‘Vrouwen lopen met kleine pasjes’

Eerwraak, gedwongen huwelijken, huisarrest en geweld zijn aan de orde van de dag, zegt Lana Šlezic. Twee jaar lang fotografeerde zij het leed van vrouwen in Afghanistan. „Maar ook de jongens lijden.”

„De NAVO moét blijven”, zegt fotografe Lana Šlezic (34). „En als de Canadezen of de Nederlanders weggaan, moeten ze worden vervangen. Als er maar voor lange tijd een troepenmacht blijft.”

De Canadese fotojournalist, die samen met haar tolk Farzana Wahidy (23) Nederland bezoekt voor de presentatie van haar fotoboek Forsaken – over het leven van vrouwen in Afghanistan – is zeer stellig over de kwestie. In Canada, dat na de VS en Groot-Britannië de grootste troepenmacht heeft geleverd aan de NAVO-missie in Afghanistan, is net als in Nederland de discussie daarover recentelijk opgelaaid. De meerderheid van de bevolking en van het parlement is tegen verlenging van de militaire gevechtsmissie in de zuidelijke provincie Kandahar.

Wahidi, die naast haar werk als tolk als een van de weinige vrouwen in Afghanistan een opleiding fotografie volgde, is moedeloos over de situatie in Afghanistan. „Ik had verwacht dat na de val van de Talibaan het land een stuk veiliger zou worden. Maar er zijn dagelijks zelfmoordaanslagen.” Ze hoopt dat de NAVO-troepen blijven. „Het is een keuze tussen twee kwaden”, meent Šlezic. „De aanwezigheid van de NAVO biedt de Afghaanse bevolking geen enkele garantie op een betere toekomst. Maar het geeft wel enig gevoel van zekerheid. Als een meerderheid van de troepen zich terugtrekt, geef je de Talibaan alle ruimte en komt het land terecht in een deep dark hole.”

Toen Šlezic in maart 2004 in opdracht van een Canadees tijdschrift naar Afghanistan vertrok, had ze geen flauw vermoeden dat ze er twee jaar zou blijven. „Ik ging erheen om het dagelijks leven van de Canadese soldaten vast te leggen. Zes weken lang was ik embedded, maar van het land zag ik helemaal niets.”

De fotografe werd nieuwsgierig en besloot langer te blijven. Gehuld in een chador (een alles behalve het gezicht verhullende doek) en met de hulp van Wahidy, die haar tolk werd, begon ze vrouwen door het hele land te fotograferen. „Ik heb nog overwogen om een boerka aan te trekken, maar een Afghaanse collega zei dat het geen zin had. Volgens hem zou ik nog steeds herkenbaar zijn als westerse vrouw. Gewoon, door de manier waarop ik loop. Ik loop met grote stappen, Afghaanse vrouwen nemen kleine pasjes.”

Wat Šlezic en Wahidy gedurende die twee jaar aantroffen, was een harde, meedogenloze wereld die zich voornamelijk afspeelde achter gesloten deuren. „Ik was naïef”, zegt Šlezic. „Na de val van de Talibaan werd in de westerse kranten beschreven hoe de boerka’s afgingen en meisjes weer naar school gingen. Maar niets bleek minder waar. Eerwraak, gedwongen huwelijken en huiselijk opsluiting en geweld zijn aan de orde van de dag.”

Het leed dat Šlezic met haar camera vastlegde, meestal in de vorm van kleurrijke, verstilde portretten, is schokkend. In Herat, een stad in het Westen van Afghanistan, bezocht ze een ziekenhuis waar vrouwen en meisjes terechtkomen die een zelfmoordpoging ondernemen. Daar fotografeerde ze ondermeer Zahra, een vrouw die zichzelf een brand stak na de zoveelste ruzie met haar man.

Ook legde ze in een weeshuis in de zuidelijke stad Kandahar de littekens vast op de rug van Gulsuma, een jong meisje dat op haar vierde werd uitgehuwelijkt en permanent door haar schoonfamilie werd mishandeld. In de hoofdstad Kaboel fotografeerde ze het lichaam van de 24-jarige tv-presentatrice Shaima, vlak nadat ze in haar huis was doodgeschoten. „Hoogstwaarschijnlijk eerwraak,” zegt Šlezic. „Vermoedelijk heeft haar broer haar vermoord omdat ze een vriendje had.”

Wahidy heeft net een grote stap gezet. Twee maanden geleden vertrok zij in stilte naar Canada. Lana heeft voor haar een visum geregeld en een plek op een college waar ze een fotografieopleiding gaat volgen. „Ik had tegen mijn vader gezegd dat ik een maand naar Canada zou gaan”, zegt Wahidi. „Eenmaal daar heb ik hem opgebeld en de waarheid verteld. Hij vindt het geweldig.”

De vooruitstrevende houding van Wahidi’s vader is uitzonderlijk, benadrukt Šlezic. „Een ander familielid heeft onlangs nog haar camera kapotgemaakt.” Šlezic gelooft niet dat de onderdrukking van vrouwen snel zal verdwijnen. „De opvatting dat vrouwen niets waard zijn, leeft al eeuwen onder de mannelijke bevolking. Dat zit er diep in.” Toch vestigt ze haar hoop op de jonge generatie. „Niet alleen de meisjes, ook de jongens lijden. Zij worden verliefd op een meisje waar ze uiteindelijk geen relatie mee mogen beginnen. Als zij leren om de wil van hun ouders te trotseren en voor hun gevoel durven uitkomen, is er misschien hoop. Maar het kan lang duren.”

Het werk van Lana Šlezic is t/m 28 okt. te zien op de hoofdtentoonstelling van de Noorderlicht Manifestatie. Haar boek Forsaken (Verloochend) is verschenen bij uitgeverij Mets & Schilt.