VN-Hof lost grensgeschil Honduras-Nicaragua op

Een grensgeschil tussen Nicaragua en Honduras is gisteren definitief weggenomen dankzij een salomonsoordeel van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Bijna acht jaar nadat voor het laatst oorlog dreigde in het grensconflict tussen Nicaragua en Honduras is de kou tussen de twee landen definitief uit de lucht. De presidenten van de twee Midden-Amerikaanse buren zochten elkaar gisteren op bij een grenspost en hielden er een ceremonie met veel broederlijke omhelzingen. Zo vierden ze dat het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties in Den Haag even daarvoor uitspraak had gedaan in hun slepende geschil.

Daniel Ortega, de president van Nicaragua, en zijn collega Manuel Zelaya uit Honduras konden zich beiden tevreden tonen over de uitspraak. Hun landen kregen door het Hof elk een stuk van de Caraïbische wateren toegekend dat geldt als visrijk en waarvan de bodem ook grote olie- en gasvoorraden bevat. Dankzij de vreedzame oplossing van hun geschil, zo benadrukten de presidenten, kan nu eindelijk begonnen worden met de serieuze exploitatie van deze rijkdommen.

Het dispuut draaide om de vraag hoe de zeegrens vanuit de monding van de grensrivier Coco noordoostelijk de Caraïbische Zee inloopt. Na de laatste bijna-oorlog over de grens, in 1999, legde Nicaragua bij het Hof een eis neer waarin het stelde dat de zeegrens richting de 17de breedtegraad loopt. Honduras zei dat de grens langs de 15de breedtegraad loopt en verwees daarbij naar een verdrag uit 1906 van de Spaanse kroon.

Het Hof velde gisteren een salomonsoordeel door zowel de 15de als de 17de breedtegraad als markering te verwerpen. Daarentegen bepaalde ze dat de grens voortaan loopt in een zogeheten bissectrice (hoekdeellijn). Deze cirkelt in een knik om vier eilandjes heen, waarmee die nu definitief Hondurees zijn. Nicaragua krijgt de wateren oostelijk van deze lijn. Tegen de uitspraak van het Hof kan geen beroep worden aangetekend. En Zelaya en Ortega zeiden gisteren dat hun landen de nu getrokken grens voortaan zullen accepteren.

Een ander grensconflict in de Caraïbische Zee – dat veel met het nu opgeloste geschil te maken heeft – blijft ondanks het vonnis van gisteren bestaan. Nicaragua en Colombia betwisten elkaar de zeggenschap over een ander groot stuk zee. Nicaragua werd in 1999 pas boos nadat het Hondurese Congres een verdrag met Colombia ratificeerde waarmee het land zich in dit conflict expliciet aan de zijde van Colombia schaarde.

De kwestie draait vooral om de San Andrés-archipel, die in het betwiste stuk zee ligt. In 1928 stond Nicaragua de eilandengroep in een verdrag officieel af aan Colombia. Maar, zo is de algemene opvatting in Nicaragua, dit gebeurde illegaal omdat het land toen onder Amerikaans militair bewind stond. De VS zouden de eilanden hebben weggegeven om Colombia te compenseren voor het verlies van Panamá. Die provincie weekte Washington rond de eeuwwisseling los van Colombia om er het Panamakanaal te kunnen graven.

Bovendien, stelt Nicaragua, liggen de eilanden ‘slechts’ 241 kilometer voor de kust van Nicaragua en 772 kilometer ten noordwesten van Colombia. Ook in deze zaak loopt een klacht van Nicaragua bij het Hof in Den Haag.

Uitspraak: www.icj-cij.org/docket/files/120/14075.pdf