Weerhaken

‘T-Mobile schorst zichzelf’, luidde de kop in een internetkrant. Wat nu weer? De ploeg bleek zichzelf gestraft te hebben voor de positieve dopingtest van hun renner Lorenzo Bernucci in de Ronde van Duitsland. Dit betekent dat T-Mobile de najaarsklassiekersParijs-Tours en de Ronde van Lombardije mist, en dus gewoon klaar is met het seizoen. ‘Met deze beslissing volgen we de ethische code van het team, die werd aangenomen in Salzburg in september 2006, en zetten we ons engagement voor een propere en faire sport kracht bij’, meldt teammanager Bob Stapleton.

Het moet niet gekker worden. Geen betere manier om dit engagement kracht bij te zetten dan het doormidden bijten van het stuur in een snijdende finale.

Wel een mooi onderwerp voor een column, de Strapazen van Stapleton. Ik besloot er vast duchtig op te kauwen tijdens een extra lange rit op de racefiets. Eigenlijk was ook ik al klaar met mijn seizoen, maar het prachtige, roerloze oktoberweer dreef me terug in het zadel. Bovendien had ik een klein, persoonlijk engagement kracht bij te zetten: het ontkennen van mijn leeftijd (vorige maand werd ik vijftig). Volgens mijn vrouw verkeer ik in een loepzuivere midlifecrisis.

De zon warmde mijn kuiten. Voor mijn doen – en leeftijd? – draaide ik een behoorlijke versnelling rond. Ik trok de rits van het koersshirt open. Stapleton dus.

Mooi, dat bruine waas in het lover. Ontwapenend die diepe gloed in de vacht van het vee. En wat jammer voor die forenzen dat ze in een auto zitten. Stapleton. Stapleton? Opeens had ik er geen zin meer in de Sint Vitusdans vanT-Mobile van commentaar te voorzien. Stapleton, de tobber. Ander onderwerp, bitte. Thee!

Kijk, op deze van zon vergeven oktobermiddag passeerde ik een voetbalveld. Ik telde twee reclameborden. Meteen herinnerde ik mij een artikel dat verscheen in de speciale amateurbijlage van mijn regionale krant bij de aanvang van het voetbalseizoen. Het droeg de kop: ‘Thee nog altijd heilig’. Ik moet zeggen dat het me trof dat tijdens de rust in het amateurvoetbal nog altijd onschuldige thee geschonken wordt als verkwikkend elixer. In een individueel geval signaleerde de verslaggever een energiedrankje of een isotone dorstlesser tussen de toiletspullen in de sporttas.

Ja, zo begint het, ik hoor het Bob Stapleton zeggen.

Stapleton, de man zat met weerhaken in mijn hoofd.

Ondertussen was ik een aardig eind van huis. Vanuit de uiterwaarden bij Mook bestormde ik de stuwwal over een brede strook asfalt – een slopende beklimming. Net als vroeger liet ik de ketting op het buitenblad. Tijdens het vrijwillige sterven aan de midlifecrisis fixeerden mijn ogen zich op de bidon in het korfje tussen mijn benen. Beter gezegd, mijn ogen fixeerden zich op de opdruk: MonoCedocardRetard, 25-50-100 mg.

De bidon die ik willekeurig uit de kast had gerukt was een presentje van een grote farmaceut. De opdruk was me tot dusver ontgaan. Dit dacht ik halverwege de stuwwal: klinkt bijzonder goed, mijn kop eraf als er met MonoCedocardRetard geen verrassende dingen kunnen worden gedaan in de sport.

Ik behoor dan ook tot wat Bob Stapleton de ‘dode generaties’ noemt.