracht de achterstand wel terug van twaalf tot vijf procentpunt.

In de verkiezingsstrijd die nu woedt wordt uitvoerig teruggegrepen op 2004, en er is vrijwel algemene afkeuring voor het toenmalige ontbreken van een tegenkandidaat. Venizélos noemt de toen gelanceerde zoon van Andreas nu een „prins” en spreekt van een „dynastie” (ook grootvader Jórgos was premier).

Met tegenkandidaten – er heeft zich intussen nog een tweede gemeld – zal het systeem van de ‘vrienden’ beter werken, zegt Venizélos, en hij hoopt op veel meer dan een miljoen stemmers. Nog op de dag van de stemming zullen dezen zich mogen aanmelden als ze twee euro betalen. Op fraude komen strenge sancties te staan.

De robuuste en retorisch zeer begaafde grondwetexpert Venizélos (41) verwacht dat het publiek in hem iemand zal zien die Karanmalís eindelijk kan verslaan. Aanvankelijk zag het er inderdaad naar uit dat hij aan de winnende hand was. Maar de laatste tijd komt er meer sympathie voor Papandréou, en misschien toch ook weer respect voor zijn achternaam.

Op de grote partijbijeenkomst, afgelopen weekeinde, kwamen de drie kandidaten aan het woord. Papandréou was vol zelfkritiek – na 2004, zo zei hij, had hij het teveel gezocht in het gladstrijken van de problemen en tegenstellingen binnen de partij in plaats van oplossingen door te drijven.

Minder indruk maakten zijn beschuldigingen dat de partij toen al door mensen uit het kamp van Venizélos was „ondermijnd”. In zijn nadeel werkt ook de opstelling van oud-premier Simítis, die voor Venizélos lijkt te kiezen, maar op deze bijeenkomst niet verscheen „om niet een deel van het probleem te worden”.

Over hun politieke plannen hadden de drie kandidaten weinig te melden. Papandréou pleitte voor meer contacten met de twee kleinere linkse partijen die sterk vooruitgingen bij de verkiezingen. Venizélos beloofde een „collectief leiderschap” met hemzelf als primus inter pares.

Het drietal gaat nu het land in, maar bijna iedereen binnen de partij houdt zijn hart vast bij het perspectief dat het tot een definitieve splijting komt. Zowat elke dag zijn er heftige persoonlijke aanvallen, terwijl het aantal neutrale kopstukken, dat „vóór alles eenheid” bepleit, terugloopt.

Intussen heeft premier Karamanlís, die van de perikelen binnen de oppositie kan profiteren, verbazing gewekt met zijn aankondiging dat op korte termijn de kieswet zal worden gewijzigd. „De huidige is getest”, zei hij, en hij bedoelde: te licht bevonden.

Ze leverde hem een nipte meerderheid op: 152 in een parlement van 300 zetels, en daarmee valt moeilijk te regeren, zeker in Griekenland. De bonus die de Nieuwe Democratie als grootste partij nu opstreek was veertig zetels; dit zou vijftig moeten worden.

Het maakt een inhalige indruk. Decennialang had Griekenland de reputatie, vóór elke verkiezingen een nieuwe systeem uit te denken, maar daarin is de laatste jaren enige verbetering gekomen. Een nieuwe kieswet mag voortaan niet voor de volgende, maar pas voor de daaropvolgende verkiezingen ingaan. Nu al zijn er verdenkingen dat de premier naar die daaropvolgende toe wil werken.